Oude energie gaat de pijp uit

Interviews | Zelf energie opwekken of stroom betrekken van kleine energieprojecten gebeurt steeds vaker. Hebben de grote energiereuzen nog wel toekomst? Trouw houdt 15 maart een debat in Pakhuis De Zwijger. Vier meningen.

'De oude sector is al dood'

Aart van Veller (VandeBron)

Realiseer je dat de oude energiesector eigenlijk al niet eens meer bestaat, zegt Aart van Veller. Van Veller, in 2015 plaats 7 in de Duurzame 100, richtte in 2014 met compagnons Remco Wilcke en Matthijs Guichelaar het bedrijf VandeBron op, een marktplaats voor groene consumenten. Zeventigduizend klanten heeft Vandebron inmiddels, die energie afnemen van 60 producenten, overwegend boeren met windmolens en bedrijven met biomassaverbranders en -vergisters, én steeds meer met zon. Van Veller: "De sector verandert zo snel, dat het verdienmodel van traditionele energiebedrijven geen bestaansrecht meer heeft. Al denkt de sector zelf nog van wel. We gaan toe naar een totale inbedding van decentrale energie in de gebruikersomgeving. In de nieuwe wereld bestaat het energiebedrijf niet meer. Consumenten zitten straks zelf aan de knoppen."

Ook zijn collega Wilcke is er van overtuigd dat ze hun langste tijd hebben gehad, de traditionele energiebedrijven. "RWE heeft het bedrijf al opgesplitst in een fossiel deel en een innovatief deel. Dat was nodig omdat de banken anders niet meer wilden investeren. Natuurlijk is daar paniek. Over tien, twintig jaar produceren de meeste huishoudens hun eigen energie. De consument heeft eindelijk zelf de macht genomen. Straks hebben we die energiebedrijven niet meer nodig."

Idioot

Van Veller en Wilcke zijn nog altijd wat verbaasd over het succes van Vandebron: "Wij komen niet uit de energiesector. Het is eigenlijk idioot dat wij dit hebben moeten verzinnen. Het is hun markt, toch?"

Bij Vattenfall, het bedrijf dat in Nederland onder de bedrijfsnaam Nuon opereert, wordt al een tijdje achter de schermen gewerkt aan een concurrent: Powerpeers, dat blijkens een vergunningaanvraag consumenten hun eigen energiebron wil laten kiezen. Het bedrijf zwijgt nog over het plan, de lancering is op z'n vroegst in april.

Van Veller: "Ze moeten wel iets doen, want hun klanten lopen met honderdduizenden tegelijk weg. Klanten die voor ons kiezen, willen nou juist van die grote energiereuzen af. Maar eigenlijk zien we het als een compliment dat ze ons proberen te kopiëren." Het laatste wil projectleider Lars Falch van Nuon graag tegenspreken: "Het is geen kopie. Ons initiatief gaat echt een stap verder. Wij gaan naar een nieuw model in de energiemarkt."

Van Veller: "Onze doelstelling is altijd geweest, het transparant maken van de energiemarkt. Dat doet Nuon in de basis nu ook. Maar achter de schermen verandert er bij dit bedrijf niet veel. Ze werken nog vanuit hetzelfde principe: zoveel mogelijk stroom verkopen. Dat concept is failliet."

'Fossiele productie is voorlopig onmisbaar'

Alexander van Ofwegen (Nuon)

Kom bij Alexander van Ofwegen, directeur warmte van Nuon, niet aan met de mededeling dat de oude energiebedrijven met hun kolen- en gasgestookte centrales hun langste tijd wel hebben gehad. "Wij geven de energietransitie in Nederland vorm. We doen grote investeringen in wind en zon, maar verduurzaming van Nederland bereik je niet in een paar jaar. Mensen vergeten vaak dat nog altijd 95 procent van de energie in Nederland fossiel wordt opgewekt, met aardgas en de laatste tijd vooral met steenkool. De grote flexibiliteit van fossiele eenheden is voorlopig nog hard nodig."

Van Ofwegen is de enige spreker in het debat die niet in de Duurzame 100 van Trouw staat. Opeenvolgende jury's van de ranglijst vinden dat energieproducenten die voornamelijk gas en kolen verstoken, niet thuishoren in de duurzame ranglijst. Het steekt hem een beetje.

Trots

"Wij investeren ieder jaar enorme bedragen in het duurzaam opwekken van elektriciteit. Wij gaan niet, om zo groen mogelijk te lijken, onze fossiele productie in een apart bedrijfsonderdeel onderbrengen, zoals sommige van onze concurrenten doen. Wij zijn een geïntegreerd bedrijf dat met trots dagelijks zorgt voor een betaalbare en betrouwbare levering van energie."

Van Ofwegen is het eens met de oproep, afgelopen week, van De Nederlandsche Bank aan het parlement om nu, na het VN-klimaatakkoord van Parijs, eens echt door te pakken met de energietransitie. "De uitrol van windenergie in Nederland kan veel sneller. Het duurt minstens zeven jaar om een windpark te ontwikkelen. Nederland is perfect voor wind, op onze ondiepe zee zijn de kansen ideaal. Maar dan zullen we dit nu wel op industriële schaal moeten gaan aanpakken."

En daarom moet, zegt ook Van Ofwegen, om te beginnen de prijs op uitstoot van CO2 in de EU fors omhoog. Het uitstoten van 1000 kilo CO2 kost een energieproducent nu maar ongeveer 8 euro. Dat helpt niet. De prijs moet naar 40 euro per ton, zegt Van Ofwegen. "Dan wordt het verstoken van steenkool te duur en kunnen wij onze gascentrales, die nu noodgedwongen uit staan, weer aanzetten. Kolen stoten twee keer meer CO2 uit dan aardgas."

'Voor wie het niet ziet, is het straks voorbij'

Ooch, een paar grote energiecentrales zullen nog wel overblijven, verwacht Pallas Agterberg, directeur strategie van netwerkbeheerder Alliander. "Maar als straks ieder huis of gebouw zijn eigen energie-oplossing krijgt, dan wordt het speelveld heel anders."

Ze wil maar zeggen: een markt die daar niet op inspeelt, wordt straks opzij gezet door startups die het gat in de markt zien en duurzame consumenten helpen met het maken van keuzes.

Huizen en bedrijven zullen straks op sommige tijdstippen meer energie produceren dan verbruiken. "Consumenten gaan straks aan elkaar leveren als ze overschot hebben. En als het hard waait en de zon schijnt, zal energie gratis worden, op uren dat er geen wind is of 's nachts als de zon niet schijnt, zal energiegebruik duur worden."

Pallas Agterberg kwam in 2015 voor het eerst in de Duurzame 100 van Trouw, meteen op plek 46, omdat ze onvermoeibaar poogt duurzame innovaties in de energiewereld te versnellen. Het gaat Agterberg niet gauw snel genoeg.

Alliander is als netwerkbedrijf verantwoordelijk voor de distributie van energie, zoals elektriciteit, (bio)gas en warmte. Het bedrijf knoopt de verbindingen aan elkaar. Alliander verkoopt geen energie, maar voelt zich verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van energie.

Exit

'Exit energiebedrijf', de titel van het Trouw Duurzame 100-debat, is voor Agterberg een vaststaand feit. In de nieuwe energiemarkt spelen de grote producenten straks geen rol meer van betekenis, voorspelt Agterberg. Alleen een paar bedrijven die op tijd het roer omgooien blijven over, denkt zij. "Als je het niet ziet, dan is het straks met je afgelopen."

Agterberg denkt dat energiebedrijven nog in de vroege fase zitten van het ontdekken van nieuwe marktmodellen. Ze noemt als voorbeeld de slimme energiemeter Toon van Eneco. "Daar zijn ze vijf, zes jaar geleden mee begonnen. Pas onlangs zijn ze er bij Eneco achtergekomen dat zo'n dienst als Toon qua strategie een heel belangrijk product is: het is een middel om met de klant in gesprek te komen. Nu hebben ze Toon gekocht. Een ander soort contact met de klant is cruciaal."

'Bestuurders moeten aan de slag'

Ooit moet iemand de regie nemen, de gevestigde partijen in de energiesector kijken naar elkaar maar gooien het roer nog niet om. Dat moet niet al te lang meer duren, zegt Jacqueline Cramer, hoogleraar duurzame innovatie in Utrecht en oud-minister van milieu. "We kunnen niet wachten op de achterblijvers binnen de energiesector."

Cramer stond in 2014 op plaats 90 in de Duurzame 100, afgelopen jaar steeg ze naar 57. Ze is betrokken bij tal van groene initiatieven, zoals het Friese Energiefonds, en ze adviseert ook bij de overgang van de metropoolregio Amsterdam naar een circulaire economie. Cramer is bezorgd over het trage tempo waarin de energietransitie zich ontwikkelt.

"We missen de organisatorische en bestuurlijke kracht. Technisch kunnen we de overschakeling maken. Financieel hebben we, zeker in de bouw, ook het plaatje rond. Nu komt het aan op daadkracht."

Riskant

Het gesprek met Cramer heeft plaats kort voor De Nederlandsche Bank in een rapport ('Tijd voor transitie') de politiek oproept een lange-termijn-visie te ontwikkelen voor de overgang naar een klimaat-neutrale economie. De omslag gaat veel te traag en dreigt daardoor te duur en te riskant te worden. Dat is slecht voor de energie-intensieve economie van Nederland, aldus De Nederlandsche Bank, afgelopen vrijdag.

De oproep zal bij Cramer in goede aarde zijn gevallen. Ook zij is ongeduldig. "We kunnen blij zijn met het VN-klimaatakkoord van Parijs. Maar in de praktijk zie je hoe traag veranderingsprocessen gaan. Bestuurders worden steeds meer risico-mijdend. Ze zijn bang voor het afbreukrisico van media-aandacht. Ze lopen daarom liever niet teveel op de troepen vooruit. Toch moet dit wel gebeuren."

Het valt haar op dat een deel van de energiebedrijven nog altijd niet de draai heeft gemaakt naar een duurzamer beleid. "Dat zie je vooral bij de grote bedrijven. Die denken: 'Voorlopig is fossiele energie nog nodig, wij blijven nog wel even'."

Daarom is een hogere Europese belasting op de uitstoot van CO2 beslist nodig en snel ook, zegt Cramer. Ook De Nederlandsche Bank bepleit dit. Cramer: "Grote bedrijven reageren vooral op prijsprikkels vanuit het principe: de vervuiler betaalt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden