Opinie

Orkater brengt een liefdevol portret van 'Conijn van Olland'

De aandoenlijkste en grootste pleitbezorger van Holland aller tijden. Zo noemen Beppe Costa, Geert Lageveen en Leopold Witte het voorwerp van hun theatrale onderzoek: koning Lodewijk Napoleon die van 1806 tot 1810 ten onzent koning was en in die vier jaar, ongetwijfeld op een autoritaire manier, meer heeft bijgedragen aan het samensmeden van de verschillende provinciën tot een natie dan de drie Willems na hem bij elkaar.

Onder de vlag van het met opheffing bedreigde Orkater en in een regie van Gijs de Lange van Toneelgroep Amsterdam hebben de drie acteurs fascinerend muziektheater gemaakt over deze koning. Als jongere broer van Bonaparte was Louis of Luigi evenzeer een Corsicaan, toen hij benoorden Brussel werd neergezet in dat land van mest en mist en vuile regen waar hij zijn hart volkomen aan verpandde. Het water speelt een cruciale rol in de voorstelling, druppelend uit flessen als infuzen, klotsend in een badkuip en telkens weer gebruikt om muziek mee te maken. Daarnaast staan over het hele toneel mandolines, trommels en andere muziekinstrumenten opgesteld waar onder leiding van Costa op geslagen, getokkeld en geblazen wordt. Enkele prachtige staaltjes van Costa's muziek zijn een apparaat waarmee de branding van de zee bij Scheveningen ten gehore wordt gebracht; Scheveningen waar Lodewijk zijn zoon aan het gure Hollandse klimaat verloor, zonder dat zijn liefde voor Holland verflauwde. Zelfs de g-klank, waar de Hollanders lieden uit andere streken feilloos aan weten te herkennen, kreeg hij onder de knie, zodat hij in onberispelijk Nederlands kon uitroepen: 'Spijt is wat de geit schijt', al is er natuurlijk die hardnekkige anekdote dat zijn 'Ik ben koning van Holland' voor de Hollanders klonk als 'Ik ben Conijn van Olland'.

De jonge Lodewijk wordt gespeeld door Lageveen; eenmaal op de troon gezet neemt Costa de rol van hem over. Hij is dan de onhandige maar innemende stuntel die de negentiende eeuw, tuk op het 'van vreemde smetten vrij', zo gauw mogelijk heeft gemarginaliseerd. Toch heeft Amsterdam aan hem te danken dat het de hoofdstad is geworden, is het Rijksmuseum door hem gesticht en de Bijlmermeer door hem drooggelegd, om maar enkele punntjes te noemen uit de lange lijst van grote daden waarmee deze koning in de voorstelling wordt geëerd.

Ach, als er wat bij zit dat niet echt op zijn conto geschreven kan worden, is dat niet erg. 'Conijn van Olland' is een tintelend warme aubade, waarin ook de tragische gebeurtenissen uit het leven van deze koning en zijn malligheden schitterend worden verteld en in klanken worden omgezet. Als de koning van zijn broer moet trouwen met diens stiefdochter Hortense, wordt de wanhopige huwelijksnacht door Costa effectief tot klinken gebracht, doordat hij zijn vingers laat rondslieren op een natte glasplaat.

Op andere momenten beuken de wind-, donder en bliksemmachines de eeuwig grijze luchten van Holland; intussen leert de koning ijverig de taal van zijn geliefde Hollanders met versjes als "Karretje over de zandweg reed' en vele andere, of met tongbrekers als 'De koetsier poetst de postkoets' die ik nog niet kende maar echt nog een stuk moeilijker vind dan 'De kat krabt de krullen van de trap'. Een kostelijk-mooie voorstelling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden