Oude steenkolenmijnen gaan nu toch weer open

De Britse kolenmijnen zijn bezig met een wederopstanding, tot vreugde van mijnwerkers en tot schrik van de milieubeweging. Die waarschuwt voor het zeer klimaat-onvriendelijke karakter van steenkolenwinning.

Henriëtte Lakmaker

Paul Storey laat zijn witte hondje uit in de winkelstraat van Harworth. Pal tegenover de langgerekte straat ligt de kolenmijn, die binnenkort weer opengaat. Hij is er blij mee. „Dat zal weer werk opleveren.” Niet voor hem, hij heeft er twintig jaar gewerkt totdat hij het aan zijn rug kreeg. „Ik leef nu van een mijnwerkersuitkering, niet slecht.”

De vriendelijke vijftiger kijkt naar de overkant van de weg, waar een grote luchtverversingspijp boven braakliggend terrein uittorent. Vlak naast de dichte slagboom komen de douches en w.c.’s, wijst Storey.

In dit doorsnee ex-mijnwerkersstadje in Nottinghamshire is de koffie nog gewoon oplospoeder met water uit een container. Jonge vrouwen in versleten trainingsjasje en spijkerbroek nemen er als ontbijt een hamburger met frietjes, en scheppen op hoe dronken ze de vorige avond de stamkroeg verlieten.

De mijn van Harworth stamt uit 1913, en verreweg de meeste inwoners werkten er of waren er afhankelijk van. De mijn werd enkele jaren geleden ’in de mottenballen’ gelegd, definitieve sluiting dreigde. Daarmee past Harworth in de geschiedenis van de meeste Noord-Engelse kolenmijnen. In de jaren tachtig en negentig werd in Groot-Brittannië de ene na de andere mijn gesloten.

Niet alleen een bedrijfstak, maar een complete subcultuur ging sindsdien verloren in streken als Nottinghamshire, Yorkshire en Derbyshire, en in Wales. In de jaren tachtig waren de mijngebieden het slagveld van de klassenstrijd. Stakende mijnwerkers onder leiding van de militante Arthur Scargill namen het op tegen de conservatieve premier Margaret Thatcher. Zij wilde met de sluiting van de onrendabele mijnen niet alleen een economisch probleem oplossen, maar ook de vakbeweging de nek omdraaien. Daar is ze grotendeels in geslaagd.

Slechts een paar steenkoolmijnen bleven open. Tot vreugde van oude mijnwerkers en tot schrik van de milieubeweging is de kolenindustrie nu bezig met een wederopstanding. Toenemende vraag vanuit China en India drijft de prijs van kolen op, en de Britse gasproductie neemt snel af. Daardoor wordt kolenwinning weer rendabel. Tot veler verrassing werd dit voorjaar bekend dat Harworth weer open gaat: werk voor 300 man.

Jeff Wood van de Union of Democratic Mineworkers is tevreden over het voornemen van eigenaar UK Coal om Harworth Mine en andere pits weer in gebruik te nemen. „Harworth is opgebouwd rond de mijn. Nu is er alleen nog een glasfabriek.”

Wood, een grote, kalende man met zonnebril, is verknocht aan de mijnindustrie. Zijn grootvader werkte nog met pitponies, en moest op handen en voeten door de schacht kruipen. Zijn vader ging vanzelfsprekend ook de mijnen in. Wood had nog even de droom de motortechniek in te gaan, „maar de mijn betaalde twee keer zoveel.”

Dat zijn oudste zoon nu het luchtruim van de Royal Air Force heeft verkozen boven het werken onder de grond, vindt Wood toch een beetje spijtig. De vakbondsman (46) heeft de tijden van Scargill en Thatcher zeer bewust meegemaakt: hij richtte samen met andere dissidenten de Union of Democratic Miners op, uit protest tegen de volgens hen ondemocratische en gewelddadige werkwijze van Scargill.

Nu lijken de rijen zich tenminste voor de buitenwacht te sluiten. Kompels en oud-kompels maken zich sterk voor ’hun’ kolen die volgens hen dé oplossing vormen voor het Britse energieprobleem. Wood’s UDM staat in nauw contact met het hoofdkwartier van UK Coal, die elf mijnen beheert in Engeland. Ook ’mr. King Coal’ zelf, Arthur Scargill, inmiddels 70 en leider van de Socialist Labour Party, roert zich: in The Guardian pleitte hij onlangs voor kolen als oude nieuwe energiebron, tegenover de ’gevaarlijke’ kernenergie.

Econoom Dieter Helm van de Universiteit van Oxford moet het nog zien gebeuren, dat kolen weer een substantieel onderdeel van de Britse energie leveren. „Kolen blijven een onaantrekkelijke brandstof. De winning ervan is nog steeds duur, en vooral bovengrondse mijnen stuiten op grote weerstand van omwonenden.”

Helm wijst op het zeer klimaat-onvriendelijke karakter van steenkolenwinning. „In 2030 zal wereldwijd 50 procent van de CO2-uitstoot veroorzaakt zijn door kolenverbranding.”

Zie daar het dilemma van een regering in verkiezingstijd, die het hoofd moet bieden aan een dreigende energiecrisis, en tegelijkertijd moet inzetten op schone energie. De regering-Brown wil het liefst een mengeling van energiebronnen als gas, kolen en kernenergie. De laatste twee bronnen zijn niet favoriet bij de milieubewuste kiezer.

Nu kunnen kolen, beweert Scargill, zegt Woods en betoogt Helm, wel degelijk óók schoon gewonnen worden. Alleen, zegt Helm, heeft de technologie daarvoor nog een lange weg te gaan. De Britse regering heeft een beloning uitgelooft voor bedrijven die met een oplossing komen. „Voor het publiek lijkt het of de regering er hard aan trekt”, zegt Helm. „Maar in de praktijk is er weinig geld beschikbaar voor echte investeringen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden