’Ouder belt te snel professional’

Een op de zeven Nederlandse kinderen krijgt gespecialiseerde zorg. Een verontrustende trend, zegt hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns.

Er hangt een veelzeggende cartoon op zijn kamer, van kinderen die in een heleboel verschillende dozen zijn gepropt. Op iedere doos staat ’probleem’. Adhd, pdd-nos, taalachterstand, hangjongere, risicogezin. Opgeruimd staat netjes.

Die dozen staan symbool voor het enorme – en almaar stijgende – aanbod aan gespecialiseerde zorg in Nederland, zegt opvoedkundige Jo Hermanns. Maar liefst 14 procent van alle kinderen volgt speciaal onderwijs, woont in een pleeggezin of een tehuis, of krijgt begeleiding van de jeugdzorg of de geestelijke gezondheidszorg. Zij groeien daardoor vaak apart van hun ’gewone’ leeftijdgenootjes op.

Dat is zorgwekkend, zo benadrukt Hermanns in de oratie waarmee hij vandaag de Kohnstammleerstoel aanvaardt. Zo’n 5 procent van alle kinderen heeft die gespecialiseerde zorg ook echt nodig: zij hebben te maken met een opeenstapeling van ernstige problemen. Maar die overige 9 procent is ten onrechte tot hulpverleners veroordeeld: „Zij horen in elk geval geen hulp te krijgen die hen van anderen afschermt.”

Wie zijn de jongeren die ten onrechte ’hulp’ ontvangen?

„Dat is heel divers. Van de kinderen die je vroeger ’wat apart’ had genoemd en die nu officieel autistisch heten, tot de jongen die zijn leraar een duw geeft. Die laatste krijgt geen straf meer van de schoolleider, maar wordt meteen opgehaald door de politie. Hij krijgt een taakstraf en zijn DNA komt in de databank geweldplegers terecht.”

Wat doen ouders verkeerd?

„Ouders hebben altijd het gevoel dat ze tekortschieten. Maar uit allerlei onderzoek blijkt dat Nederlandse ouders goed genoeg zijn, dat ze het beter doen dan vroeger en minstens even goed als ouders in andere landen.

Op één punt gaan ze de mist in. Ouders denken: ’Als er problemen zijn, dan moet ik een professional inschakelen.’ Die komt dan met een diagnose, een doorverwijzing, een behandelplan, een bewakingssysteem en een risicoanalyse. Terwijl de oplossing meestal tussen ouder en kind ligt, en niet bij de hulpverlener.”

Wat is er mis met de hulpverleners?

„Ze zijn getraind om een probleem over te nemen. Dat maakt ouders afhankelijk en onzeker.

Hulpverleners exporteren kinderen vaak naar een ’extra voorziening’ of een ’speciaal zorgtraject’, en dat is voor veel kinderen helemaal niet goed. Ze raken geïsoleerd, hebben het gevoel dat ze er niet mogen zijn. Hulpverleners hebben goede bedoelingen, maar creëren zelf soms drama’s. Een voorbeeld: op school ontdekt een mentor dat een van haar leerlingen thuis wordt mishandeld. Ze zegt tegen het meisje: ’Blijf jij vannacht maar bij mij.’ Een prima reactie. De volgende ochtend meldt ze dit bij Bureau Jeugdzorg. Die brengt het meisje naar een instelling 40 kilometer verderop, veel te ver van school. Eerst komt het meisje steeds te laat, vervolgens begint ze te spijbelen. In korte tijd is haar probleem zo enorm geëscaleerd.”

Hoe moeten hulpverleners het dan wel doen?

„Ik pleit voor een andere vorm van hulp: in het gezin, gericht op herstel van het gewone leven. In de Verenigde Staten noemen ze die hulp, die vaak door vrijwilligers wordt gegeven, ’community based’. Belangrijk daarbij is dat de vraag van ouders en kinderen hét uitgangspunt is.”

U verkondigt een impopulaire boodschap. De overheid stimuleert juist de groei van allerlei gespecialiseerde voorzieningen.

„Ja, en de samenleving wil intussen niet veel te maken hebben met kinderen met problemen. Maar ik maak me grote zorgen, ook om de Centra voor Jeugd en Gezin, het paradepaardje van minister Rouvoet. Het zou een ramp zijn als die centra de nadruk gaan leggen op doorverwijzen en zo een bijdrage gaan leveren aan het problematiseren van opvoedingsvraagstukken. Gelukkig zie ik ook gemeentes die het hartstikke goed doen.”

Wat is uw advies aan ouders?

„Ouders kunnen meer dan ze denken. En deskundigen kunnen minder dan ouders denken. Zij kennen jouw kind echt niet beter dan jij zelf. Kinderen moeten weer opgevoed worden, in plaats van behandeld. Mijn advies: vertrouw weer meer op de eigen intuïtie en opvoedingsvaardigheden.”

Pedagoog Jo Hermanns aanvaardt vandaag de Kohnstammleerstoel. Oplossingen voor opvoedingsproblemen worden volgens hem te snel bij hulpverleners gezocht. (FOTO INGE VAN MILL)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden