Oud vrouwtje aan basis van Texelse dekbeddenindustrie

De afgelopen vijf jaar is het aantal Nederlanders dat voor een wollen dekbed kiest verdubbeld tot 18 procent. Vooral het Texelse dekbed vindt gretig aftrek. “Texels wol is zo'n prachtig natuurproduct. Het isoleert en ventileert perfect.

Het vissersplaatsje, met zijn 1050 inwoners, is het centrum van de wollen- dekbeddenwereld. De Texelse Wol Onderneming (TWO) staat links van de Laagwalderweg en om bij concurrent Hebrotex te komen, moet je die dijk overklauteren. Slechts vijfhonderd meter scheidt de twee specialisten.

“Maar er is maar één Texels dekbed en dat is die van ons, de Texeler”, verheft Dick Graaf, directeur van de TWO, zijn stem. “Wij zijn de enige die op het eiland produceren. Onze oude boekhouder maakt gebruik van onze naam, maar zijn dekbedden worden in Den Bosch gefabriceerd.”

Die oude boekhouder is Henk Broekman, directeur van Hebrotex, die zeven jaar geleden in dienst was bij Graaf. “Onze karakters strookten niet met elkaar, dus ik heb het na vier maanden voor gezien gehouden”, zegt Broekman. “Ik was echter zo bezeten van het artikel dat ik voor mezelf ben begonnen. Ik verkoop nu al ruim zes jaar verpakte lucht.”

Kroezende wol

Beide geboren en getogen Texelaren zijn het erover eens dat hun succes staat of valt bij de vacht van het Texels schaap. Graaf: “De kwaliteit van wol verschilt erg. De wol van het Texelse schaap kroest meer. In de kroezende wol zit veel meer lucht waardoor het beter isoleert en ventileert dan de vacht van andere schapen. De wol van de Texelaar stuit omhoog als je het op de grond laat vallen.”

Het Texels schaap levert goed werk, waardoor het Texels dekbed terrein blijft winnen op zijn donzen en synthetische tegenhangers. Zo exporteert Hebrotex zijn Texelana dekbed naar België, Duitsland en Frankrijk, terwijl Texeler van TWO het nog een stapje verder zoekt: Uruguay, Zuid-Korea en de VS.

“Maar dat moet je ook niet overdrijven”, relativeert Graaf. “Het gros van onze omzet behalen we nog altijd in Nederland. Slechts een kleine tien procent van de 170 000 dekbedden gaat naar het buitenland.” De directeur wijst grijnzend op een advertentie in een Zuid-Koreaans dagblad. “Het is toch raar om te zien. Ik kan er geen woord van lezen, maar het logo en de naam Texeler in het Nederlands springen ook in het Aziatisch eruit.”

Zijn bedrijf is door schade en schande wijs geworden. “We zijn een paar keer flink op ons bek gegaan. Zo zijn we in Amerika geflest door onze Nederlandse agent die er met de kas vandoor ging. Daarbij zijn we er ook wel achter gekomen dat de Amerikaanse slaapcultuur niet rijp is voor wol. Het zal een hele omslag vergen, voordat Texeler daar het synthetisch dekbed zal vervangen.”

Beide dekbedspecialisten zijn de afgelopen jaren fors gegroeid. Broekman: “De afgelopen twee jaar is Hebrotex jaarlijks met ruim dertig procent gegroeid. De omzet is in die periode bijna verdubbeld tot 2,75 miljoen gulden, wat gelijk staat aan 15 000 éénpersoons-dekbedden.”

Hebrotex blijft ondanks de snelle groei in de schaduw staan van zijn 'grote broer'. TWO behaalde het afgelopen jaar een omzet van veertien miljoen gulden. Verder beschikt Graaf over een bedrijfsoppervlak van 10 000 vierkante meter, terwijl Hebrotex het met 1 000 moet doen. Ook op het punt van distributiepunten moet Hebrotex het afleggen, 350 tegen 1 400.

Primeur

Graaf ziet zichzelf dan ook als de grondlegger van het succes van het Texels dekbed. “Wij bepalen nog altijd de markt. Het vierseizoenen-dekbed is daar een goed voorbeeld van. Toen wij jaren geleden als eerste met dat bed kwamen, imiteerden andere fabrikanten meteen onze primeur.”

Dertien jaar geleden begon Graaf met de productie van het nu vermaarde Texeler dekbed. “Ik kwam op het idee door een oud vrouwtje in Den Burg, die in haar bijkeuken de wol waste en doorstikte. Zij verkocht de dekbedden aan mensen, die aan reuma leden of last hadden van spierpijn en die kurkdroog moeten slapen.”

Graaf zette de productie voort in een Texels kamertje van vijf bij vijf. “Door mond-tot-mond-relame kreeg het dekbed grote bekendheid in Texel, maar daar bleef het wel bij.” Graaf zocht de publiciteit om ook nationaal door te breken. Toen het Texeler dekbed bij het tv-programma Brandpunt in de markt kwam, reageerden 70 detaillisten. “In 1985 werkten we nog met vier mensen aan de dekbedden. Door die uitzending liepen een jaar later hier zeventien mensen rond.”

Het dekbed is een echt seizoensproduct, aldus Broekman. “Het is dan ook mateloos moeilijk om de productiecapaciteit een heel jaar te bezetten. Tussen september en januari draaien we 70 procent van onze omzet, dus die andere maanden kan je afdoen met minder mensen.”

Reden genoeg voor Broekman om de productie uit te besteden. In Den Bosch stuitte Broekman op de sociale werkplaats de Weener-groep, die vijftien jaar geleden al wollen dekbedden maakte voor AaBe Holland. Het AaBe-dekbed was een succes totdat consumentenman Frits Bom het bed de nek om draaide door te verklaren dat het zou krimpen in de was.

De directeur van Hebrotex is niet ontevreden over de samenwerking met het WSW-bedrijf. “Echt tempo zit er niet in, maar we kunnen door de scherpe prijs die ze bieden toch goed concurreren met andere producenten. En we kunnen in Nederland niet buiten deze instellingen om.”

Graaf heeft vanaf het prille begin de fabricage in eigen hand gehouden. “Op den duur zal een eigen fabriek zich terugverdienen. Ik heb het dan over een termijn van vijftien jaar.” Zijn fabriek is nog de enige die op Texel te vinden is. “Vroeger stonden hier nog een kaas-, water- en elektriciteitsfabriek, maar die zijn allemaal verdwenen.”

Kussens

De Texelse directeur ondervangt het probleem van onderbezette machines in de zomermaanden door andere artikelen te fabriceren. “Tijdens de piek werken hier vijftig mensen, terwijl we het in de zomer afkunnen met dertig. We hebben nu ook een kussens, matrassen, onderdekens en zomerdekbed in ons assortiment. Binnenkort hoop ik met recyclebaar isolatiemateriaal op de markt te komen, dat als alternatief kan dienen voor steenwol.”

Graaf (52) ziet daar ook zijn toekomst liggen. “De jaren beginnen voor mij te tellen. Toen we begonnen, waren we al tevreden als we vier dekbedden per dag maakten, terwijl we er nu 2 000 stikken. Het bedrijf wordt te groot voor mij, dus iemand binnen het bedrijf moet de dekbedden-tak maar overnemen. Laat mij maar lekker pionieren met wol als isolatiemateriaal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden