Orthodox betekent 'open geest'

Wie teruggaat naar de bronnen van de vroegchristelijke kerk, vindt de richtlijnen voor een positieve katholieke ethiek voor het opscheppen.

Tegenwoordig heeft in bepaalde kringen het woord 'orthodoxie' een negatieve klank, omdat het door sommige mensen verkeerd wordt begrepen. Het wordt met rechtlijnigheid in geloven in verband gebracht. Orthodoxe gelovigen zijn recht in de leer, gestreng, en reageren traag op veranderende sociale, religieuze of politieke verhoudingen. Zo manoeuvreren zij zich in een isolement, waarin zij volharden door de wereld om hen heen af te wijzen.

Maar wie zich verdiept in de vroege kerkgeschiedenis komt er al snel achter dat orthodoxie bij kerkvaders gepaard gaat met gematigdheid, evenwicht en vooral met de bereidheid tot het aangaan van een dialoog. Een orthodox iemand is voor kerkvaders een 'open geest'.

In de tweede eeuw ontspon zich een felle polemiek tussen encratisten, gnostici en montanisten enerzijds en anderzijds geestelijken die wij nu als de orthodoxe kerkvaders in de handboeken tegenkomen. Inzet was het huwelijk.

De encratisten geloofden dat seksualiteit een gevolg was van de erfzonde die een logica van wreedheid en agressie had veroorzaakt in de geschiedenis. Daarom moesten christenen maar zoveel mogelijk in onthouding leven. Je kon, aldus enige encratisten, maar beter je lichaam tot gelooid leer laten worden door er zo weinig mogelijk aandacht aan te besteden. Dan werd, zo was de merkwaardige gedachte, je geest het meest vrij en ruim.

Kerkvaders als Ireneüs in de tweede en Hiëronymus in de vierde eeuw hadden ook niet zo veel op met het menselijk lichaam, maar vonden het extremisme van de encratisten gevaarlijk. En zeker Augustinus bekritiseerde het rücksichtslos veronachtzamen van het lichaam. Mensen moeten in alles wat zij doen - eten, drinken, bidden en studeren - de juiste maat houden, zegt hij de stoïcijnen na; anders raken zij uit hun evenwicht en zal de kerk slechts worden bemenst door Vollneurotiker.

Wie zich verdiept in de vroegchristelijke polemieken tussen 'heterodoxen' en 'orthodoxen' kan niet anders dan concluderen dat in het kamp van de orthodoxie veel meer aandacht was voor een levensorde waarin evenwichtigheid als opmaat gold tot de navolging van Christus.

Orthodoxie was in deze tijden dus meer dan orthofonie: het slechts belijden van goedgekeurde formules. In het licht van deze orthodoxe traditie stelt de beleving van de katholieke micro-ethiek door het gros van onze gelovigen als 'hopeloos ouderwets' en 'volstrekt achterhaald' de rk kerk voor indringende vragen. Wie teruggaat naar de bronnen van de vroegchristelijke kerk, vindt de richtlijnen voor een positieve katholieke ethiek voor het opscheppen.

In de tijd van Augustinus vormde de katholieke kerk in Noord-Afrika een vitale minderheidskerk. De donatisten hadden in zijn regio de overhand. De religieuze cultuur was 'vloeibaarder' (Zygmunt Bauman, Joods filosoof) dan wij geneigd zijn te denken. Er was ook in die tijd vanuit de hele wereld een veelheid van aanbod op de religieuze markt. Augustinus benadrukte dat de katholieke kerk aan globalisering moest doen (lang voordat het woord was uitgevonden). Haar opdracht was de hele wereld te omspannen. Zij mocht dus geen veilige, naar binnen gekeerde monocultuur in de hand werken, maar moest juist de wereld en 'andersdenkenden' open tegemoet treden. Hij verweet de donatisten dan ook hun 'ketterse' isolationisme. De donatisten zagen hun kerk als de ark van Noach: van binnen en buiten geteerd en waterdicht om de vervuilde wateren van de wereld buiten te houden.

Augustinus had een broertje dood aan gelovigen die de kerk zagen als een organisme dat een heilloos soort isolationisme nastreeft. Aan de donatistische bisschop Gaudentius schrijft hij dat hij dit ook in zijn eigen kerk ziet voortkomen uit een gebrek aan realiteitszin. Hij is ervan overtuigd dat ook zijn orthodoxe katholieken de kerk ontluisteren omdat zij krachten als heerszucht, triomfalisme, hoogmoed en arrogantie in zichzelf niet onderkennen.

De 'wereld' is in de kerk. Daarom moeten zij als eersten de ruis in hun drijfveren op het spoor komen en op noemer brengen.

Deze orthodoxe zelfconfrontatie heeft grote voordelen. Want wie zich realiseert dat de kerk en het eigen 'ik' niet volmaakt zijn, wordt minder hoogmoedig en zal anderen minder hautain bejegenen. En dat is precies wat Augustinus wilde bereiken.

Orthodoxie gaat bij kerkvaders dus gepaard met gematigdheid en evenwicht. Maar ook met een openheid naar anderen, die meer oprecht en vruchtbaar wordt naarmate de gelovige zich realiseert dat ook op hem van alles aan te merken valt. Deze deugden horen par excellence bij orthodoxie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden