Oude dossiers als tijdbom Geheime diensten

Elke dictatuur laat ze achter: de archieven van haar geheime dienst. Griekenland en Spanje vernietigden ze, na de val van de rechtse dictaturen. Duitsland gooide de Stasi-archieven open. De meeste Centraal-Europese landen kozen voor een middenweg: alleen wetenschappers en slachtoffers mochten erbij. Maar de archieven staan alsnog op springen, ook in Polen.

Een van de ergste dagen van mijn leven.'' Jadwiga Staniszkis, de 'ijzeren dame van Solidarnosc', was zichbaar geschokt toen ze vlak voor haar optreden in een tv-programma hoorde dat haar naam op de 'lijst van Wildstein' stond. De auteur van de lijst, journalist Bronislaw Wildstein, publiceerde zonder toestemming de catalogus van het Instituut voor Nationale Herinnering (IPN), met daarop 240000 namen van medewerkers van de Poolse communistische veiligheidsdienst (SB) en verklikkers die voor hen werkten.

Maar de lijst bevat ook namen van slachtoffers, mensen die werden 'bewerkt' door de SB, als potentiële informatiebron. Wildstein wilde zijn collega's wijzen op de mogelijkheid dossiers na te trekken, maar het resultaat was een 'wilde' internetlijst met een groeiend aantal varianten.

Staniszkis, de IJzeren Dame van Solidarnosc, had geluk. In de studio zat een medewerker van het IPN die direct kon verzekeren dat ze alleen maar door de SB was geschaduwd als potentiële informatiebron. Maar wat moeten mensen die dat geluk niet hebben, vroeg Staniszkis zich af.

Het antwoord kwam onmiddellijk: honderden mensen per dag proberen nu bij het IPN een bewijs van slachtofferschap te bemachtigen. Iedere Pool kan zijn eigen SB-dossier inzien, indien het IPN concludeert dat hij slachtoffer is geweest van de SB. Daarnaast worden kandidaten voor belangrijke overheidsfuncties onderworpen aan de zogeheten 'lustratie': wie zelf toegeeft dat hij agent of informant was, gaat vrijuit. Wie dat ontkent maar blijkt te liegen, mag geen publieke functie vervullen.

Maar dat gaat niet iedereen ver genoeg. De katholiek-nationalistische Poolse Gezinsliga wil het recente voorbeeld van Slowakije volgen, door alle dossiers op internet te zetten. Het voorbeeld van de zuiderburen laat zien dat deze radicale oplossing voor veel mensen leidt tot onaangename ontdekkingen over vrienden, familie, collega's en buren.

De Liga hoopt vooral de uit Solidarnosc voortgekomen partijen te beschadigen. Solidarnosc was als anti-communistische oppositie het doel van infiltratie. ,,Door die hele discussie over agenten went de samenleving aan de gedachte dat we de geschiedenis van Solidariteit opnieuw gaan schrijven'', aldus Leon Kieres, directeur van het IPN in een interview. De Liga zelf blijft intussen buiten schot. En dat terwijl haar grote leider, Maciej Giertych, openlijk samenwerkte met de communisten.

Maar ook veel gematigde Polen willen openheid van zaken, om een einde te maken aan de zogeheten 'wilde lustratie', waarbij dossiers opduiken om mensen in diskrediet te brengen.

Zo werd Malgorzata Niezabitowska, ooit woordvoerster van de eerste niet-communistische regering, er in december van beschuldigd dat ze voor de SB had gewerkt als 'agent Nowak'. Ze wees de beschuldiging geëmotioneerd af, maar bleek in de jaren tachtig wel degelijk de SB te hebben geïnformeerd over activiteiten van de oppositiekrant Tygodnik Solidarnosc. Echte geheimen verklikte ze niet. Maar haar leven ligt nu in puin, terwijl de SB-agenten die haar en vele anderen chanteerden, van een rustige oude dag genieten.

Met tientallen aanvragen per dag en ruim een miljoen dossiers komt het Poolse IPN handen tekort. Het instituut was de afgelopen drie jaar een favoriet bezuinigingsobject voor de regerende oud-communisten. Net als elders in het voormalige oostblok, laten de gestaalde kaders van weleer het verleden liever met rust.

Een week na zijn aantreden werd de Hongaarse, socialistische oud-premier Péter Medgyessy ermee geconfronteerd dat hij ooit voor de Hongaarse contraspionage had gewerkt. De conservatieve oppositie eiste zijn aftreden, maar Medgyessy had een weerwoord: als contraspion begluurde hij niet de buren, maar probeerde hij de KGB te slim af te zijn, die de toenadering van het Hongaarse goelasj-communisme tot West-Europa wilde verhinderen. De kwestie ging uiteindelijk als een nachtkaars uit, maar de ex-premier is zeker niet de enige voormalige communistische topfunctionaris met een lijk in zijn kast.

Het is dan ook geen toeval dat het in Slowakije juist een conservatieve regering was die bereid was de dossiers op internet te zetten. Ook in Roemenië komt de discussie pas op gang nu voormalige communisten als oud-president Ion Iliescu het veld hebben geruimd. In Hongarije werkt de socialistisch-liberale regeringscoalitie aan een wet voor de opening van de archieven. Maar dat kan alleen dankzij een paleisrevolutie in de socialistische partij, waarbij een nieuwe generatie leiders afgelopen najaar aan de macht kwam. Zij worden niet geraakt door de recente waarschuwing van een aantal oud-officieren van de geheime dienst dat open archieven straks ook duidelijk maken wie de echte opdrachten gaven: de communistische partijleiders. En dus gaat ook in Hongarije waarschijnlijk de doos van Pandora open. Met alle persoonlijke drama's die daarbij horen.

Wie wil in de schoenen staan van de Hongaarse schrijver Péter Esterházy, die-net na de publicatie van een boek waarin hij zijn vader als zijn persoonlijke held af-

schildert-ontdekt dat zijn vader 23 jaar informant voor de Hongaarse geheime dienst was en ook over zijn eigen familie berichtte? Hoe komt een zoon daarmee in het reine, zeker als de vader inmiddels dood is? Het leed van dit soort ontdekkingen is een belangrijk argument tegen het openen van de dossiers.

Maar de vraag is of er een minder pijnlijke manier bestaat om de tijdbom van de archieven onschadelijk te maken. Voorstanders van opheldering, zoals Wildstein in Polen, willen koste wat het kost de archieven openen en noemen het voorbeeld van Duitsland, waar de Stasi-archieven de laatste jaren geen politieke rol meer spelen. Tegenstanders vinden die kosten te hoog. De archieven van de geheime dienst bevatten veel persoonlijke informatie, vooral materiaal dat bruikbaar was voor chantage-maar dat niet altijd betrouwbaar en volledig is.

Zo is in de regio Gdansk, de bakermat van Solidarnosc, 80 procent van de dossiers verdwenen. Volgens Leon Kieres, directeur van het Poolse IPN, zijn de belangrijkste agenten niet meer traceerbaar. ,,Daarover hebben we hier niet alle papieren'', aldus Kieres in een interview. Een deel van de documenten, vermoedelijk het belangrijkste, ligt waarschijnlijk in Moskou.

Wat voor Polen geldt, geldt nog sterker voor de Baltische staten, tot 1991 deel van de Sovjet-Unie. Afgelopen week beschuldigde de vice-voorzitter van het Litouwse parlement, Alfredas Pekeliunas, de conservatieve oppositieparlementariër Antanas Matulas ervan dat hij een agent van de sovjetmilitaire inlichtingendienst GRU is geweest. Matulas deed de beschuldiging af als een chantagepoging. Pekeliunas zou Matulas het zwijgen willen opleggen, omdat Matulas vertegenwoordigers van regeringspartijen beschuldigt dat ze reserve-officier van de KGB zijn geweest. Van KGB-archieven is nog iets te vinden in Vilnius, maar Matulas moet zich verweren tegen een oncontroleerbare beschuldiging: de GRU heeft zijn hele archief in 1991 meegenomen naar Moskou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden