Oude meesters / Zoek de vrouw of: Aristoteles als rijdier

Dat filosofen over het algemeen niet al te positief over vrouwen gesproken hebben is een understatement. Vooral de Duitse filosofie kan in grote lijnen als misogyn worden bestempeld. Haar kopstukken Hegel, Schopenhauer en Nietzsche staan bekend als vrouwenhaters. Hun uitvallen naar de vrouwelijke sekse zijn een reactie op de eerste prille manifestaties van de vrouwenemancipatie: ze willen hun voorrangspositie koste wat kost behouden. Maar hun vrouwenhaat wordt ook wel psychologisch verklaard. Zo zou Schopenhauer te lijden hebben gehad onder een tirannieke moeder, die vanuit ons perspectief juist een zelfbewuste, kordate vrouw is die haar lot zoveel mogelijk in eigen handen neemt. En Nietzsche? Veelzeggend genoeg is 'Je gaat naar vrouwen? Vergeet de zweep niet!' zijn meest geciteerde -maar misschien minst begrepen- uitspraak.

Tja, Nietzsche en de vrouwen -er zijn boeken over vol geschreven, zonder dat ze veel licht op de zaak werpen. Misschien is het heel simpel: Nietzsche had het niet op vrouwen en de vrouwen niet op hem, al dacht hij daar zelf heel anders over. Slechts met plaatsvervangende schaamte lees je zijn uitspraken over vrouwen, vooral in zijn brieven. Hij geldt als een eminent psycholoog. Dat mag waar zijn, maar een psycholoog in eigen zaak was hij allerminst en de psyche van de vrouw was voor hem terra incognita.

Hegels kijk op vrouwen had niets met psychologie te maken, tenminste voor zover we dat met de schaarse informatie over zijn psyche kunnen beoordelen. In elk geval was hij, anders dan Schopenhauer en Nietzsche, keurig en -ja, waarom niet?- gelukkig getrouwd. Zijn onderwaardering van de vrouw berust niet op teleurstellende persoonlijke ervaringen. Ze is theoretisch gefundeerd en opgenomen in zijn ontologie: de vrouw was de missing link tussen man en dier. Daarmee is Hegel, als zovele filosofen, er niet in geslaagd zich in zijn filosofie aan zijn kleinburgerlijke maatschappijopvatting te ontworstelen. Zijn politieke en sociale denkbeelden weerspiegelen zich zelfs in zijn extreem abstracte ontologie. Hij blijft verstrikt in de heersende ideologie van zijn tijd. Evenmin als Schopenhauer en Nietzsche kan Hegel over zijn eigen schaduw springen.

Nu is de vrouw niet altijd het lijdend voorwerp van brute filosofen geweest. Als je de overlevering mag geloven waren de rollen in de Oudheid omgekeerd. De vrouwen hebben in die tijd vaak genoeg zelf de zweep gehanteerd en hun filosoferende partner letterlijk onder de knoet gehouden. Bovendien hebben ze de wereldvreemde besognes van de mannen bespot en aan de kaak gesteld. Dat begint al bij Thales (625-545 v. Chr.), de eerste filosoof uit de Griekse oudheid. Van hem wordt verteld dat hij eens door een oude vrouw werd meegenomen om de sterren te observeren, en verdiept in het hogere als hij was, prompt in een kuil viel. Op zijn hulpkreten zou de vrouw geantwoord hebben: ,,Hoe kun je verwachten alles over de hemel aan de weet te komen, als je niet eens weet wat vlak voor je voeten ligt?'' Volgens sommige bronnen ging dat antwoord met smadelijk gelach gepaard. Hier vertegenwoordigt de vrouw het gezond verstand dat zich verre houdt van speculatie en hemelbestorming; hier krijgt de vrouw de lachers op haar hand door de wijsgeer te bespotten, die alles, zelfs het nutteloze, wil weten. Met deze anekdote wordt de kiem gelegd voor het stereotiepe beeld van de verstrooide professor die zich in het dagelijkse leven niet weet te redden.

Bespotting verandert in vernedering in het verhaal van Aristoteles en Phyllis, een hofdame uit de kring van Alexander de Grote. Phyllis verklaarde dat zij de wijze leermeester van de grote Alexander wel klein kon krijgen. Hoe zij dat aanpakte is te zien op verschillende afbeeldingen, waarvan die van Hans Baldung Grien de bekendste is. Phyllis, een vrouw van breugheliaanse proporties, zit pontificaal in amazonezit boven op Aristoteles, die de houding heeft aangenomen van rijdier. De attributen van de onderwerping, bit, teugel en zweep, ontbreken niet. Phyllis kijkt voldaan en triomfantelijk op de bebaarde en al kalende Aristoteles neer, wie het huilen nader staat dan het lachen.

Aristoteles was niet het enige slachtoffer van vrouwelijke heerszucht. Door verschillende antieke schrijvers wordt breed uitgemeten hoe het huiselijke leven van Socrates door zijn canaille van een vrouw Xantippe tot een hel werd gemaakt. Bespotting en vernedering is in de Oudheid dus vaak het loon dat wijze mannen uit handen van de vrouw ontvangen. De strijd tussen de seksen eindigt in die situatie doorgaans in een zege van de als helleveeg ten tonele gevoerde vrouw.

Misschien hebben de vrouwvijandige Duitse filosofen zich wel willen wreken voor de onheuse behandeling die hun verre Griekse voorgangers van de vrouwen te verduren hadden. Filosofen hebben lange tenen en het geheugen van een olifant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden