Oude glorie behoeft een nieuw jasje

De glorietijd van riante residenties voor diplomaten is voorbij. De diplomatieke dienst moet af van zijn oude imago en drastisch hervormen. 'Maar juist op die borrels en recepties kunnen ze goed zaken doen.'

De kerntaak van de diplomaat is al duizenden jaren oud, zegt oud-ambassadeur Rienko Wilton (70) onder het genot van een kopje koffie bij hem thuis in het Haagse Marlot. Wilton trad in 1982 als diplomaat bij Buitenlandse Zaken in dienst, zette in 2002 de ambassade van Malta op en was voor zijn ambtenarentijd Midden-Oosten- correspondent in het Beiroet van de jaren zeventig voor Belgische en Nederlandse kranten, de NOS en de Avro. "Ik heb een gek leven achter de rug, van fluitende kogels om m'n kop tijdens de Libanese burgeroorlog tot mensen die het Wilhelmus voor me zongen." De kerntaak van de diplomaat behoudt zijn waarde, concludeerde de adviescommissie 'Groep van Wijzen' in haar onlangs gepubliceerde tussenrapportage over de modernisering van de diplomatie. Maar, luidt hun dringend advies: het ministerie zal moeten hervormen om ook zijn relevantie te behouden.

Het rapport schetst een beeld van een in zijn voegen krakende wagen, die de realiteit met wat er buiten de poorten gebeurt dreigt te verliezen. Maar of er nou wel of niet wordt hervormd, de relevantie van 'de boodschappenjongen' staat volgens Wilton buiten kijf. "Regeringen zijn net als mensen. Ze kunnen blij of boos zijn, zich buitengesloten of gedwarsboomd voelen. Het is altijd de taak van een diplomaat geweest om met de overheden van die landen te communiceren en kansen te ontsluiten."

Dat kan de minister ook in een sterk globaliserende wereld niet zelf, want: 'de ambassade vertelt hoe het écht zit.' Maar volgens de adviescommissie gaat netwerken allang niet meer om de 'klassieke' manier van communiceren tussen staten. Informele netwerken zijn steeds belangrijker geworden waarbij interactie met de samenleving en het bedrijfsleven noodzakelijk zijn. Al behoort Wilton tot het tijdperk van het corps diplomatique oude stijl, juist dat informele aspect van het netwerken vormde een belangrijk onderdeel van zijn werk. Een vaardigheid die hij al had opgepikt tijdens zijn carrière als correspondent.

Arafat: nachtwerk
In zijn studeerkamer hangen niet alleen foto's aan de muur die de klassieke diplomatie illustreren: van een chef de poste die handjes schudt met Queen Elisabeth en Balkenende, maar ook een jeugdige Wilton met een NOS- microfoon in zijn hand naast PLO-leider Arafat. Als rondreizend correspondent had hij goede contacten met allerlei partijen, onder wie de Palestijnse leider. Hij bracht verschillende parlementariërs uit Nederland op hun verzoek met hem in contact. "Dat werd altijd nachtwerk, want Arafat ontving geen mensen voor twee uur 's nachts."

De 'boodschappenjongens' moeten natuurlijk wel ergens aanwezig zijn om ook daadwerkelijk nieuwe stijl te kunnen onderhandelen. Wilton deelt daarom de visie van de adviescommissie - eerder ook bepleit door de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken - dat Nederlandse vertegenwoordiging in zoveel mogelijk landen belangrijk is. "Hoe promoot je anders het Nederlandse bedrijfsleven?" De tot inmiddels 100 miljoen opgelopen bezuinigingen en de sluiting sinds 2010 van tot nu toe acht posten wereldwijd, maken de uitvoering van de kerntaak van de diplomaat er dus niet makkelijker op. Ook de toenemende globalisering zet de Nederlandse diplomatie onder druk: de invloed aan de onderhandelingstafel neemt af ten gunste van opkomende economieën. Diplomaten moeten daarnaast steeds vaker hun onmisbaarheid hard maken richting de belastingbetaler, zo adviseerde ook de commissie "Iedereen denkt maar dat diplomaten een stelletje sherrydrinkers zijn die mooi weer zitten te spelen in een veels te groot huis" zegt Wilton. "Dat lijkt allemaal waar. Maar wat er niet verteld wordt is dat ze juist op die borrels en recepties goed zaken kunnen doen."

De oud-ambassadeur windt zich zichtbaar op. Facebook, Twitter, de diplomaat moet met de samenleving in gesprek. Maar volgens Wilton zit daar een spanning, mensen willen ondanks hun kritiek toch een bepaald beeld bewaarheid zien. "Als er problemen zijn in een land, zeggen ze ineens: toch goed zo'n ambassade! En dat er dan zo'n keurige man in een pak rondloopt en dames met een parelkettinkje, dat willen de mensen zien, anders klopt hun beeld niet meer."

Luisteren
Onderdeel van het imago is het beeld van een hiërarchisch, elitair en protocollair ministerie, dat Wilton deels onderschrijft. Door zijn late aantreden wist hij vanaf het begin dat hij het niet tot ambassadeur in een groot land zou schoppen. "Je moet bij Buitenlandse Zaken je sporen verdienen, er zit in de verdeling van posten een duidelijke hiërarchie." Dat is volgens de oud-ambassadeur ook niet erg. "Je moet eerst twintig jaar naar je superieuren luisteren, die hebben de ervaring."

En ondanks hervormingen binnen de diplomatie, mag zoiets als het protocol volgens Wilton juist niet aan belang inboeten. "Dat je je correct kleedt en met mes en vork kunt eten, dat blijft belangrijk." Of je aan kunt passen aan de cultuur van een ander land. Wilton toont een foto waarop hij de presidentsdochter van Malta achterop de fiets heeft. "Dat was hilarisch, maar een ambassadeur op een fiets is in veel landen gewoon not done."

Net als een ambassadeur die uit bezuinigingsoverwegingen geen chauffeur heeft. "We hoeven niet in een Rolls Royce te rijden, maar een ambassadeur heeft nu eenmaal een bepaald aanzien, wat in andere landen ook van hem of haar wordt verwacht. En de tijden dat een ambassadeur een aristocraat met een dubbele achternaam was die telegrammen via de koerier met een verzegelde postzak verstuurde, zijn voorbij."

Wel heeft Wilton nog meegemaakt dat ambassadeurs bijna allemaal lid waren van een studentencorps en enkele oudere collega's nog geloofsbrieven in fraai ambtskostuum met steek en degen aan het staatshoofd van het gastland overhandigde. Hij onderkent dat er binnen de ambassadeurswereld ook altijd mensen zijn die zich heel wat voelen. "Niet iedereen kan met zo'n positie en status omgaan."

Houten keet
De glorietijd van riante residenties en kanselarijen lijkt op zijn retour. Ambassades moeten door de bezuinigingen samen in een gebouw gaan zitten en voldoen aan de verwachtingen van een land en de rol die Nederland daar uit wil dragen. De ambassadeur van de nieuwe post in Zuid-Soedan woont bijvoorbeeld naar eigen zeggen in een 'houten keet' omdat de Nederlandse rol daar geen luxehuisvesting vergt. De opbouw van een residentie, een kanselarij en alles wat daarbij hoort, kost namelijk toch al snel een miljoen. "Daarom moet je verdomd goed nadenken als je een post sluit, want je breekt niet alleen een gebouw af, maar ook een hoop vertrouwen, wat je niet zomaar weer even opbouwt", stelt Wilton.

Uit het rapport van de adviescommissie blijkt echter dat een heldere kosten-batenanalyse naar de toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie van buitenlandse posten niet is gedaan. Cijfers om de beweringen van het Nederlandse bedrijfsleven te staven, dat sluiting slecht is voor de economie, ontbreken, wat zich moeilijk tot het begrip 'economische diplomatie' verhoudt.

Wilton is blij dat hij niet in de schoenen van de top van het ministerie staat. "Je roept niet alleen diplomaten terug, maar je moet ook lokaal personeel ontslaan. Mensen die vaak al veertig jaar op een post werken. Heel lastige beslissingen." Toch roert Wilton tevreden in zijn koffie, want hij is allerminst somber over de toekomst van de diplomaat. "Je kunt ertegenaan schoppen, het minder elitair maken en moderniseren, maar zolang er natiestaten bestaan, zullen de boodschappenjongens en het huis met een vlaggetje erop nooit verdwijnen."

'Rapport geeft een genuanceerd beeld'
Harde noten werden er gekraakt in het rapport van de adviescommissie onder leiding van Arthur Docters van Leeuwen. Deze 'Groep van Wijzen' werd ingesteld door de vorige minister van BuZa, Uri Rosenthal, die de diplomatie ooit een 'rustiek tijdverdrijf' noemde. Uit het rapport kwam eind vorige maand een beeld naar voren van een ministerie dat met zijn rug naar Den Haag en de samenleving staat.

Hoofd Crisismanagement en vredesopbouw van de afdeling Veiligheid, tevens aankomend ambassadeur van Libanon, Hester Somsen (40) was niet onthutst. "Ik vond juist dat er een discrepantie zat tussen wat de krantenkoppen suggereerden en wat er feitelijk in het rapport te lezen stond." Volgens Somsen geeft het rapport een genuanceerd beeld. "De aanbeveling dat wij ons niet moeten focussen op regeringen, maar ook meer aansluiting moeten zoeken bij ngo's, de geïnteresseerde burger en het bedrijfsleven, deel ik heel erg. Aan de ene kant het formele netwerk met de grote vergaderzalen bij de VN en aan de andere kant toegang verkrijgen tot alles wat die onderhandelingen kan beïnvloeden en voor Nederland relevant is."

Somsens ervaring vanuit de posten waar ze heeft gezeten is juist dat Buitenlandse Zaken al in die beide werelden actief is. "Toen ik in Tanzania zat, ontving het land 80 miljoen ontwikkelingsgeld. De formele dialoog over de besteding van dat geld ging vooral tussen de regeringen, terwijl we ondertussen ook bezig waren met de oprichting van een mediafonds voor de financiering van onderzoeksjournalistiek voor Tanzaniaanse journalisten." Daar kwam informatie uit die de ambassade goed kon gebruiken in hun dialoog met de regering. "Zo kreeg je toegang tot een heel netwerk dat bijdraagt aan je begrip van de Tanzaniaanse samenleving." Toen een van die journalisten vervolgens fysiek aangevallen werd 'omdat hij de spijker op de kop sloeg' stonden Somsen en de ambassadeur bij de regering op de stoep om steun te betuigen aan de journalist.

Het imagoprobleem onderschrijft Somsen: het ministerie moet inzichtelijk maken waar ze mee bezig is. "Dat moet onderdeel van je dagelijkse werk worden, niet meer iets wat je er soms in de avonduren even bij doet." De Facebook-pagina van haar afdeling Veiligheid heeft al zo'n 1500 volgers. "Daar komen soms heel leuke discussies uit tussen studenten en journalisten." Het grotere publiek moet bijvoorbeeld bereikt worden met presentaties van diplomaten, zoals laatst een over piraterij op een middelbare school in Den Haag. "Laten zien dat dat niet gaat om Pirates of the Caribbean, maar om misdrijven die de handel verstoren, dat hoort ook bij je werk als diplomaat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden