Oud verenigde eenvoud en utopie

ROTTERDAM - De architect Gerrit Rietveld is in Nederland de icoon van het modernisme, de Mondriaan van de architectuur. Zijn werk is in grote exposities getoond en in talloze boeken beschreven. Dat J.J.P. Oud ook een belangrijk architect was, misschien wel belangrijker dan Rietveld, is bij een groot publiek bekend. Toch is zijn oeuvre nog nooit vol in de schijnwerpers gezet.

Het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam maakt deze onderbelichting voor het grote publiek in één keer goed. Alle expositiezalen werden leeggeruimd voor een grootscheeps overzicht en eindelijk is ook een catalogus over Ouds werk verschenen.

Voor het eerst is goed te zien hoe complex en divers het oeuvre van Oud is. Zijn jaren als lid van De Stijl zijn altijd het breedst uitgemeten met meesterwerken als de wijk De Kiefhoek en het gebouw voor De Unie in Rotterdam, woningbouw in Hoek van Holland en sociale woningbouw in de Weissenhofsiedlung in Stuttgart. Projecten waarin de helderheid, eenvoud, het lijnenspel en de utopische idealen van het modernisme op een afgewogen, zelfs briljante manier tot uitdrukking komen.

Oud was in de eerste decennia van de vorige eeuw een belangrijke exponent van De Stijl. De opvattingen van de moderne beweging pasten op dat moment het beste bij het verwezenlijken van zijn doel: een architectuur, waarin de moderne mens optimaal kon wonen en werken. In die jaren was een huis met elementaire voorzieningen als een badkamer niet vanzelfsprekend. De bouwmethodiek van Oud en zijn collega's voorzag daar wel in.

Oud was meer dan de grootmeester van De Stijl. Voor het eerst wordt het vroege oeuvre uit de jaren tien uitgebreid getoond: landhuizen in de omgeving van dorpen als Blaricum, die zijn gestoeld op de Nederlandse art nouveau, maar ook op de Engelse Arts & Crafts beweging. Centraal hierin staat ambachtelijkheid, ornament en het teruggrijpen op oude gebouwtypen als landelijke boerderijen. Niet typisch 'Oud' dus en daarom waarschijnlijk weggestopt in een Amerikaans archief, dat van het Getty Research Institute. Dit vroege werk kan nog worden beschouwd als de opmaat voor de grootse modernistische daden van later. Veel meer problemen kreeg een deel van de architectuurwereld met het Shell-gebouw in Den Haag, ontworpen in 1937 en gebouwd tijdens de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Dit buitensporige complex is monumentaal, zit vol ornamenten en heeft niet de minimalistische helderheid die bijvoorbeeld de Kiefhoek kenmerkt. Vooral de internationale collega's waren kwaad. Het Shell-gebouw was een verraad aan de International Style, die voortborduurde op het modernisme. Oud riposteerde gedecideerd: ,,Het gebouw (...) is resultaat van een poging om weer architectuur te maken, die een uitdrukking van bezieling is. Als gevolg daarvan zijn er compositorische hulpmiddelen toegepast die door de eeuwen bewezen hebben goede dragers te kunnen zijn van psychologische gevoelens.'' Weg functionaliteit. Weg vooruitstrevende ideeën over materiaalgebruik en dienstbaarheid. Althans zo lijkt het. Je kunt eerder zeggen dat Oud zijn ideeën over dienstbare, functionele architectuur heeft uitgebreid met de beleving van een gebouw, waaraan het ornament kan bijdragen, al moet het dan op een integrale manier in het ontwerp zijn ingepast.

Een van de criticasters van toen was Philip Johnson. Dat was pijnlijk, want Johnson was vanaf de vroege jaren twintig een fan en vriend van Oud. Hij toonde de Nederlander onder meer in een prestigieuze tentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York, waar Johnson curator voor de architectuurafdeling was. Het dispuut over het Shell-gebouw bekoelde de relatie tussen Oud en Johnson. Dat de laatste -inmiddels ruim in de negentig- echter nog steeds veel respect heeft voor de Nederlander, blijkt uit het enthousiasme waarmee hij de opdracht aannam om mee te werken aan de inrichting van de expositie in het Nai.

De Amerikaan heeft een paviljoen-achtig element in de Grote Zaal gemaakt, waarin hij naar eigen zeggen 'een eigentijds Amerikaanse variant op het modernisme' toont. Het paviljoen bestaat uit twee hagelwitte, torderende bouwdelen, waarvan de vorm op een elegante manier oprijst. Dit verticale gebaar vormt een contrast met de horizontale lijnen die de inrichting van de eigenlijke tentoonstelling -gemaakt door Marijke van der Wijst- kenmerken. Er is voor gekozen zo min mogelijk met tekst te werken. Een logische keuze, want tekst doet het niet vaak goed in een architectuurexpositie, maar enige uitleg is toch wel vereist.

Voor de inhoudelijke analyse van Ouds oeuvre moet de monografie worden gepakt, een voortreffelijk overzicht van het complete oeuvre van een van de belangrijkste architecten uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Zijn betekenis ligt niet alleen in de bouwwerken die hij ontwierp, maar ook in de vele kritische teksten die hij publiceerde. Oud was niet dogmatisch in stijl, maar wel standvastig in zijn architectonische ideeën. Daarvoor wist hij steeds nieuwe, geëigende oplossingen te vinden.

T/m 9 september, Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam, di-za 10-17 uur, di tot 21 uur, zo- en feestd. 11-17 uur. Oeuvrecatalogus 'J.J.P. Oud 1890'1963, Potisch Functionalist, compleet werk', fl 150.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden