Oud-politica's bezorgd over vrouwenbeleid/'Eenderde van de Kamer vrouw? Aletta Jacobs zou ontevreden zijn!'

Jeltje van Nieuwenhoven, de voorzitter van de Tweede Kamer, opent vandaag in de hal van de Tweede Kamer een tentoonstelling over alle 196 vrouwelijke kamerleden die Nederland deze eeuw heeft gehad. Bekende, maar vooral veel onbekende vrouwen passeren de revue. Een episode vrouwenstrijd in foto's gevangen.

SANDRA KOOKE

Vanaf de balustrades van de eerste en tweede verdieping kijken vrouwen op foto's ernstig, lachend of vermanend neer op de bezoekers van de Tweede Kamer. Onbekende gezichten met ouderwetse hoeden, brillen, kraagjes en kettingen hangen tussen de moderne outfits van bekenden, zoals Annemarie Jorritsma en Ria Beckers (met vingertje).

“Zo, nu moeten de mannen eens opkijken tegen de vrouwen,” lacht het oud-kamerlid Hanske Evenhuis (CDA). Het idee voor de tentoonstelling 'Beroep: Kamerlid (v)' is van haar en van Len Rempt, voormalig VVD-kamerlid, afkomstig.

De vrouwenstrijd is uit de mode en dat zit deze oud-politici behoorlijk dwars. Rempt: “We mopperen al geruime tijd dat vrouwelijke kamerleden niet meer opkomen voor de vrouwenbelangen. Iedereen denkt: het is wel goed zo. Maar met 35 procent vrouwelijke kamerleden ben je er nog niet.” “Als de vrouwelijke kamerleden beter hadden opgelet had de Nabestaandenwet niet zo beroerd voor vrouwen uitgepakt,” voegt Evenhuis eraan toe.

Rempt en Evenhuis willen met de tentoonstelling de schijnwerpers op de vrouwelijke kamerleden zetten, om te laten zien wat zij hebben betekend voor de positie van vrouwen. Behalve uit foto's bestaat de tentoonstelling uit biografische gegevens van alle vrouwen en hoorspelen van oude kamerdebatten, die onder een koptelefoon te beluisteren zijn.

Vrouwelijke kamerleden zijn bijna altijd op de bres gesprongen voor vrouwen, vertelt de historica Francisca de Haan, die in opdracht van het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) de tentoonstelling heeft voorbereid.

“Neem zo iemand als Corry Tendeloo (PvdA). Zij heeft in de jaren vijftig met een motie een einde gemaakt aan het verplichte ontslag van gehuwde ambtenaressen. Zij heeft ook de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen uit de wet gehaald. Getrouwde vrouwen hadden hierdoor voor officiële handelingen geen handtekening van hun man meer nodig. Dat is toch geen onbelangrijk kamerlid geweest. Toch is ze helemaal vergeten.”

Ook de allereerste vrouwen in de Kamer, zoals Suze Groeneweg (SDAP) en Johanna Westerman (Liberale Staatspartij), hadden hun wortels in de vrouwenbeweging. Daar haalden ze ook hun steun uit. De Haan: “Stel je het eerste vrouwelijke kamerlid voor: Suze Groeneweg. Zij kwam in 1918 in de Kamer, toen vrouwen nog geen actief kiesrecht hadden. Zij stemde als enige vrouw tussen 99 mannen voor het vrouwenkiesrecht. Een dramatisch moment. De mannelijke kamerleden zagen haar als een minderwaardig individu. Zij moest een enorme weerstand overwinnen. Vrouwen zoals zij overleefden dit omdat ze zich gesteund wisten door een achterban van vrouwenorganisaties.”

Een mooi voorbeeld daarvan is ook Johanna Westerman, het tweede vrouwelijke kamerlid. Als ongehuwd onderwijzeres woonde zij samen met haar moeder en haar zuster. Alledrie waren ze actief in vrouwenorganisaties. De Haan: “Westerman heeft haar hele leven in dienst gesteld van haar ideaal, de gelijke positie van de vrouw. Buiten de Kamer en binnen de Kamer. Zij vroeg al in 1921 om de volledige gelijkheid van man en vrouw, staatsrechtelijk, burgerrechtelijk en economisch. Het amendement werd natuurlijk verworpen.”

Westerman en Groeneweg streden zij aan zij tegen de uitsluiting van vrouwen uit het ambt van burgemeester en gemeentesecretaris. Vrouwen waren psychisch en fysiek niet geschikt voor zo'n baan, vond minister Ruys de Beerenbrouck. Maar volgens Groeneweg lag het aan de mannen, die niet onder een vrouwelijke burgemeester konden functioneren. “Dan moeten de zwakke broeders worden aangepakt, niet de vrouwen,” was haar weerwoord.

Overigens waren niet alle vrouwelijke Kamerleden in die tijd progressief. Sophie Bronsveld-Vitringa van de Rooms Katholieke Staatspartij was in de jaren twintig tegen betaalde arbeid voor vrouwen en wilde dat getrouwde ambtenaressen ontslagen werden. De Haan: “Ze heeft drie jaar in de Kamer gezeten. Daarna ging ze het klooster in.”

Hoewel de SDAP het eerste vrouwelijke kamerlid leverde, is de sociaal-democratie deze eeuw niet de meest vrouwvriendelijke stroming geweest. De klassenstrijd ging voor. De Haan: “De liberalen waren formeel voor gelijke rechten van de vrouw. Daarom sloten veel vrouwen zich daarbij aan.”

De christelijke partijen hebben zich het langst verzet tegen politieke activiteiten van vrouwen. Pas in 1963 kwam de eerste vrouw voor de ARP in de Kamer. Tot die tijd moesten verkozen getrouwde vrouwen hun plaats afstaan aan een man.

De KVP nam een bijzondere positie in. Hoewel de algemene partijlijn was dat vrouwen geen betaalde arbeid moesten hebben en geen politieke functies mochten bekleden, leverden de katholieken de eerste vrouwelijke minister, Marga Klompé, en de eerste vrouwelijke staatssecretaris, Anna de Waal.

Volgens De Haan had dat alles te maken met de organisatiegraad van de katholieke vrouwen. De Haan: “Katholieke intellectuele vrouwen hadden de keus tussen het huwelijk en het klooster. Zij hadden behoefte aan iets anders: ze wilden een grotere rol in de politiek. De katholieke vrouwen hebben zich sinds de jaren dertig goed georganiseerd. De vrouwenorganisatie De Sleutelbos werd een belangrijke lobbyclub binnen de partij. Daardoor kregen ze vrouwen op verkiesbare plaatsen.”

De grote doorbraak van vrouwen liet tot 1977 op zich wachten. Voor die tijd was het jaar 1963 het hoogtepunt met tien procent vrouwen in de Kamer. In 1977 ging het percentage omhoog naar vijftien procent en bleef het stijgen. Dit jaar is 36 procent van de Kamerleden vrouw. D66 en GroenLinks scoren het beste, de VVD, de erfgenaam van de vrouwvriendelijke Liberale Staatspartij, zit met 24 procent dik onder het gemiddelde. De Haan: “De VVD moet zich doodschamen.”

Vergeleken met de rest van Europa zag Nederland pas laat het aandeel vrouwen in de politiek stijgen. Maar dat was een logisch gevolg van de conservatieve opvattingen van Nederland over het buitenshuis werken van vrouwen en van het lage opleidingsniveau van vrouwen.

De Haan: “De tweede feministische golf heeft daar in de jaren zeventig verandering in gebracht. Joke Smit vroeg in die tijd zelfs om een vrouwenpartij.”

Die is er niet gekomen, maar van 1981 tot 1994 heeft wel een kamerbreed vrouwenoverleg gefunctioneerd, waarin alle vrouwen samenwerkten. Rempt en Evenhuis kijken daar nu met tevredenheid op terug. Rempt: “Dan zei Elske ter Veld (PvdA), die sociale zaken deed, tegen degenen die dat niet in hun portefeuille hadden: dààr moet je opletten. Dat moet je in je fractie aankaarten. Zo zorgden we in alle fracties voor de vrouwenbelangen.”

Evenhuis en Rempt vinden het zonde dat het vrouwenoverleg is gesneuveld en verwijten het de huidige generatie vrouwelijke kamerleden dat ze het belang van de vrouw uit het oog hebben verloren. Rempt: “Deze vrouwen denken dat de vrouwen er al zijn. Maar ze vergeten dat zij misschien wel een topfunctie hebben, maar dat de doorstroming van vrouwen naar hogere functies in het bedrijfsleven uitblijft.” Evenhuis: “En denk eens aan de moeite die vrouwen nog hebben om hun werk te combineren met de zorg voor partner en kinderen.” “En zo'n mannelijke minister voelt zich al geëmancipeerd als hij zijn kinderen 's ochtends naar school brengt,” voegt Rempt er vinnig aan toe.

De oud-politici denken dat vrouwelijke kamerleden vrouwenkwesties niet in de fractie aan de orde durven te stellen uit angst om voor gek te staan. Francisca de Haan zoekt de verklaring in de gedachte dat de strijd is gestreden nu een derde van alle kamerleden vrouw is. Maar Aletta Jacobs, de bekendste feministe uit het begin van deze eeuw zou daar heel anders tegen aan kijken, denkt De Haan. “Zij zou zeggen: nou zijn we na honderd jaar nog niet op de helft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden