Oude Hanzestad met flow

Zwolle een brave provinciehoofdstad? Nee, de Hanzestad zit in een flow. Oud en nieuw vallen daar nu perfect samen.

Een halve eeuw geleden, de Staphorsters liepen nog in dracht over de veemarkt in de binnenstad, besloot mijn Zwolse opa te emigreren. Maar niet te ver. Visschers blijven graag hangen in de buurt van Zwolle. Voor opa lonkte een kapperscarrière in de even kale als nieuwe Noordoostpolder. Zo veranderde Zwolle voor mijn familietak in een heimweestad op een uurtje rijden met de auto of - als toeristisch uitje - het laatste deel met het koddige Kampertreintje.

Zwolle was de enige serieuze stad in de wijde omtrek. Dáár had je de intercity's naar de rest van de wereld. Daar waren ziekenhuizen met gespecialiseerde artsen. Een warenhuis met echte roltrappen. Een rechtbank. En tot 1986 ook voor onze polder het provinciehuis. Menig klasgenoot studeerde er op een hogeschool. Zwolle was de wat brave provinciestad voor onderwijzers, ambtenaren, juristen en spoorwegbeambten.

Nu blijkt die heimweestad geschiedenis. Zwolle kruipt uit zijn ei.

Dat besef je meteen als je in Het Ei van Zwolle zit. Want sinds museum De Fundatie een eivormige bovenetage liet plaatsen, heeft Zwolle er een publiekstrekker bij. De wolk op het dak had vanwege de ramen ook een oogbal kunnen zijn. Op het publiek - kunstkenner of leek - oefent de wolk een magnetische aantrekkingskracht uit. Die wil je niet missen. Datzelfde geldt voor 'Waanders in de Broeren', de boekhandel-nieuwe-stijl in een kloosterkerk. Bij Waanders aan de koffie met een Peperbuskaasbroodje, waaien conservatoriumklanken binnen via de open deuren naar het kloostercomplex. Op straat hoor ik zelfs Chinees praten (denk ik), Engels en Rotterdams. Stellen wandelen hand-in-hand. Zo ken ik Zwolle helemaal niet. Maar dan realiseer ik me dat ik dit jaar al driemaal vanaf de Veluwezoom naar Zwolle ben gereisd - gewoon voor mijn plezier. Dat is nieuw. Wat is er aan de hand?

De Peperbus is nog steeds de Peperbus. De Sassenpoort is onveranderd. Misschien ligt het aan het nieuwe publiek op straat. Niet alleen de buitenwacht ontdekt Zwolle, ook de bevolkingssamenstelling verandert. Zwolle groeit elk jaar met duizend inwoners. De gemeente organiseert kennismakingstochten voor nieuwkomers. Die krijgen dan een andere mooie kant van Zwolle te zien die een toerist mist: de buitenkant. Daar ontdek je pas echt dat de stad zichtbaar groeit en bloeit.

De groei is lang tegengehouden door de gemeente Zwollerkerspel. Die lag als een korset om de stad. Lukraak uitbreidingswijken en fabrieksterreinen bouwen, kon Zwolle lang niet vanwege dorpjes als Berkum en Wijthmen. Terwijl andere steden direct na de oorlog groeiden, bleef Zwolle klein. Pas na de gemeentefusie in 1967 kon Zwolle expanderen. Dat gebeurde met verhoudingsgewijs aardig wat respect voor het grazige landschap vol weilanden, dorpen, rivieren en weteringen.

Het contrast tussen oud en nieuw is vanaf de fiets goed waar te nemen. Er zijn prima routes langs de stadsranden. Zwolle werd niet voor niets de Fietsstad 2014. Een mooi startpunt is park Het Engelse Werk bij de Katerveersluizen. De stadsbebouwing eindigt op gepaste afstand van de IJssel, merk je op weg naar Harculo. De IJsselbruggen, waaronder de nieuwe rode spoorbrug, getuigen van Zwolle's historische pluspunt: de goede ligging en bereikbaarheid.

Aan de horizon duikt af en toe een glimmende kantoortoren op. Die stoort het stadsaanzicht niet. De opgeslokte dorpjes zijn omgeven door woonwijken zonder dat het dorpskarakter is weggevaagd. Aan Zwolle's oostkant bepaalt de Vecht het landschapsbeeld. Bij Berkum wisselen bos en weide elkaar af. Een gewilde woonplek. Het nieuwe streekziekenhuis Isala aan de horizon is organisch ontworpen. De nieuwbouw met vlindervormen moest en zou fraai in het landschap passen.

Ver buiten beeld, achter de Vecht, bouwt Zwolle nieuwe bedrijven. De Ikea komt. Wehkamp bouwt er nieuw. Dichterbij, voorbij de Agnietenberg, vloeien de Vecht en het Zwarte Water samen. Geen straf, zo'n groen uitloopgebied voor jezelf of je hond. De woonwijken liggen er ontspannen tegenaan. Zelfs Zwolse buurten uit de seventies, zoals de Aa-landen, worden door stedenbouwkundigen tot 's lands mooiste gerekend. Je hoort nu Zwollenaren die meer rafelranden aan de stad eisen.

In het historische centrum van Zwolle is die ruwheid amper te ontdekken. De laatmiddeleeuwse Broerenkerk bood jaren plaats aan techno-muziekfeesten. Maar nu boekhandelaar en uitgever Wim Waanders die kerk terugbracht in authentieke staat, is zelfs dit rafelrandje foetsie. Niemand die daarover klaagt trouwens. Integendeel. Wie Zwolle herontdekt, merkt een nieuw zelfbewustzijn in de stad. Zwolle zit lekker in zijn vel. Een flow die nieuwe heimwee opwekt.

Zwolle heeft groot geluk dat de historische stad nooit helemaal is gesloopt of gedempt in de oorlog of de wederopbouwjaren.

Zo zijn er meer gelukjes. De sterrenkoks. De voetbalkampioenen. De hbo-studenten die de stad voor te veel braafheid behoeden. Nederland telt veel historische steden. Maar amper historische steden die tevens groeikern zijn. Raar maar waar. Zwolle (123.000 inwoners) is het nieuwe Flevoland. Op naar de 140.000.

Remigreren dan maar, Visschers?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden