Oude Spaanse reus in je tuin

Particulieren en bedrijven hebben er veel geld voor over: een eeuwenoude olijfboom uit het Middellandse Zeegebied in de tuin of het atrium. Maar Spaanse natuurbeschermers zijn niet blij. 'Ons erfgoed wordt verkwanseld.'

Het leek even of inpakkunstenaar Christo langs was geweest in Amsterdam. De vijfentwintig olijfbomen die op het Mr. Visserplein staan, waren onlangs met een plastic jas ingepakt om ze tegen de gure oostenwind te beschermen. Een kunstig gezicht.

"De ruim 250 jaar oude bomen, afkomstig uit Midden-Spanje, kunnen zich in de kou doorgaans goed handhaven", legt Hans Kaljee, bomenconsulent van de gemeente Amsterdam uit. "Ze kunnen gerust tegen 15 graden vorst. Maar kou in combinatie met een gure Nederlandse oostenwind vinden olijven niet leuk."

Amsterdam is geen uitzondering met zijn olijfbomen. De karakteristieke boom is de afgelopen tien jaar erg populair geworden. Particulieren, gemeenten en bedrijven in Noord-Europa, Amerika en de Golfstaten geven hun tuin, patio of kantoor graag een mediterraan tintje met deze Olea europaea die onder meer symbool staat voor vrede. De bomen worden gekweekt in Spanje en andere mediterrane landen. De oudere exemplaren - enkele van de verhandelde bomen zijn meer dan duizend jaar oud - zijn afkomstig van bestaande olijfgaarden. Een lucratieve handel. Zo zou een Franse miljonair 65.000 euro hebben neergeteld voor een meer dan duizend jaar oude boom afkomstig uit Portugal.

Verzet

In Spanje groeit het verzet tegen de verkoop van de honderden jaren oude bomen. Een petitie die het Europees Parlement oproept om de verkoop van deze oude bomen te verbieden, heeft inmiddels bijna 150.000 handtekeningen opgeleverd. En in maart gaat in Madrid 'El Olivo' in première. Deze film van de Spaanse actrice en regisseuse Icíar Bollaín gaat over een jonge Spaanse vrouw die een reis door Europa maakt op zoek naar de ruim duizend jaar oude olijfboom die in de tuin van haar familie stond. Sinds de verkoop van de boom is haar opa ontroostbaar.

"Deze eeuwenoude olijfbomen zijn de ooggetuigen van de Spaanse geschiedenis", vertelt César-Javier Palacios over de telefoon. Hij is de initiatiefnemer van de petitie op Change.org en hoofd van LIFE+, een project van de Spaanse Fundación Félix Rodríguez de la Fuente om eeuwenoude Spaanse bomen en bossen te beschermen. "De export van deze bomen is vergelijkbaar met de verkoop van historische Spaanse kerken aan rijke Amerikanen 150 jaar geleden", vindt hij. "Alleen is het nu ons natuurlijk erfgoed dat wordt verkwanseld."

Palacios: "Deze bomen zijn ouder dan de meeste kathedralen en musea en toch worden ze niet beschermd." In Spanje is de bescherming van natuurlijk erfgoed op regionaal niveau geregeld. Alleen Valencia heeft in 2006 een wet aangenomen die de verkoop verbiedt van bomen die ouder zijn dan 350 jaar. "Maar in bijvoorbeeld Andalusië, Aragon, Extremadura en Catalonië zijn geen restricties. Het resultaat is dat je deze oude bomen daar nauwelijks meer ziet."

De export wordt niet geregistreerd, maar het gaat jaarlijks om duizenden bomen, schat hij. Hij hoopt dat een Europees verbod op de handel in oude bomen niet alleen in Spanje maar ook in andere landen soelaas biedt.

Spiritueel gemis

Het probleem beperkt zich niet tot Spanje. Ook in Portugal, Griekenland en andere mediterrane landen speelt het. Voor de bewoners van deze door de crisis getroffen landen is de verkoop van de bomen een aardige bijverdienste. "Toch ontvangen de eigenaren van de bomen maar een fractie van de prijs die er uiteindelijk voor wordt betaald", zegt Palacios. "De grootste winst wordt in de tussenhandel gemaakt."

Hij noemt de export van de oude reuzen een spiritueel gemis. "Het gaat om de oudste levende organismen op aarde. Als ik naast zo'n boom sta, dan voel ik de geschiedenis die hij heeft meegemaakt. Het treurige is dat die bomen misschien nog honderden jaren kunnen leven. Nu is die kans klein. Veel bomen overleven het transport niet en voelen zich in het klimaat van Noord-Europa en Amerika minder goed thuis, daardoor sterven ze eerder."

Palacios verwacht niet dat de olijfbomen aan het Amsterdamse Mr. Visserplein, die in 2008 voor 1500 euro per stuk zijn geïmporteerd, erg oud zullen worden. Bomenconsulent Hans Kaljee betwijfelt dat. "We bewaken deze bomen bijna", zegt hij. "We hebben een contract met een bedrijf dat deze bomen inpakt zodra dat nodig is. Als we er goed voor blijven zorgen, kunnen ze ook hier heel oud worden."

Kaljee kan zich wel iets voorstellen bij de bezorgdheid van de Spaanse natuurbeschermers. "Vanuit cultuur-historisch perspectief begrijp ik ze wel. Zeker nu ik weet dat er in het Middellandse Zeegebied ook nog eens een ziekte onder olijfbomen heerst" (zie kader). Toch heeft hij geen spijt van de aanschaf en hij kan zich zelfs voorstellen dat hij nog een keer zulke oude bomen bestelt. "Deze bomen zijn tussen de 250 en 300 jaar oud. Het zijn de oudste bomen van Amsterdam. Als ik een rondleiding door de stad geef, sta ik daarom graag bij ze stil. Zo'n exoot is een leuke afwisseling tussen de talloze iepen waar Amsterdam om bekendstaat. Bovendien hebben de bomen een educatief karakter. Als ik met studenten bij ze stilsta, dan bespreek ik ook dit dilemma: mag je oude bomen exporteren?"

Onkruid

Olijfbomenverkoper Vincent Leeuwis van De Olijfgaard voelt zich niet aangesproken door de kritiek van de Spaanse natuurbeschermers. "Spanje telt meer dan 300 miljoen olijfbomen. Het is haast onkruid. Je kunt uren door Andalusië of de Spaanse Pyreneeën rijden en alleen maar olijfbomen zien. Daar zitten heus flink wat oude bomen tussen."

Via De Olijfgaard is het mogelijk om bomen tot 500 jaar oud te bestellen. Ouder dan dat, daar begint Leeuwis niet aan. Te duur en niet praktisch. "Een boom van duizend jaar oud heeft al gauw een omtrek van 500 centimeter. Die zijn lastig te transporteren."

Jaarlijks verkoopt Leeuwis twintig tot dertig bomen die een paar honderd jaar oud zijn. "Er zijn een stuk of vijftien olijfboomspecialisten in Nederland, dus reken maar uit om hoeveel bomen dat gaat. Op al die miljoenen bomen blijven er heus genoeg oude bomen over."

Een stop op de export van hele oude bomen zou hij onzinnig vinden. "Bovendien komt het voor dat oude olijfgaarden een nieuwe bestemming krijgen. Die bomen worden sowieso gerooid. Het is beter om ze een nieuwe plek te geven."

Natuurbeschermer Palacios ziet nog wel een verdienmodel voor de oude olijfgaarden waarvan de opbrengst van de bomen is gedaald. "In de buurt van Valencia heb je telers die zich specialiseren in olijfolie afkomstig van hele oude bomen en toeristen op hun terrein laten overnachten. Zo kun je het landschap in stand houden en toch rondkomen. Een fles olijfolie van oude bomen brengt honderd euro op."

Olijfbomenpest

In het Zuid-Italiaanse Puglia en Lecce moesten vorig jaar duizenden olijfbomen worden vernietigd. De bomen waren getroffen door de besmettelijke Xylella fastidiosa, een bacterie die de ziekte van Pierce overbrengt. Deze ziekte staat ook wel bekend als olijfbomenpest. De Xylella fastidiosa kan ook andere gewassen besmetten die voor Zuid-Europa belangrijk zijn, zoals druiven, citrus-, perzik- en amandelbomen. Er wordt gevreesd voor verspreiding van de ziekte.

Eind 2015 werd de bacterie al aangetroffen op het Franse Corsica en in de omgeving van Nice. Vandaar dat de Europese Unie eind vorig jaar de maatregelen opschroefde. Zo zijn de importregels voor onder andere sierplanten verscherpt. Bij een uitbraak van Xylella fastidiosa moeten sowieso alle waardplanten binnen 100 meter van de besmetting worden vernietigd. Om de besmette zone wordt dan een bufferzone ingesteld van 10 kilometer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden