Review

Oude en nieuwe koplopers op het Gergjev Festival

Openingsconcert Gergjev Festival: zo 30/8 in het Nieuwe Luxor Theater, Rotterdam. Rotterdams Philharmonisch Orkest, met Denis Matsuev (piano), Ekatarina Guberova (mezzo), Markus Werba (bariton) olv Valery Gergjev. Werk van Debussy/Matthews, Sjtsjedrin en Mahler. Gergjev Festival t/m 6/9, op diverse Rotterdamse locaties.

Hoewel het Rotterdams Philharmonisch Orkest zaterdag bij wijze van opwarmer al een openluchtconcert had gespeeld in de Rotterdamse Veerhaven, opende de veertiende editie van het Gergjev Festival gistermiddag officieel in het Nieuwe Luxor Theater. Niet zoals gebruikelijk in De Doelen, want die zaal is nog met een interieurrenovatie bezig.

De veertiende editie is het eerste Gergjev Festival dat plaatsvindt nadat de naamgever vorig jaar afscheid nam als chefdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Gergjev werd opgevolgd door Yannick Nézet-Séguin, die in deze editie van het festival aan bod komt als dirigent.

Het thema voor dit jaar luidt ’Eeuwige jeugd’. Behalve op de onvermoeibare Gergjev gaat dat motto ook over nieuw erfgoed en over grenzen verleggen, zei orkestdirecteur Hans Waege. Hij noemde daarbij Debussy (in het openingsconcert vertegenwoordigd) en Beethoven (van wie de opera ’Fidelio’ vrijdag in hetzelfde theater wordt uitgevoerd): allebei koplopers die de muziekgeschiedenis hebben veranderd.

Het nieuwe erfgoed klonk zondagmiddag in het verbluffende Vijfde pianoconcert van Gergjevs landgenoot Rodion Sjtsjedrin (1932). Sjtsjedrin is hier bekend door zijn ’Carmen-suite’, een orkestbewerking van de hoogtepunten uit Bizets opera.

Zijn driedelige pianoconcert opende met een spijkerend voortstappende piano, waarbij de strijkers zijn tonen als een klavierpedaal lieten uitklinken. Door de uitgebeende instrumentatie klonk het concert vaak kamermuzikaal. In het eerste deel werd de lyrische solist Denis Matsuev vergezeld door een tuba, die de pianist imiteerde. Verderop klonken stekelige samenklanken in de strijkers en het hoge hout. Brutaal was het laatste deel, dat zich rennend voltrok. Klein van gebaren maar effectief bouwde Sjtsjedrin de spanning op, die zich ontlaadde in een slot als een machinekamer, met Schnittke-achtige branie en een knallend slotakkoord. Goed werk, heerlijk uitgevoerd door Matsuev, Gergjev en de Rotterdammers.

Van Colin Matthews klonk zondag de instrumentatie van een overgeleverd deel van een vroeg pianowerk van Debussy, dat hier ’Finale uit een Symfonie in b’ heette. Je hoorde niet de volwassen, sensueel-moderne Debussy van ’A l’après-midi d’un faune’, maar eerder een groene Borodin-achtige laatromanticus.

Matthews orkestreerde al eerder Debussy’s pianopreludes en ook de instrumentatie van deze Symfonie klonk weer wat schools en Duits. Blokachtig geïnstrumenteerd deed het werk aan het eind zelfs denken aan Matthews’ landgenoot Edward Elgar. Geen blijvertje.

In de ’Lieder aus des Knaben Wunderhorn’ toonde de wendbare bariton Markus Werba zich een meesterlijk verteller (’Der Tambourg’sell’), terwijl mezzo Ekatarina Guberova uitblonk in plechtig gedragen liederen zoals ’Uhrlicht’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden