Orkest zonder muzikanten

In het Festival van Zeeuwsch-Vlaanderen speelt een dansorgel de hoofdrol. Hulst ('de meeste Vlaamse stad van Nederland') presenteert vanaf morgen de muziektheatervoorstelling 'Decap'. De 'automatische muziekmachine', die traag zuchtend en blazend op gang komt, kan harder en vooral eindeloos langer dan een hele fanfare bij elkaar stampen, fluiten, slaan en daveren.

Arend Evenhuis

De dansorgelbouwers Decap uit het Vlaamse Herentals houden hun hart vast: slaat de xylofoon niet te hard aan, dempen de bekkens afdoende? En áls hun dansorgel in onverdroten vloeiende beweging speelt, wacht hun nog de 'orgelmensen' met hun muzikale oordeel.

Niet te verwarren met onze Antwerpse familie, luidt het bezwerend in de eerste regels die de gebroeders Frank en Tony Decap op hun wereldwijde webpagina lieten zetten. Frank en Tony zijn immers van Herentals, ten oosten van Antwerpen en precies als driehoekspunt onder Tilburg en Breda gelegen. Hoewel er nog veel meer broers Decap zijn, bestaan er twee wereldberoemde firma's 'Gebroeders Decap'. Waarom grootvader Frans Decap in 1933 zijn Antwerps familiebedrijf met ruzie verliet, blijft een familiegeheim. Maar geheid dat het om een orgeltwist ging.

De naam Decap -niet als Décap, maar als Decáp uitgesproken- staat voor orgel en orgelbouw. Sinds het begin van de twintigste eeuw bouwt Decap zogeheten dansorgels, waarvoor geen organisten nodig zijn maar kartonnen partituurboeken zoals die ook in draaiorgels zitten. In tegenstelling tot een draaiorgel heeft een Decap-orgel geen wielen, het werd voor permanent gebruik in Vlaamse en Zuid-Nederlandse danslokalen geïnstalleerd. Je ging naar kroeg of lokaal om daar tegen een bescheiden toegangsprijs op de krachtige trommeltonen en bekkenslagen van een Decap-orgel te dansen. In Antwerpen kan dat nog steeds in het beroemde café Van Beveren, maar het orgel daar is van de Antwerpse Decap-concurrent, al bezweren de Decap-Gebroeders van Herentals dat zij de Antwerpse tak als compagnon beschouwen in 'de queeste naar de ultieme automatische muziekmachine'.

Muziekmachine klinkt misschien oneerbiedig, maar het is precies wat een Decap-orgel is. Groter dan een kloeke boekenkast herbergt een Decap-orgel een volledig orkest zonder muzikanten. De ingebouwde instrumenten worden via uitgekiende chips gestuurd. De gebroeders Frank en Tony besteden niets uit voor hun intensieve arbeid. Elke zekering, houtkrul of frontbeschildering wordt in hun atelier annex houtbewerkerij in de bossen iets buiten Herentals ontworpen en gemonteerd. Daar oefenen zij een dubbel vakmanschap uit: dat van timmerlieden en van muziekinstrumentbouwers.

Het kwam nog geen seconde in het jongenshoofd van Tony op om piloot of brandweerman te willen worden; hij werd immers in de dansorgelbranche geboren. Samen met zijn oudste broer Frank koos hij voor het orgelvoetspoor van zijn vader François, zijn grootvader Frans en overgrootvader Alois.

Tony Decap houdt niet van dralen, moet eigenlijk allang weer achter een houtmachine staan, en vat zijn carrière en arbeidsvreugd subiet bij de horens: ,,Wij doen wat we willen. We hebben geen concurrentie, weinig klanten, en hebben niets -zoals in de autoindustrie- met regelgeving te maken. Dus wat is nou beter? Een klant komt bij ons met een idee, waarvan wij een droom proberen te maken. En voor je daarmee klaar bent, stapt er weer een nieuwe klant binnen.''

Simpel zat, zou je denken, maar de Herentalse gebroeders moesten eerst wel door dalen heen om de hoogvlakte te bereiken waarop zij nu vertoeven. De opkomst van de jukebox en later dancings met grammofoonplaatjes draaiend personeel vormde een rechtstreekse bedreiging voor het dansorgel. Tegelijkertijd waren mensen die vanaf 1930 met het dansorgel opgroeiden, massaal bezig met uitsterven. ,,In feite viel de markt weg'', constateert Tony Decap. ,,Wij gingen terug op de klassieke pijporgels, die mensen in hun huis, garage of schuurtje verlangden. We bouwden oldtimers voor particulieren en musea in België, Nederland en Frankrijk, zoals er nu ook nog klompenmakers zijn die klompen als event maken. Nee, kerkorgels of waterorgels deden we niet.'' De schaduw strekte zich zo duchtig over de dansorgelbranche uit, dat Frank op een dag tegen zijn broer Tony verzuchtte: ,,'t Is gedaan.''

Verkeerde klanten kruisten het pad van de gebroeders Decap en probeerden een zekere mate van verval te bewerkstelligen: jong en al te doortastend horecavolk, dat gisteren een frituurkot beheerde, vandaag een dancing bestiert en morgen een scooterhuis bezit. Of voor hen niet even snel een goedkoop dansorgel kon worden getimmerd. Bijtijds zagen de gebroeders de neerwaartse spiraal opdoemen en ze weerstonden de verleiding om met ondermaats vakwerk aan snel-geld-hysterie mee te doen.

Zestien maanden als levertijd voor een Decap-orgel is lang, ja. En zo'n 150000 gulden is veel geld, ook waar. Maar wil de klant nou zooi of vakwerk? ,,Een uur kun je niet in tweeën delen'', weet Tony Decap. ,,Soms moeten klanten maanden wachten op de vervanging van een paar vioolpijpen. Je kunt die klanten niet anderhalf jaar op sterk water zetten. Maar wij kunnen ons werk niet stilleggen om tussendoor mallen voor twee of drie kapotte pijpen te maken. Langs de andere kant moet je loyaal zijn en meteen naar een klant toe die in nood zit. Als een orgel hapert, moet je erheen, want die mensen zitten omhoog zo vlak voor een bruiloft of jubileum. Voor klanten in Amerika hebben wij gelukkig een technische dienst ter plekke, die eerst in Herentals kwam kijken en met stekkers en pluggen daar kan uitrukken. Wij doen heerlijk werk, maar hebben ook grote verantwoordelijkheid. Als iemand met een oud orgel langskomt, kun je niet zeggen: dat doen we niet, daar hebben we nou geen tijd voor. Verwacht alleen niet dat het morgen geklaard is.''

De laatste vijftien jaar gaat het weer bergopwaarts met de Herentalse dansorgelbouwers. Tony zegt geen zorgen meer te hebben, al houdt hij streng rekening met 'de strekkingen' in zijn bedrijf. ,,Ik heb geen zin in willekeurige klanten, die een speciale fluit of een rode orgelflank eisen. Liever bouw ik een product dat gesmaakt wordt door een breder publiek, een bepaald type orgel.''

En daar stuit zijn bedrijf onafwendbaar op de Wet van de Remmende Voorsprong: moet alles terug in oorspronkelijke staat gerestaureerd, terwijl je weet dat een computer tien keer sneller en oneindig gevarieerder een -zelfgezochte- partituur kan maken?

Ook dan weet Tony Decap raad: ,,Ik bouw geen computers in onze orgels. De rol van boeken als partituur is voorbij, aangezien de computer duizenden keren meer informatie verwerkt. Het hangt ervan af hoe je het bekijkt. Je kunt de compositie op de computer maken en de disc inleveren, waaruit wij vervolgens een kartonnen boek kappen. Vergelijk het maar met een oldtimer en de nieuwste Volkswagen. Is het spijtig voor de oldtimer dat die geen anti-brake-systeem heeft? Nee. Zal ik een anti-brake-systeem in een oldtimer zetten als een klant daar om vraagt? Nee.''

,,Wel richten wij ons op de oren die mensen vandaag de dag hebben. Een dansorgel uit het begin van de vorige eeuw klinkt ons nu veel te bruusk, als een fanfare die volop muziek ligt te maken. Het voldoet niet meer, als je dat nu doet, kun je de mensen wegdragen. Dus zoeken wij naar een nieuw orgel met akoestisch geluid en veel meer variatie in klank, waarbij je kunt dineren zonder dat de conversatie gestoord wordt. Hoewel de drums pal naast je oren drummen, kun je het volume aanpassen.''

,,Mensen uit 1930 hadden een ander soort ingesteldheid. Eén keer per jaar ging je naar de kermis; boeren werkten het hele jaar op het land, om dan één avond flink te feesten. Je mocht al blij zijn dat je iemand vond die accordeon kon spelen. Nu hebben we de hele dag muziek om ons heen. We hebben verwende oren, ja. De fanfare blijft wel bestaan, al krijgt die een andere rol. Toen bioscoopbezoekers in de eerste stomme films een trein zágen aandenderen, sprong iedereen van schrik opzij. Zie je zo'n aanstormende en zwijgende trein nu, dan zeg je: waar zijn die mee bezig?''

,,De aanslaggevoeligheid luistert nauw. Je kunt een klavecimbel of xylofoon hard, zacht of nog zachter laten aanslaan. Dat moet je met een 'zachte ophanging' zien te bereiken. Hoe we dat doen? Ja, wisten we dat zelf! Net zolang sleutelen totdat je de juist klank hebt en de trilling kwijt krijgt. En met koperen plaatjes de storingen hebt weggetrokken. Als het orgel speelt, en er gaat iemand met een mobiele telefoon naast staan bellen, mag die de partituur niet van de wijs brengen. De eerste helikopters vielen bij bosjes uit de lucht omdat er duizenden bewegende delen in de machine zaten. Toen ze die tot honderden bewegende delen terugbrachten, bleven de helikopters in de lucht. Elk bewegend deel is altijd een probleem; dat kan namelijk vastlopen. Daarom moet een dansorgel zo simpel mogelijk zijn. Het moet uren en uren kunnen functioneren en toch onderhoudsarm zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden