Oude muziek, maar nu met slagroom

De naschokken van het rampjaar 2012, toen het Rijk de subsidie introk, zijn nog voelbaar. Maar Xavier Vandamme, directeur van het Festival Oude Muziek, is ondanks de precaire situatie voorzichtig positief. En het publiek blijft maar toestromen. 'Hoe obscuurder het repertoire, hoe voller de zaal.'

We weten nog helemaal niets", zei Xavier Vandamme in 2010 in deze krant. De kersverse directeur van het Festival Oude Muziek Utrecht stond toen aan de vooravond van zijn eerste editie, en hij wilde met die uitspraak aangeven dat er ondanks alles wat het festival al had uitgegraven, nog zoveel te ontdekken en te onderzoeken viel. Nu zijn zesde festival voor de deur staat - vrijdag verzorgen oudemuziekicoon Jordi Savall en zijn ensemble Hespèrion XXI het openingsconcert - scherpt Vandamme zijn uitspraak van toen nog maar eens aan: "We weten nog veel minder."

Vandamme wil maar aangeven dat de ontwikkelingen in het spelen en zingen van oude muziek - grofweg de periode tussen 1200 en 1750 - alsmaar doorgaan, dat er steeds weer mensen en ensembles opstaan met tegendraadse en revolutionaire ideeën.

Keihard in de snaren

"Die ensembles willen wij voorrang geven", zegt Vandamme met overtuiging. "Om het gegeven te doorbreken dat elk barokorkest tegenwoordig op het vorige lijkt. De globalisering, die al eerder bezit heeft genomen van 'gewone' orkesten, neemt nu ook de wereld van de barokorkesten over. Ze klinken nagenoeg allemaal hetzelfde. Wij zoeken naar het afwijkende. Vorig jaar hadden we hier bijvoorbeeld zo'n gek als violist Gunar Letzbor met zijn Ars Antiqua Austria als artist in residence. Letzbor is iemand die keihard in de snaren duikt met navenante resultaten. Op zijn concerten kwamen veel collega-musici af, die het misschien artistiek totaal niet met hem eens waren, maar die wel nieuwe ideeën opdeden.

"Het thema waar wij dit jaar voor hebben gekozen is 'England, my England'. We zetten de Engelse muziek centraal, maar we laten die Engelse composities hier bijna allemaal uitvoeren door niet-Engelse ensembles. Ik hou van dat soort leuke, ietwat verborgen boodschappen in de programmering. Zo voert het Italiaanse La Risonanza onder leiding van Fabio Bonizzoni de Engelse opera 'Semele' uit 1707 van John Eccles uit. Heel goede en leuke muziek, maar het werk is amper uitgevoerd. Wij laten dat doen door mensen die vermaard zijn geworden met hun uitvoeringen en opnamen van de vroege cantates van Händel uit precies diezelfde tijd. Zo'n stuk als 'Semele' doen we in de grote zaal van TivoliVredenburg, onze vertrouwde festivalstek die we vorig jaar na zeven jaar sluiting en verbouwing weer konden gebruiken. Je merkt wel dat je voor zo'n onbekend werk van Eccles veel moeite moet doen om de zaal vol te krijgen. In de jaren dat Vredenburg dicht was, waren onze grote concerten in Utrechtse kerken, waar veel minder mensen in pasten."

Sinds Vandamme directeur is, groeide het publiek dat het festival bezocht met zeventig procent. Het draagvlak wordt volgens hem breder en de voorverkoop voor het festival van dit jaar is nog groter dan verwacht of gehoopt. Nog vóór het festival begint voorspelt Vandamme al een nieuw record.

"Over het algemeen is het zo dat de kleinere concerten van vijf uur 's middags in de kleinere locaties meteen vol zitten. Hoe obscuurder het repertoire daar, hoe voller de zaal. Ons publiek is wat dat betreft goed opgevoed. We hebben mensen laten wennen aan het onbekende en als het hun dan een paar keer erg is meegevallen, vertrouwen die liefhebbers ons blind. Omdat de grote zaal van TivoliVredenburg zo groot is, en omdat we het een nieuw publiek makkelijker willen maken om de stap te zetten, is er op de concerten van acht uur 's avonds bekendere muziek te horen en spelen daar de grotere namen. We wilden veel muziek van Purcell laten horen, en als dan iemand als Christina Pluhar met haar groep L'Arpeggiata diens opera 'Dido and Aeneas' wil uitvoeren, zeg je als programmeur natuurlijk niet nee.

Middenklassepubliek

"Dat concert is trouwens het duurste van het festival, een tientje duurder dan de andere grote avondconcerten. Ik weet dat we met onze prijzen aan de lage kant zitten als je het vergelijkt met andere Europese topfestivals. Maar het gros van ons publiek is een middenklassepubliek. Gewone mensen, zoals jij en ik. Als we de prijzen fors zouden verhogen, blijven die mensen weg. Dat wil ik pertinent niet. En je moet niet vergeten dat we als festival graag willen dat mensen meerdere concerten bezoeken, en daardoor het echte festivalgevoel krijgen. Met duurdere kaarten wordt dat moeilijker. Ik sprak vorig jaar een concertbezoeker in een rolstoel. Hij kende mij niet, maar we raakten aan de praat over het festival en hij vertelde mij dat hij al twintig jaar het festival bezocht, maar dat hij nu voor de eerste keer bij een betaald concert aanwezig was. Hij had een setje van vijf concertkaarten als cadeau gekregen. Daarvóór kon hij altijd alleen maar de gratis fringe-concerten bezoeken. Zo'n verhaal zet je wel aan het denken."

Een festival dat na zovele jaren onverminderd populair blijft, zelfs een ongekende publieksgroei laat zien. Wat doen jullie goed?

"Dat is een moeilijke vraag. Maar ik denk dat een deel van de verklaring van ons succes is dat we het publiek serieus nemen. Een publiek wil volgens mij ook niet anders dan serieus genomen worden. Ik wil niet meegaan in het klimaat waarin concertorganisatoren schroom of angst hebben om inhoudelijk voluit te gaan. Ze spelen op safe zodat ze - denken ze - een zo breed mogelijk publiek kunnen aanspreken. Ik ben me ervan bewust dat een festival iets anders is dan het programmeren van een heel regulier seizoen, maar ik geloof diep en fundamenteel dat als we durf en experiment uit de weg gaan, dat we dan op weg zijn naar het einde.

"Oude muziek kan en moet steeds weer nieuw zijn. We willen hier de komende tien jaar een engagement ontwikkelen voor meer biodiversiteit binnen de oudemuziekbeweging. Recent historisch onderzoek toont steeds overtuigender aan dat er een sterke en vruchtbare band is geweest tussen de protestantse cultuur en de oudemuziekbeweging zoals we die vanaf de jaren zestig kennen: met een enorm respect voor de tekst, de partituur. Een dirigent, een solist of een zanger mocht geen ego hebben, maar moest dienstbaar zijn. Het was een soort Bauhaus-stijl, strak, zonder slagroom. Maar we moeten die mechanismen onder ogen durven te zien en te onderzoeken wat we kunnen loslaten om te blijven evolueren. Het is paradoxaal dat we de barokmuziek uitvoeren in een strakke Mondriaanstijl; dat is juist anti-Barok. De emotie en de retoriek erachter is vaak ver te zoeken; die willen wij terugbrengen."

Mooie ambities, maar gaat dat financieel ook lukken?

"Na het rampjaar 2012 waarin we onze rijkssubsidie kwijtraakten en zeventig procent minder te besteden hadden, doen we het wonderwel. Private fondsen zijn met grote sommen te hulp geschoten. Maar ondanks de successen teren we in op het eigen vermogen. Nog één jaar en dan is het op. We werken met een te kleine ploeg, er wordt roofbouw op mensen gepleegd. Dan krijg je uitval. Hoe goed we het festival nu ook in de lucht houden, de situatie is extreem precair.

"Het lijkt er nu iets beter uit te zien, omdat de Tweede Kamer een motie heeft gesteund waarin ons festival weer rijkssubsidie zou moeten krijgen. En al blijft het natuurlijk slechts een financiële reparatie, ik ben voorzichtig positief over de toekomst."

Tips Festival Oude Muziek Utrecht

Het ensemble Vox Luminis is met zijn leider Lionel Meunier artist in residence. Zaterdag voeren zij de 'Funeral Sentences for Queen Mary' van Purcell uit. Twee dagen later brengen zij samen met Jean Tubery's ensemble La Fenice een uitvoering Purcells 'King Arthur'.

De Tudor-Polyfonie die in veel Engelse kathedralen met hun waaierplafonds werd gezongen, komt in maar liefst tien middagconcerten in Utrechtse kerken langs met bijzondere aandacht voor de muziek van Tallis en Byrd.

Dinsdagavond voert het Gabrieli Consort & Players onder leiding van Paul McCreesh odes voor Sint Cecilia uit; uiteraard die van Purcell, maar ook een Purcell-achtige hymne van Benjamin Britten.

Woensdag speelt het Schotse Dunedin Consort van John Butt de masque 'Venus and Adonis' van John Blow.

Christina Pluhar maakt volgende week zaterdag met haar ensemble L'Arpeggiata vast iets heel bijzonders van Purcells onverwoestbare operaatje 'Dido and Aeneas'.

Het slotconcert op zondag 6 september wordt verzorgd door Gli Angeli Genève van Stephan MacLeod. Zij brengen een programma met muziek van Tallis, waaronder zijn 'Lamentations'.

En vergeet vooral niet al die kleine concertjes, sommige gratis toegankelijk, verspreid over de dag in al die locaties die Utrecht rijk is. Daar is vaak veel fraais te ontdekken.

Het Festival Oude Muziek Utrecht duurt van 28 augustus tot en met 6 september. Voor alle info: www.oudemuziek.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden