Review

OUDE WANHOOP EN NIEUWE KWELLING/Ted Hughes reikt naar Sylvia Plath tot over het graf

Een gebreide roze jurk als trouwjapon, het blauwflanellen pakje dat haar steun moest geven bij haar eerste optreden in Cambridge, de sokjes in Spanje. Ted Hughes weet nog precies wat Sylvia Plath aanhad en wanneer. En hij beschrijft het allemaal in zijn 'Verjaardagsbrieven'. In februari 1963 zette Sylvia Plath boterhammen en melk voor haar twee kinderen klaar, deed de gasoven aan en stak haar hoofd erin. In de 35 jaar die volgden, schreef haar gewezen echtgenoot, Ted Hughes, 98 gedichten aan haar, die hij in februari van dit jaar uitgaf. Hughes stierf vorige week op 68-jarige leeftijd. Hij had kanker.

Met deze 'Birthday Letters' oogstte de Officiële Engelse Hofdichter internationale lof en in oktober ontving hij er nog de prestigieuze Forward-poëzieprijs voor. Is dit alsnog een verantwoording, na jaren van betrekkelijke stilte over de verbroken relatie, die volgens velen de aanleiding was voor Plaths zelfmoord?

Ted Hughes was 25 jaar toen hij in 1955 in contact kwam met Sylvia Plath, die na haar opleiding in de Verenigde Staten twee jaar in Cambridge kwam studeren. Hij zag haar voor het eerst - zich niet bewust wie ze was - op een foto van de Fulbright-studenten van dat jaar.

'Ik bekeek de foto / Niet al te minutieus, en vroeg me af / Wie van hen ik misschien zou ontmoeten. / Ik herinner mij dat ik dat dacht. Niet / Jouw gezicht. Ongetwijfeld peilde ik vooral / De meisjes. Misschien viel jij me op. / Misschien woog ik mijn kansen bij je af, / En verwierp ze als onwaarschijnlijk. / Registreerde je lange haar, losse golven -/ Je Veronica Lake-pony. Niet wat het verborg. / Het zal wel blond zijn geweest. En je grijns./ Je overdreven Amerikaanse / Grijns voor de camera's, de rechters, de vreemden, de bangmakers.'

Zo beschrijft hij zijn mogelijk eerste indruk van haar in 'Fulbright-studenten', de eerste verjaardagsbrief van de bundel. Deze eerste indruk krijgt in het gedicht hetzelfde gewicht als de hete zon, de hete trottoirs, Hughes' zere voeten en de eerste verse perzik die hij ooit proefde. Een schijnbaar toevallige kennismaking en een schijnbaar toevallige opsomming. Plath is zijn lot en hij het hare. Zij is die eerste perzik, en de hete trottoirs onder zijn zere voeten.

Hun eerste echte ontmoeting beschrijft Hughes in 'St. Botolph's': 'Langer / Dan je ooit weer zou worden. Zo slank wiegend / Dat je ranke, volmaakte, Amerikaanse benen oneindig / Leken door te gaan. Die vlammende hand, die lange / Balletachtige vingers, sierlijk als van een aap. / En het gezicht - een samenballing van plezier. / (. . .) / Het losvallende haar - dat slappe gordijn / Over je gezicht, over je litteken. En je gezicht / Een rubberbal van plezier / Rond de Afrikaanslippige, lachende, met dik / Karmozijnrood geverfde mond. En je ogen / Samengeknepen in je gezicht, samengeperste diamanten. / Onvoorstelbaar helder glinsterend als samengeperste tranen / Die tranen van geluk konden zijn, een omhelzing van plezier. / Je was van plan me te verpletteren / Met je opgewektheid.'

In veel beschrijvingen van Plath in deze bundel komt dit beeld naar voren: de Amerikaanse droomvrouw ('Je was een nieuwe wereld. Mijn nieuwe wereld. / Dus dit is Amerika, stelde ik verwonderd vast. / Prachtig, prachtig Amerika!') met de glinsterende ogen, het rubberen gezicht, de verbeten ambitie om gelukkig te zijn.

Het is moeilijk de neiging tot citeren te onderdrukken, want wie schrijft beter en compacter dan een goede dichter, wie kende Plaths wanhopige, vergeefse pogingen om gelukkig te zijn, beter dan Ted Hughes? De 'Verjaardagsbrieven' zijn vaak antwoorden op haar dagboekaantekeningen, haar jeugdherinneringen, haar gedichten.

Hughes beschrijft de moed der wanhoop waarmee ze het leven en de last van de dood van haar vader probeerde te verlichten. De shock-therapie die ze onderging nog voor hij haar kende. De manier waarop ze, hulpeloos stuntelend, zichzelf gaf. Haar smeken om aandacht. De haat en afgunst die ze ondervond (bijvoorbeeld in 'God helpe de wolf waarnaar de honden niet blaffen').

Maar hun gezamenlijke herinneringen blijken telkens éénpersoonsherinneringen te zijn, haar huwelijksdag is niet de zijne ('Een gebreide roze jurk'), haar Parijs niet dat van hem ('Jouw Parijs'). Een tweevoudige eenzaamheid: zij probeerde met extatische reacties haar hopeloosheid te overschreeuwen; zijn respons bleef bitter-nuchter. Twee mensen, twee werelden: Amerika en Yorkshire, Engeland.

In het Spanje van hun huwelijksreis, dat ze haatte en dat haar beangstigde, werd zij ziek. Wanhopig was zij en bazig zorgzaam hij. Maar onder zijn medelijden ligt het nuchtere 'Stop crying wolf' - knullig vertaald als 'Huil niet zo als een wolf' - dat hij in 'Koorts' probeert te herroepen:

'Jij was te zwaar belast. Ik zei niets./ Ik zei niets. De man van steen maakte soep. / De brandende vrouw dronk ze op.'

De aanleiding tot de 'Verjaardagsbrieven' is vaak heel direct, zoals in 'Bezoek', waarin Hughes beschrijft hoe hij met zijn vriend Lucas op een nacht steentjes gooit tegen het raam waarvan ze denken dat het aan Sylvia's kamer toebehoort. 'Tien jaar na je dood / Kom ik op een bladzij van je dagboek, als nooit tevoren, / De schok van je blijdschap tegen / Toen je hiervan hoorde. Daarna de schok / Van je gebeden. En onder die gebeden je panische angst / Dat bidden het wonder niet tot stand kon brengen, / En toen, onder de paniek, de nachtmerrie / Die kwam aanrollen om je te verpletteren: / Je alternatief - de ondenkbare / Oude wanhoop en de nieuwe kwelling / Samensmeltend in één vertrouwde hel.'

Een niet aflatende stroom geruchten en beschuldigingen legde de verantwoordelijkheid voor de dood van Sylvia Plath bij Ted Hughes. Vijfendertig jaar zweeg hij over hun relatie en dan zijn daar nu deze 'Verjaardagsbrieven'. Wisselend van toon, vaak aangrijpend, soms roerend, soms rauw. En met een inzicht in haar - en zijn - karakter dat mogelijk pas met de jaren is gekomen.

Een voorbeeld: Plath hield hartstochtelijk van haar vader, die stierf toen zij acht jaar oud was en haar eenzaam achterliet. Ze hervond hem in Ted Hughes, en toen ook hij haar verliet, was het tijd voor een herijking van haar gevoelens, zowel ten opzichte van haar vader als van Hughes.

Haar van geboorte Duitse 'Daddy' werd vervormd tot nazi, haar man veranderde van een god in een duivel. Hughes beseft dat hij en Plaths vader in Sylvia's geest samenvielen. Het blijkt onder andere uit 'Een foto van Otto':

'Ze kon ons tenslotte niet uit elkaar houden. / Uw portret hier zou dat van mijn zoon kunnen zijn. / Ik begrijp - u had haar nooit kunnen bevrijden. / Ik was een hele mythe te laat om u te vervangen. / Deze onderwereld, vriend, is het huis van haar hart. / Onafscheidelijk moeten wij hier blijven.'

De 'Verjaardagsbrieven' zijn in het Nederlands vertaald door Peter Nijmeijer, die zijn goede reputatie eer aandoet. Hij doet recht aan de passie en de scherpte van het origineel. Een enkele slip of the pen mag hem zeker worden vergeven. Vertalen is een kunst en zijn vele briljante oplossingen wegen ruimschoots op tegen 'sippend aan je koffie' of 'ik zag / De ontvelde zenuw, de onheelbare gezichtswond / Die alles wat je aan moed bezat.' ('Het blauwflanellen pakje').

'Verjaardagsbrieven' is terecht alom geprezen. Hughes moest ze schrijven, al was het maar voor zijn eigen gemoedsrust. Blijft de vraag of hij ze ook had moeten uitgeven. Kon dat niet wachten tot na zijn dood, zoals gebeurde met Plaths bundel 'Ariel', die van zijn vrouw een cult-figuur maakte?

De 'Verjaardagsbrieven' bieden geen rechtvaardiging voor zijn ontrouw, zijn niet het antwoord op de vele beschuldigingen van vooral feministische zijde. Toch zou het kunnen lijken of Hughes zich met de uitgave ervan schaart onder de meute die zich meester heeft gemaakt van Plaths dode lichaam in 'De honden vreten jullie moeder op', een van de laatste gedichten in de bundel.

Dit gedicht is niet - zoals vrijwel alle andere - gericht tot Plath, maar tot hun beider kinderen. In alle andere gedichten zijn zij 'je zoon', 'je dochter' en 'je kinderen'. Hij neemt afstand van hen. Maar niet in dit schrijnende gedicht, waarin hij hen waarschuwt op een manier die niet verkeerd kan worden begrepen:

'Bescherm haar / En ze zullen jullie verscheuren / Alsof jullie meer van haar zijn. / Ze zullen jullie bij elke hap / Even sappig vinden als zij.'

De honden zijn degenen die de steen op het graf van Plath keer op keer beschadigden, omdat daarop ook de naam stond van Hughes, de moordenaar. De honden zijn de critici die 'Hun stekels opzetten en kotsen / Over hun symposia.'

Misschien is het voor hun kinderen, zijn kinderen, dat hij 'Verjaardagsbrieven' gepubliceerd heeft. Ze zijn tenslotte ook aan hen opgedragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden