Oude luister in een nieuwe tijd

Morgen is het precies 125 jaar geleden dat het Amsterdamse Concertgebouw zijn deuren opende. Directeur Simon Reinink praat over verleden en toekomst. Hoe zorgt hij dat de zalen vol blijven? 'Het klassieke concert als een ritueel waarbij je stil moet zitten, spreekt niet iedereen aan.'

Met een muzikaal sterrengala wordt vanavond het jubileum van het Concertgebouw gevierd en vanaf morgen staat de gerenoveerde gouden lier weer fier boven op het gebouw van directeur Simon Reinink.

Gefeliciteerd! Hoe gaat het met de jarige?
"Het gaat de jarige goed. Het Concertgebouw heeft er in de 125 jaar van zijn bestaan nog nooit zo goed, zo mooi uitgezien."

Mooier dan bij de ingebruikname op 11 april 1888?
"O ja, zeker. De muren van de zaal waren toen gewoontjes wit, de foyers heel saai en sober ingericht. Het geld voor dit particuliere initiatief was toen kennelijk al snel op. Een en ander werd relatief eenvoudig afgewerkt. Een heel verschil met de stralende conditie van het gebouw nu. Met de verbouwing van de entreehal hebben we de laatste stap gezet van de grootschalige renovatie. De grote kroonluchter in die nieuwe hal is samengesteld uit onderdelen van oude luchters uit het gebouw en van led-licht voorzien. Dankzij de steun en inzet van vele particulieren en fondsen is het renovatieproject nu helemaal afgerond."

Helemaal?
"Het is nooit klaar. Morgenmiddag wordt bijvoorbeeld de gerenoveerde gouden lier weer bovenop het gebouw geplaatst. Ik ging weleens op het dak kijken en stelde vast dat de lier behoorlijk aan het corroderen was. Ik dacht dat het een klein, eenvoudig klusje zou worden, maar onze schilder is er twee maanden mee bezig geweest. Het bladgoud, dat er laagje voor laagje is opgelegd, glimt je nu weer tegemoet.

Het jaarlijkse onderhoud alleen kost al twee miljoen euro. We willen het gebouw nu duurzamer maken, bijvoorbeeld door nieuwe verlichting en isolatie. Voor de bezoekers zal er op het oog de komende tijd niet veel meer veranderen, maar achter de schermen des te meer. En dat is hard nodig om de kosten in de toekomst beheersbaar te houden en ook om een bijdrage te leveren aan een duurzamere wereld."

Hoe staat het met die bezoekers? Tien jaar geleden was het Concertgebouw met meer dan 800.000 concertgangers per jaar de best bezochte concertzaal ter wereld. Is dat nog steeds zo?
"Eerlijk gezegd heb ik nooit uitgezocht of het Concertgebouw de best bezochte zaal is. Ik vind het ook niet belangrijk. Ik hecht veel meer aan de aard en kwaliteit van wat we doen. We hebben nu ruim 700.000 bezoekers per jaar, dus dat is wel wat minder dan tien jaar geleden, maar recente cijfers laten zien dat er weer een lichte stijging is. Het is nu in ieder geval stukken beter dan 125 jaar geleden. De zalen waren toen heel slecht gevuld en er werden soms zelfs palmbomen tussen de stoelen gezet om het wat voller te laten lijken.

Men heeft zich in die beginjaren niet gerealiseerd wat voor uniek gebouw er was neergezet, en hoe groot de reputatie ervan zou worden. Men begreep de muziek die er gespeeld werd ook niet goed. In een van onze decenniumfilmpjes op onze website heeft een oude bezoekster het in dat verband bijvoorbeeld over het grapje van destijds: 'mal, maller, Mahler'. Maar uiteindelijk hebben dirigent Willem Kes, en na hem Willem Mengelberg, voor een omslag gezorgd."

Mahler zorgt nu geheid voor volle zalen, maar hoe lang nog? Hoe houdt u de gang naar het Concertgebouw in de toekomst gaande?
"We zijn zeer trots op wat we hier brengen. Kwaliteit vind ik belangrijker dan kwantiteit. We hebben per seizoen negenhonderd evenementen en qua programmering behoren we tot de wereldtop. De internationale reputatie van het Concertgebouw weegt natuurlijk zwaar, en we stellen onszelf voortdurend de vraag of we nog steeds doen waar we goed in zijn.

Onze vaste bespelers zijn in dat verband medebepalend. Het Koninklijk Concertgebouworkest, de NTR ZaterdagMatinee, Riaskoff's Meesterpianisten en het Nederlands Philharmonisch Orkest stellen hun eigen programmering samen en brengen die in onze zaal. Zelf nemen we ruim vijftig procent van de programmering voor onze rekening. Daarin zitten vaste ankers, zoals de serie Wereldberoemde Orkesten in de Grote Zaal en de Vocale Serie in de Kleine Zaal. Maar we willen ook nieuwe dingen blijven doen, zoals bijvoorbeeld Concertgebouw Classics en de serie Scherpdenkers die we samen met het Muziekgebouw Eindhoven programmeren.

Topmuziek blijft hoe dan ook belangrijk. De muziek van Beethoven op het hoogst mogelijke niveau zal hier altijd blijven klinken. Zelfs als je die formule kapot zou wíllen maken, dan lukt je dat niet. Onverwoestbaar. Maar innovatie is absoluut noodzakelijk. En daar zijn we voortdurend mee bezig."

U bent nu zeven jaar directeur hier. Waren het magere of vette jaren?
"Zeven jaar en één dag, op de kop af. Ik voel me nog steeds buitengewoon bevoorrecht om dit te mogen doen. De economische wind zat vanaf het begin behoorlijk tegen. Zeker vanaf zo ongeveer in 2008 ging het minder. Volgens mij hebben we daar heel snel en pro-actief op gereageerd. We hebben de nodige bezuinigingen doorgevoerd en we zijn er redelijk goed doorheen gekomen. De renovatieplannen zijn afgemaakt, zoals ik al zei. Tegelijkertijd hebben we een eind gemaakt aan twee vaak gehoorde klachten van de bezoekers. Er zijn veel toiletten bijgekomen waardoor de rijen stukken korter zijn, en er is nu eindelijk goede koffie - vooral over dat laatste werd jaren geklaagd.

Wat we doen voor kinderen is erg gegroeid en ook de participatie-projecten zoals de Meezing Matthäus en de verschillende koorprojecten voor liefhebbers trekken veel belangstellenden. En we hebben nieuwe programma formats bedacht, zoals Tracks en Classics. Tracks biedt concerten van een uurtje die om negen uur beginnen, bij Classics krijg je bekende klassieken te horen, nadat je eerst in het gebouw hebt gedineerd."

Hoe ver moet je gaan met die formats, hoeveel concessies maak je om de instap zo makkelijk mogelijk te maken?
"Je moet op meerdere segmenten actief zijn om het publiek van morgen te bereiken. Vroeger was de aanwas van publiek voor klassieke muziek bijna iets vanzelfsprekends. Die aanwas bestond toen ook al uit veertigers, omdat je op die leeftijd, als de kinderen zijn opgegroeid, meer tijd en geld hebt voor concerten. Het verschil is dat de veertigers van nu niet meer per se opgevoed zijn met klassieke muziek. Er is nu een bovendien andere kunstbeleving. Het klassieke concert als een ritueel waarbij je stil moet zijn en stil moet zitten, spreekt niet iedereen aan. Jongeren willen veelal een multidisciplinaire avond, liefst ook nog interactief. Het is een artistiek zoektraject om formats te bedenken voor deze tijd, maar we zullen nooit afbreuk doen aan de kwaliteit van de muziek. Daar gaat het in laatste instantie altijd om. En je hoopt dat je bij bezoekers van Classics de belangstelling hebt gewekt en dat ze een keer een hele symfonie willen horen. Dan kunnen ze hier naar een regulier concert komen."

Kijkt u de kunst bij anderen af? Is er overleg met collega's?
"Zeker. We maken deel uit van de European Concert Hall Organisation. Daarin zitten alle belangrijke concertzalen van Europa, van Londen tot Wenen en van Parijs tot Stockholm. We programmeren samen de serie Rising Stars waarin door ons voorgestelde jonge talenten op tournee kunnen langs de concertzalen. En soms initiëren we zelf wat, zoals twee jaar geleden 'Close Up' van Michel van der Aa met Sol Gabetta en Amsterdam Sinfonietta. Twee keer per jaar komen we bij elkaar en kijken we wat we van elkaar kunnen leren. Dat kan gaan over fondsenwerving, over marketing of over live streaming van concerten."

Live streaming van concerten, dat is iets nieuws voor het Concertgebouw. Hoe zijn de ervaringen tot nu?
"Dit is voor ons een pilot jaar waarin we ervaring opdoen. Op de zolder van het gebouw hebben we een volledige studio ingericht en ik moet zeggen dat de kwaliteit van de beelden ongelofelijk goed is. We werken met zes à acht kleine op afstand bestuurde camera's op vaste plekken in de zaal plus twee handbediende camera's op het podium. Die worden aangestuurd door een regisseur boven in de studio. Als we het willen doen, dan moet het technisch wel op een goede manier. Dit jaar gaan we onderzoeken hoe we dit kunnen promoten in binnen- en buitenland. De jubileumconcerten die we nu uitzenden, zijn gratis te volgen, maar dat kan natuurlijk niet zo blijven. Er zal op den duur een soort van vergoeding voor moeten worden betaald. Hoe? Dat weet ik nog niet.

Deze nieuwe vorm van zichtbaarheid is heel belangrijk voor ons. Kijk, het Concertgebouw is een wereldmerk, maar het gebouw is onverplaatsbaar. We zitten vast aan deze postcode. Straks, als alle musea weer open zijn, is het Museumplein weer helemaal beschikbaar. Naar verwachting komen om die reden jaarlijks zo'n twee miljoen mensen extra naar het Museumplein. Als wij, als Concertgebouw, bekender willen worden in het buitenland, dan helpen die live streamings enorm."

Nog andere wensen?
"Altijd. Zo is het eeuwig zonde dat men in 1920 de tuin heeft verkocht. De tuinconcerten waren toen overigens al afgeschaft vanwege te veel omgevingsgeluiden. Ja, die tuin zou ik wel terug willen, omdat je dan wat meer ademruimte om het gebouw hebt. Ook al omdat het met de stedelijke ontwikkeling rondom het gebouw destijds niet goed is gegaan. Het is een grote vergissing geweest dat men de Van Baerlestraat vóór het gebouw plande, en niet erachter. We zijn nu als het ware afgesneden van het Museumplein. We missen een mooie buitenruimte om het gebouw heen, een mooi entreeplein. Misschien dat het Concertgebouwplein ooit een andere inrichting krijgt.

Het Concertgebouw begon als initiatief van particulieren en nog steeds zijn we een particuliere organisatie. Op een begroting van twintig miljoen euro hebben we nog geen vijf procent overheidssteun. Dat particuliere zit in het DNA van dit gebouw, en het is belangrijk om dat te handhaven. Het is ongelofelijk hoe dat initiatief uit 1888 zich ontwikkeld heeft. Dat had niemand toen kunnen bedenken."

Sterrenjubileum
In aanwezigheid van koningin Beatrix, prins Willem Alexander en prinses Máxima treedt vanavond een feest-ensemble uit de orkesten van Amsterdam, Berlijn, Wenen en München aan onder leiding van Mariss Jansons. Solisten zijn Janine Jansen, Thomas Hampson en Lang Lang. Radio 4 zendt het concert vanaf 20.00 uur rechtstreeks uit. Op Nederland 2 is vanaf 23.00 uur een registratie te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden