Oskar Schlemmer doet het goed bij peuters

AMSTERDAM - Je kiest drie kleuren: rood, blauw en geel. Je tekent drie figuren: een vierkant, een driehoek en een cirkel. En je maakt objecten in drie vormen: een kubus, een bol en een kegel. Met één acteur en twee danseressen er bij heb je dan de ingrediënten voor 'Eén, twee drie!'. Een sprankelend mooie theatervoorstelling voor peuters van STAP Kunstprojecten in samenwerking met 'Bureau vanaf twee'.

DOOR ANITA TWAALFHOVEN

“'Een, twee, drie' is geïnspireerd op het werk van Bauhaus-kunstenaar Oskar Schlemmer, vertelt Faco Kluiving van het bureau voor peutertheater Vanaf Twee. “Jaren geleden zag ik de tentoonstelling over Schlemmer in het Amsterdamse Stedelijk Museum en ik zag meteen een link met de belevingswereld van peuters. Het leek heel logisch. De abstracte vormen en de heldere kleuren in het werk van Schlemmer zie je terug in peuterspeelgoed. Zo is de bol een bal om mee te spelen en de kubus is als de blokken van een toren.”

Oskar Schlemmer maakte ook abstract, beeldend theater en - alsof hij het voorzien heeft - schreef hij daarover in zijn dagboek: 'Benader de dingen alsof de wereld zojuist is geschapen.' Kluiving ging met zijn idee naar STAP Kunstprojecten - een multidisciplinair kunsteducatief bedrijf - en bekeek met regisseur Herman Bodt een video van de 'Triadische balletten' van Schlemmer. Herman Bodt: “Aan het begin van deze eeuw was het een interessant onderzoek. De balletten kun je zien als bewegende schilderijen. Maar nu is het toch een beetje saai, met een wat stijve manier van dansen. En de experimentele muziek vind ik eerlijk gezegd niet om aan te horen.”

Maar bij het zien van het Bauhaus-filmpje 'Spel met Blokken' zag ook hij een link met het peuterpubliek. Bodt: “Je ziet in dat filmpje drie mannetjes in pyjama's met blokken spelen. In navolging hiervan ben ik de eerste weken met de acteurs gaan rommelen met blokken en bewegingen. Tijdens de repetities hebben we torens gebouwd, muren en piramides. Bij het maken van de uiteindelijke voorstelling zijn we uitgegaan van het getal drie: drie spelers, drie vormen en drie basiskleuren. We gebruiken geen tekst, maar gaan uit van dans en mime. Spelers Ellen Smits en Renske te Witt hebben een dans-achtergrond. Terwijl acteur Aernoudt Carlier - evenals Ellen - ook clown is. In hun spel laten zij zich leiden door verbazing en nieuwsgierigheid en samen met de kinderen in het publiek ontdekken ze de abstracte wereld. 'Een, twee, drie' kun je zien als een theatrale reis langs mooi vormgeven spelletjes.” Vormgevers Marjan Genot en Monique Koster ontwierpen inderdaad prachtige 'schlemmeriaanse' objecten en kostuums in opvallende kleuren en vormen.

Bodt vervolgt: “Het directe contact tussen de acteurs en de peuters is essentieel. Zodra dat weg valt, werkt de voorstelling niet meer. Zo hadden we een scène bedacht, waarin de spelers abstract bewegen met een driehoek, een vierkant en een cirkel. Dat bleek veel te afstandelijk te zijn voor de kinderen, dus die scène hebben we er nu uitgegooid. Peuters moeten alles vanaf het begin tot het einde kunnen volgen en zien. Als ze zien hoe een speler zich in een blok verstopt en dan 'kiekeboe' weer tevoorschijn springt, leven ze helemaal mee. Maar je kunt een acteur niet plotseling vanuit het niets tevoorschijn laten springen, want dan schrikken ze. En als ze eenmaal gaan huilen, houdt het niet meer op want ze steken elkaar aan.”

“Om dat te voorkomen heb ik een 'warm bedje' van de voorstelling gemaakt, door alles heel rustig op te bouwen en een zacht muziekje te kiezen. Ook de kostuums trekken de acteurs in de loop van de voorstelling stukje bij beetje aan, zodat ze niet ineens in vol ornaat voor de kinderen staan.”

Kluiving: “Voor peuters is er nog geen onderscheid tussen fantasie en realiteit. Dus theater is net zoiets als door de stad lopen en allerlei gekke dingen zien. Toch is zo'n eerste ervaring met theater belangrijk. Je moet er voorzichtig mee omgaan, zodat ze nog terug willen als ze wat groter zijn. Een heleboel normale theatereffecten kun je niet gebruiken voor peuters. Ze kunnen niet tegen harde of enge geluiden en vreemde lichteffecten. En als het donker wordt ervaren ze dat alsof er niets meer is, dus de zaal moet de hele tijd goed verlicht blijven.”

“Voor peuters is alles om hen heen onderdeel van de voorstelling. Ook een schoppend kind naast hen is een concurrent van wat er op het speelvlak gebeurt. De spanningsboogjes in 'Een, twee, drie' zijn daarom kort. Ze kunnen er, net als bij een treintje met verschillende wagons, zo weer in stappen als ze even zijn afgeleid.”

Kluiving is erg tevreden over het resultaat: “De kinderen leven heel erg mee en het is leuk dat er humor aan de voorstelling is toegevoegd. Bij Schlemmer denk je misschien aan 'iets zwaars'. Maar de voorstelling is simpel, humoristisch en licht. Als Schlemmer nog geleefd had, dan had hij het vast leuk gevonden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden