Levenslessen Hubert Fermina

Oud D66-Kamerlid Hubert Fermina: ‘Ik had meer voor mijn eiland kunnen doen’

Oud-D66-Kamerlid Hubert Fermina (71) werkt aan zijn autobiografie en ontdekte al schrijvende dat wat hij voor Nederland heeft betekend, hij beter voor Curaçao had kunnen doen. ‘Hier zijn meer Hubertjes. ‘Ik had eerder terug moeten gaan.’

1 Vrienden zijn bloemen in de levenstuin

“Als je ouder wordt, denken mensen vaak dat je kringetje steeds kleiner wordt. Bij mij is dat juist andersom. Ik ontmoet nog altijd nieuwe vrienden en onderhoud mijn oude contacten goed. Na mijn pensioen nam ik me voor om naast wat bestuurlijke activiteiten elke maand drie mensen te bezoeken die ik uit het oog was verloren, vrienden die ik soms jaren niet had gezien vanwege mijn drukke bestaan.

Dat doet me ongelooflijk goed; herinneringen ophalen, elkaar verhalen vertellen. Ik leer daar elke dag van. Zo zak ik niet weg, maar klim ik elke keer wat hoger op de trap van zelfontwikkeling en kan ik betekenis geven aan anderen – mijn levensmotto. Voor mij vormen vriendschappen de basis van mijn leven: ‘Friends are the flowers in the garden of life.’ Zeker de laatste jaren, sinds ik met gezondheidsproblemen kamp. Soms ben ik moe en lusteloos, maar na een warm bezoek van een vriend of vriendin kan ik weer verder. Er gaan wat kannen koffie doorheen hier in huis.”

2 Grijp een kans als je die krijgt

“Ik ben iemand die graag anderen helpt. Dat zit in mijn DNA, zo ben ik opgevoed. Ik ben geboren op Curaçao, in een gezin met vier jongens en één meisje: Frida, mijn steun en toeverlaat. Mijn vader was een machotype, hij werkte bij Shell, was streng en deelde geregeld een tik uit. Ik respecteerde hem, had ontzag voor hem. Mijn moeder was ongelooflijk lief en zeer gelovig, ik was meer een moederskindje. Zij zag voor mij een toekomst binnen de katholieke kerk en zei altijd: ‘Hubert, jij wordt de eerste zwarte bisschop van Curaçao.’

Ik wilde niets liever dan haar een plezier doen, dus toen ik als achtjarig jochie uit huis ging om bij onze priester te gaan wonen, vond ik dat prachtig. Ik werd zijn ‘zoon’, kreeg goed onderwijs, leerde klassieke muziek kennen, had extra privileges en iedereen keek tegen mij op. Geweldig vond ik ’t, ik wentelde me in alle verwennerij. Ik mocht voorgaan in gebed en was er dol op als mensen me in vertrouwen namen.

Ik was wel veeleisend voor mijn broers. Als zij iets verkeerds deden, verklikte ik ze gerust. Ik dacht daar goed aan te doen, echt een heilige boon. Intussen moesten mijn broers mijn vieze kleren ophalen om die thuis te wassen. Pas later realiseerde ik me dat dit voor hun helemaal niet fijn was. Zij konden niet doorleren omdat al hun schoolgeld naar mijn dure seminarie ging. Toch ben ik daar dankbaar voor, en de kansen die ik kreeg, heb ik wel gepakt.”

3 Niet alles hoeft gezegd

“Op de dag dat ik naar Nederland vertrok voor mijn priestersopleiding stond het eiland letterlijk in de brand. Veel zwarte arbeiders protesteerden in 1969 tegen hun lage lonen en de slechte omstandigheden bij Shell – ook mijn vader. De gebouwen rond de raffinaderij stonden in brand en alles liep uit in een volksopstand. Exact op dat moment stapte ik op het vliegtuig en liet mijn familie achter. Dat werd mij niet in dank afgenomen, maar ik was jong en vooral bezig met mezelf, met mijn toekomst.

Nederland, Amersfoort, 12 juni 2019 Hubert Fermina Foto: Merlijn Doomernik Alle rechten voorbehouden / All rights reserved

Dat ik toen al voorvoelde dat ik geen priester zou worden, liet ik achterwege. Ik wilde wel iets betekenen voor de medemens en koos voor de zorg. Daar werd ik ook broeder genoemd, zo viel het mijn familie niet op dat ik geen priester was geworden. Mijn moeder is dat nooit te weten gekomen. Ik kon haar niet teleurstellen, maar haar opdracht was te zwaar voor mij.”

4 Ik geloof niet in hokjes, wel in de liefde

“Ik werkte als maatschappelijk werker toen ik Ria ontmoette, we trouwden in 1977. We waren in alles verschillend. Ik reed in een mooie auto, had een groot ego en stond altijd klaar voor de showbizz, zij was bescheiden, een kunstenares en richtte ons eerste huis in met tweedehands spullen. We vulden elkaar goed aan.

In 1981 reden we naar Duitsland voor een tentoonstelling van haar en werden frontaal aangereden. Ik had niets, zij lag in coma. Dagen zat ik naast haar bed, las voor uit haar geliefde boek ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Márquez. Daarna kwam de moeilijkste beslissing uit mijn leven: het stilzetten van de beademing. Ze was hersendood en had geen toekomst meer, ze was 27. Zij leeft nog altijd in mij voort en met haar familie heb ik nog steeds contact.

Inmiddels woon ik alweer jaren samen met Izaak, mijn levenspartner, we kennen elkaar

36 jaar. Sommige mensen vinden dat ik jarenlang verstoppertje heb gespeeld, omdat ik samenleef met een man en niet hardop zeg dat ik homo ben. Misschien. Wellicht wilde ik aardig gevonden worden, mensen niet kwetsen, mijn hele leven bestaat uit rolpatronen, daar voel ik me goed bij.

Ik kan ook bijzonder goed rollen spelen. Over mijn seksualiteit zal ik nooit hardop spreken. Homo, hetero, bi, het doet er voor mij niet toe. Ik wil niet in een hokje. Ik kies voor de mens, voor de liefde, dat is het innigste. In welke hoedanigheid, hoe dat er uit ziet, dat maakt mij niet uit.”

5 Alleen een politiek dier overleeft Den Haag

“In de zorg merkte ik dat ik van binnenuit te weinig kon veranderen. Ik werd lid van D66 en kwam in de gemeenteraad van Lelystad, daarna werd ik wethouder in Dordrecht, waar ik inmiddels werkte. Ik regelde een budget voor de armste bewoners, ik regelde kinderopvang en was veel in de stad om met bewoners te praten. Dat zette kwaad bloed bij andere wethouders, met name die van de Partij van de Arbeid, ik pikte hun thema’s in en profileerde me ermee. Het raakte me niet.

Later in Tweede Kamer deed ik hetzelfde. Ik zat niet op de eerste kamerrij, maar was veel op werkbezoek en in contact met burgers, zo kwam ik in de krant als het feestende Kamerlid. Ik kon het politieke spel niet goed spelen. Gelukkig hielpen mijn fantastische collega’s Els Borst, Roger van Boxtel en Boris Dittrich me; wat ik niet kon, deden zij. Zij waren mijn slijpers. Hoewel ik teleurgesteld was dat ik bij de daaropvolgende verkiezingen op een onverkiesbare plaats kwam, snapte ik ’t wel. Ik was geen politiek dier.”

6 Heb respect

“Na de politiek werd ik directeur van het Landelijk Bureau Racismebestrijding. Ik dacht, en velen met mij, er goed aan te doen om me te richten op pure discriminatie, op het voorkomen van zwart-witdenken. Dat heb ik verkeerd aangepakt, ik was naïef en dacht dat het ‘multiculturele drama’, zoals het in de jaren negentig heette, zou overgaan. Ik had toen veel breder moeten inzetten op acceptatie van allerlei groepen, op het hebben van respect voor iedereen. En niet alleen op het voorkomen van racisme. Als ik nu iemand hoor zeggen: ‘Die ouwe van me zit thuis’ krimp ik ineen. ‘Die ouwe’, dat respectloze naar ouderen, maar ook naar gehandicapten, vrouwen, minderheden. Vreselijk. Wat dat betreft hebben we gefaald, te lang gewacht.

Het ligt allemaal veel gevoeliger en genuanceerder blijkt, net als het fenomeen Zwarte Piet. Twee jaar geleden speelde ik nog gewoon Zwarte Piet voor de Kiwaniclub in Dordrecht, net als de jaren daarvoor. Daar zag ik geen probleem in. Ik ben een zwarte man. Waarom mag ik ineens niet meer zwart heten, ik ben namelijk niet getint of bruin. Ik ben zwart, daar ben ik trots op. Ik zag geen reden om niet als Zwarte Piet op te treden. Inmiddels kijk ik daar anders tegenaan. Door de hele discussie is de associatie met dat knechtje die met gebroken taal spreekt en onder de duim wordt gehouden door Sinterklaas me te heftig geworden. Het is maatschappelijk niet meer aanvaardbaar. Dat zie ik nu in, terwijl ik dat aanvankelijk niet zo ervaarde.”

7 Help je vaderland

“Ook mijn ziektes hebben mij andere inzichten gegeven. Ik heb diabetes en twee keer kanker gehad, de chemo is voorbij, maar ik slik nog wel medicijnen en ik kamp nog met vermoeidheid. Ik zie nu in dat alles vergankelijk is. Ik moet steeds meer loslaten. Ons mooie huis, mijn kunstverzameling, ik verlang niet naar nog meer materie. Ik heb een gedicht dat me hierbij helpt:

‘Laat los het verlangen alles te weten, te kunnen, te hebben.

En je zult losgelaten worden door de angst vergeten te worden.’

Vorige maand vierde ik mijn 71ste verjaardag op Curaçao met Izaak, mijn broers en zus en vrienden van vroeger – allemaal tachtigers. Daar genoot ik zo van, met dat soort ervaringen begiet ik mijn ziel. Mijn familie betekent alles voor mij, wij hebben innig contact.

Nederland, Amersfoort, 12 juni 2019 Hubert Fermina Foto: Merlijn Doomernik Alle rechten voorbehouden / All rights reserved

Maar ik vloog weer terug naar Nederland. En ik realiseerde me dat ik heus van waarde ben geweest hier, met alles wat ik heb gedaan in mijn leven. Maar ik heb ook spijt: hier lopen genoeg andere Hubertjes rond, op Curaçao te weinig. Diep in mijn hart weet ik dat ik veel eerder terug had moeten gaan. Ik had met mijn kwaliteiten ontzettend veel voor mijn eiland kunnen betekenen. Dat doet me verdriet. Zo voel ik aan het einde van mijn leven, waarin ik vaak een grote vent was, me nu toch heel klein.”

Hubert Geronimo Fermina

(Curaçao, 1948) zou aanvankelijk priester worden, maar koos voor de zorg. Hij werkte eerst als maatschappelijk werker, daarna in de psychiatrie en met meervoudig gehandicapte jongeren bij Bartiméus. Toen hij merkte dat hij meer kon betekenen voor de zorg als hij politiek actief werd, deed hij dat voor D66. Eerst als raadslid in Lelystad, daarna als statenlid van de provincie Zuid-Holland, als wethouder in Dordrecht en in de jaren negentig als Tweede Kamerlid. Fermina zette zich na zijn politieke carrière in voor de wereld van antidiscriminatie, onder meer als directeur van het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR). Hij werkt nu nog als vertrouwenspersoon in de penitentiaire inrichting in Lelystad, zit in het bestuur van de oecumenische kerk Brandpunt en reist deze zomer naar Ghana waar hij actief is voor dove jongeren voor de Stichting Sokpo. Hij was eerder getrouwd met Ria van ’t Hoenderdal. Eind dit jaar verschijnt zijn autobiografie.

Fermina woont in Amersfoort samen met zijn vriend Izaak de Bruijne.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden