Oud-bisschop Bür: muziek biedt een weldadige ontmoeting tussen twee spiritualiteiten

Het Stille nacht en Ding dong merrily on high klinken overal, deze dagen voor kerst en wie is er ongevoelig voor. In kerstmuziek ontmoeten de spiritualiteit van de musicus en die van de luisteraar elkaar. Oud-bisschop Bür van Rotterdam over de spiritualiteit van kerstmuziek.

“Onlangs zongen we in onze contemplatieve gemeenschap een prachtige psalmtoon. Ik was zeer geraakt, ook ontroerd en zei dat tegen degene naast me. Aan zijn reactie merkte ik dat hij niet wist wat ik bedoelde. De muziek had hem niet geraakt. Nu zijn er meer vormen van spiritualiteit en dat blijkt in muziek heel duidelijk. Zo kan het ook dat iemand zegt: 'Dat is niet mijn spiritualiteit'.”

“Spiritualiteit, het geestelijk leven in jezelf, het met eeuwige dingen omgaan, met God, Christus en de medemens, dat zit in ieder mens, al is het bij de een wat meer ontwikkeld dan bij de ander.”

“In Kerstmuziek zie je verschillende vormen van spiritualiteit terug. Kerstmuziek van mensen die meer betrokken zijn op de nood in de wereld, op ontwapening, vrede, het uitbannen van honger, zal ritmischer zijn, met meer slagwerk. Het gaat om kerstsongs van groepen van jonge mensen. Ik heb geen voorbeelden bij de hand, het is mijn repertoire niet, maar u kunt denken aan songs van Boudewijn de Groot, dat genre. Vroeger, toen ik nog bisschop was, verzamelden vrienden zulke songs voor mij, daarvan gebruikte ik er altijd een voor mijn kerstpreek. Bij kerstmuziek van ontwikkelingslanden is die verzetsspiritualiteit er ook, met teksten als: 'U kwam toch vrede brengen, geluk, licht. Waar is het?'

Daarnaast is er de verstilde spiritualiteit van de aanbidding, het verlangen naar iemand die je eigen eenzaamheid en onmacht doorbreekt, de verwondering over het grote dat God ons doet. Dat zie je overal terug.

Als het over kerstmuziek gaat merk ik wel een groeiende onvrede over muziek en teksten die te zoetelijk zijn. Men zoekt het meer in het harde, het onvredige, onvriendelijke, het reële geluid van Gods verlossing. Kerstmuziek mag best teder zijn en vol gevoel, maar niet te zoetelijk.

Ik hoor steeds vaker dat men Stille Nacht eigenlijk niet meer wil zingen. Men vindt dat te idyllisch. Voor mijn generatie was 't pas kerst als er Stille Nacht gezongen werd, maar jongeren zijn veel nuchterder.''

“De Engelse christmascarols (In the bleak midwinter, Dingdong merrily on high) zijn veel, ja veel steviger zou ik zeggen dan onze kerstliedjes, die vooral uit het meer romantische Duitse kerstrepertoire komen. Steviger, zeker in de muziek, maar ook in de tekst. (Zingt ter vergelijking eerst 'Dingdong' en daarna 'Stille nacht'.) Hoor je wel? Uit de carols spreekt een andere spiritualiteit, een minder romantische manier van met God omgaan.”

“Stille Nacht, dat is de aanbiddingsspiritualiteit. Maar neem nu deze: (zingt een liedje uit zijn hervormde jeugd) 'Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht. En Hij wenst dat ieder tot Zijn ere schijn'/ Gij in uw klein hoekje en ik in 't mijn'. Dat zet wel degelijk aan om ook iets te doen.”

“Als het niet een andere waarde heeft dan de herkenning verliest een kerstlied snel zijn betekenis. Herkenbaarheid hoeft geen voorwaarde te zijn. Ik hoorde pas een cantate van Stradella, een onbekende Italiaanse componist. Aan de musette, de doedelzakachtige tonen die onmiskenbaar naar de herders verwijzen hoorde ik dat het een kerstcantate was. Ook die onbekende muziek kan mij ontroeren.”

“Met kerst is er altijd behoefte aan speciale muziek, alsof men voelt dat er iets aan de orde is dat in onze werkelijkheid plaats moet krijgen, iets dat de grauwe, lelijke, uitzichtloze werkelijkheid verheft.

In het klooster zingen we vanaf de 17de december antifonen bij het Magnificat. Al die antifonen beginnen met O: O sapientia, O Adonai, O clavis David. Elke dag zingen we een andere en kijk: de eerste letters van de woorden die steeds na O komen vormen de woorden Ero cras, morgen zal ik er zijn, maar dan in omgekeerde volgorde: SARCORE.''

“Dat is een soort bedacht grapje, maar het is ook ingegeven, geïnspireerd en daarin vind ik het spiritueel. De melodie van die antifonen komt weer terug met Hemelvaart. Dus als de Heer komt en als hij gaat zingen we dezelfde toon. Is dat niet prachtig.”

“Ik herinner me een kerstviering met sprekers en een groot koor op het podium en in de zaal, op een der voorste rijen zat een jong stel. Het koor zong vol overtuiging, wilde laten delen in de geheimenis van Christus en ik meende in de ogen van dat jonge stel te lezen dat ze er bij wilden horen, wel er naar toe wilden vliegen. Zo denk ik dat het werkt, dat, al is het maar voor even, er een soort kerstbestand in de wereld van alledag is, met een gevoel van geborgenheid, van het goede gekozen te hebben. Ineens kan het dan even, en dan werkt het ook. Op zo'n moment komen in de muziek twee spiritualiteiten samen in een weldadige ontmoeting tussen twee zoektochten naar God, de een vergevorderd op de weg, de ander meer zoekend.

Hoe ging dat liedje: 'Ik ben niet gelovig, Heer, niet katholiek. Ik kom alleen nog maar voor de muziek'. Muziek die uit een spiritualiteit komt is altijd herkenbaar en verrijkend, daardoor kunnen de dingen van boven meer kans krijgen dan anders, wanneer men tenminste bereid is te luisteren.''

“Kerst is veel inniger dan Pasen, teer, van binnenuit, het raakt je in je binnenste. Paasmuziek is veel jubelender. Ik denk dat mensen goed weten wat lijden is en dat zij met Pasen in zichzelf een overwinningsidee hebben. Met Kerst gaat het echt over het begin. Met Kerst is er nieuwe hoop, ondanks alles wat steeds mislukt, ondanks verkeerde keuzes. Elk jaar opnieuw, hoe dan ook, zegt God zelf: Ik ben er toch voor jou, ik kom waar jij zelf bent om je bij de hand te nemen, zodat je zelf verder kunt gaan.

Nu moet ik aan iets denken. Heel lang geleden, ik was nog een jonge pater, studeerde ik in Rome. Mijn prof stuurde mij een klein woordje voor kerst. Hij schreef: 'Leg je hand in de handen van de Heer, in de handen die hij in de kerstnacht van Maria kreeg'. Dat is het: Christus kreeg handen zoals wij, en daar kan je je eigen hand in leggen. Daarom hechten wij zo aan Maria, die aan onze, menselijke, kant staand het mens-zijn aan Jezus heeft gegeven, opdat hij God voor ons kon zijn.

Iets hiervan klinkt door in kerstmuziek, ook in het protestgenre. Een intens verlangen naar harmonie.''

“Met Kerst vindt niemand het gek dat je naar de kerk gaat. Dat is met Pasen heel anders. Pasen vereist veel meer denkarbeid om de betekenis ervan te bevatten. Kerst is directer, aandoenlijker. Pasen is natuurlijk in het geheel niet aandoenlijk.

Met Pasen denk je eerder dan met Kerstmis aan de muziek van Bach, hoewel die prachtige aria uit de Mattheüspassie ook iets lichts heeft dat met Kerst goed zou kunnen: (varieert) 'Aus Liebe wird mein Heiland sterben, Aus Liebe wird mein Heiland jetzt für uns geboren'.

De muziek van Bach, die helemaal in de Duitse lutherse traditie zat is misschien wat te cerebraal, te geconstrueerd voor mensen die meer het romantische aanvoelen. Bach heeft wel een duidelijke, eigen spiritualiteit, je voelt de nabijheid van God. Het is een niet versluierde, oprechte spiritualiteit die hij ter beschikking stelt. Het is muziek waar je in meegenomen wordt, het strak volgehouden ritme is rustgevend. Ik hou daarom niet van ritardando's, vertragingen, bij Bach - nou, alleen in de allerlaatste maat een beetje. Dat meegenomen worden in het ritme geeft rust.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden