Oude eis van Remington kost ABN Amro 425 miljoen

Van onze redactie economie AMSTERDAM - ABN Amro Bank en het dochterbedrijf MeesPierson moeten van de rechtbank in New York de vroegere schrijfmachinefabrikant Remington Rand een schadeloosstelling betalen van 221 miljoen dollar (ongeveer 425 miljoen gulden). ABN Amro zegt in de al vanaf 1981 slepende affaire in hoger beroep te zullen gaan.

De bank stelt dat zij grote voorzieningen heeft gevormd voor dit soort juridische risico's en dat een eventueel verlies van het hoger beroep dus geen invloed op haar resultaten zal hebben.

Remington Rand maakte zijn elektrische schrijfmachines onder meer in Den Bosch. Zowel die vestiging als het Amerikaanse moederbedrijf ging in 1981 failliet. Het moederbedrijf werd daarna voortgezet als Remington en later onder de naam Kilbarr. De Bossche fabriek kwam voor 22 miljoen gulden in handen van drie Arabische investeerders en werd omgedoopt in BSI.

Rechten en octrooien

Nauwelijks hadden zij de produktie hervat of vanuit Amerika kwamen miljoenenclaims binnen. BSI bleek slechts een fabriek zonder produkten te zijn; de rechten en octrooien die nodig waren om de schrijfmachines te mogen maken, waren alle in handen van de vroegere Amerikaanse moeder gebleven. Remington eiste daarvoor vijftig dollar per geleverde machine plus een schadeloosstelling voor het misbruik dat al van handelsgeheimen zou zijn gemaakt. Ook vocht Remington principieel de verkoop van de vestiging in Den Bosch aan. Die verkoop was volgens de Nederlandse wet weliswaar volkomen correct, maar in Amerikaanse ogen “een perfecte samenzwering tussen de Nederlandse overheid, de banken en de curator”.

Als gevolg van de miljoenen verslindende rechtszaken tegen Remington en het sluiten van de Amerikaanse markt voor de schrijfmachines, ging BSI in 1985 definitief failliet. Remington, inmiddels omgedoopt in Kilbarr, kreeg vrijwel tegelijkertijd van een Amerikaanse rechter een schadeclaim van 221 miljoen dollar toegewezen. Bij het failliete BSI viel echter niets meer te halen, en dus richtte Kilbarr zijn pijlen op de banken die geld aan BSI hadden geleend (16,5 miljoen gulden) in ruil voor zekerheden. Na negen jaar procederen is Kilbarr in het gelijk gesteld. Volgens de rechtbank in New York moeten de banken opdraaien voor de claim die in 1985 aan Kilbarr is toegewezen.

De ABN Amro maakt grote bezwaren tegen dit vonnis en zegt goede gronden te zien voor een hoger beroep. Zo is de bank nooit betrokken geweest bij het oorspronkelijk proces, waarin het bedrag van 221 miljoen werd vastgesteld, een volgens de banken 'volstrekt ongefundeerd' schadebedrag. In het nu verloren proces mochten de banken dat bedrag niet aanvechten en werd hen bovendien geen gelegenheid geboden de Nederlandse faillissementswet toe te lichten.

Cafe zonder bier

ABN Amro heeft in december 1991 in deze affaire een kort geding gewonnen van de drie Arabische investeerders. Die eisten 13 miljoen als voorschot op een schadevergoeding van 36 miljoen van de bank. Volgens de eisers had de Amro Bank hun in 1981 willens en wetens een 'cafe zonder bier' verkocht. De rechtbank in Amsterdam wees hun eis echter af. De ABN Amro wil nu niet zeggen of er nog een rechtszaak loopt over deze 36 miljoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden