Oud-burgemeester Jeruzalem gold als opvliegende doener

Bijna dertig jaar zwaaide hij de scepter over Jeruzalem. Gisteren overleed Teddy Kollek, 95 jaar oud.

Het was eind juni, 1967. Het Israëlische leger had begin die maand Oost-Jeruzalem op Jordanië veroverd. De Israëlische burgemeester van het westelijke stadsdeel, Teddy Kollek, was meteen naar zijn Palestijnse Oost-Jeruzalemse collega, Roehi Khatib, gestapt om hem op het hart te drukken dat ,,de twee gemeentes gezusterlijk samen moesten werken’’. Maar nu, drie weken later, op die beruchte 29 juni, trof Khatib ineens Israëlische militaire politie op zijn stoep.

De Israëliërs waren gekomen om hem en zijn raadsleden te begeleiden naar het stadhuis, waar zij opgewacht werden door de militaire vicegouverneur. Aangezien het gebouw op slot was en niemand over een sleutel scheen te beschikken, werden de raadsleden naar een hotel overgebracht, waar de gouverneur een verklaring voorlas: de gemeenteraad van Oost-Jeruzalem was ontbonden. Israël had officieel het oostelijk deel van de stad, dat tot dan onder Jordanië viel, ingelijfd.

Khatib vroeg een kopie van het decreet, maar er was slechts één exemplaar. De adjudant van de militaire gouverneur pakte een servet, schreef er de Arabische vertaling op en overhandigde het aan de afgezette en vernederde burgemeester.

Die gang van zaken zegt veel over de handelswijze van Teddy Kollek. Hij predikte co-existentie en samenwerking en werd geroemd om zijn pogingen de vrede te bewaren, maar tegelijk bepaalde hij, en hij alleen, de agenda en geloofde hij heilig in één onverdeeld Jeruzalem. Hij legde niet alleen de grondslag voor de inlijving van het Arabische deel van Jeruzalem, hij werkte er decennialang echt dag en nacht aan.

Tot hij in 1965 burgemeester werd, had Kollek als directeur-generaal van het ministerie van de premier carrière gemaakt. Hij behoorde samen met Mosje Dajan en Sjimon Peres, tot ’de jongens van Ben Goerion’, Israëls eerste premier. De in Wenen opgegroeide Kollek, gold als charmant en opvliegend, als een man met een visie en een ’doener’, een harde werker die zelf alle details natrok, en behoorlijk kon uitvaren als een van zijn medewerkers iets over het hoofd had gezien.

Toen hij in 1965 zijn entree deed in het gemeentehuis, was Jeruzalem een slaperig stadje. De inwoners reisden naar Tel Aviv om modieuze kleding te kopen of uit te gaan. Jeruzalem zou voor Kollek een opstapje naar de landelijke politiek zijn geweest, ware het niet dat de annexatie van de stad in 1967 Jeruzalem tot een politiek middelpunt maakte.

Tijdens zijn ambtsperiode wist Kollek Jeruzalem te veranderen in een bruisende stad met restaurants, theaters, concertzalen, een nieuw sportstadion en een beroemd museum. Een van zijn grootste gaven was de ’kunst van het sjnorren’, het inzamelen van donaties bij rijke, vaak Amerikaanse Joden, en bij kunstenaars die de stad rijkelijk bedeelden met kunstwerken of in Jeruzalem kwamen optreden. Tegelijkertijd slaagde Kollek er in de vrede met de Palestijnen te bewaren, al genoten die bij lange na niet dezelfde ontwikkeling als het ’Joodse’ stadsdeel. Kollek werkte ook gestaag aan het bewerkstelligen van een Joodse meerderheid in de stad. Toch zou zelfs tijdens de hoogtijdagen van de intifada het leven in de meeste wijken van de stad gewoon doorgaan.

Bijna drie decennia zwaaide Kollek de scepter over Jeruzalem. De stad die landelijk altijd rechts stemde, koos Kollek keer op keer, ondanks diens banden met de Arbeiderspartij. Tot hij dertien jaar geleden na een onfrisse campagne verslagen werd door Ehoed Olmert, de huidige premier.

Gisteren roemde Olmert zijn voorganger als ’de man die het nieuwe Jeruzalem heeft gebouwd’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden