Originele Statenvertaling staat eindelijk op internet

Honderd vrijwilligers tikten de 2,6 miljoen woorden uit – jong en oud, van officier tot neuroloog. Het resultaat, een digitale versie van de Statenvertaling uit 1637, is vanaf vrijdag voor iedereen toegankelijk op het internet.

Menigeen zal er in dit digitale tijdperk zonder meer vanuit zijn gegaan dat de Statenbijbel uit 1637, het ’boek der boeken’ dat zo’n groot stempel heeft gedrukt op de Nederlandse taalontwikkeling en cultuur, allang op het internet te vinden zou zijn. En inderdaad, op de website van het Nederlands Bijbelgenootschap kan deze eerste Nederlandse bijbelvertaling rechtstreeks uit de grondtalen Hebreeuws en Grieks worden geraadpleegd, maar slechts als facsimile: de website toont foto’s van de pagina’s, die verder niet kunnen worden doorzocht.

Wie een uitgetikte versie zoekt, moet genoegen nemen met latere vertalingen. Maar daarin komt vanaf morgen verandering. Dan zal Frits van Oostrom een digitale versie van de Statenbijbel – een van de vijftig ’vensters’ van de door zijn commissie in 2006 geïntroduceerde historische canon van Nederland – feestelijk openen op het internet. Vanaf vrijdag is de ’Digitale Statenvertaling 1637’ op drie websites voor iedereen toegankelijk.

Zonder de Utrechtse taalkundige Nicoline van der Sijs en het door haar in gang gezette grootste letterkundige vrijwilligersproject in Nederland tot nu toe, was deze digitale versie van de Statenvertaling er trouwens nooit gekomen. Voor zij aan dit project begon, waren allerlei instanties benaderd met het verzoek om steun bij het digitaliseren van de oorspronkelijke editie van de Statenvertaling. Iedereen zag er het belang wel van in, zo bleek, maar niemand voelde zich geroepen: te veel werk, te duur, andere prioriteiten en nog zo wat redenen.

Toen besloot ze zelf de hand maar aan de ploeg te slaan. Vorig jaar juni deed ze een oproep in Trouw. Daarin zocht ze naar vrijwilligers die bereid waren ieder tien pagina’s van de Statenvertaling uit te tikken. „Op dat idee was nog niemand gekomen; 2,6 miljoen woorden uittikken is natuurlijk een ’heidens’ karwei, maar wanneer je de tekst in kleinere porties verdeelt, om precies te zijn 272 porties van tien bladzijden, willen mensen dat best doen.”

De respons was overweldigend. Uit de 350 aanmeldingen werden uiteindelijk 135 mensen geselecteerd, op foutloos kunnen werken en ook de tijd hebben om het werk te doen. „Nee, niet alleen taalkundigen en theologen”, zegt Van der Sijs, „maar mensen uit alle mogelijke beroepsgroepen. Er zit bijvoorbeeld een neuroloog bij, een beroepsofficier, een farmaceut, een commissaris van politie, een kunsthistoricus, een archivaris, een informaticus en een ingenieur. Ook de leeftijden lopen sterk uiteen: de jongste vrijwilliger is 20, de oudste 86. Ze wonen zelfs niet allemaal in Nederland. Er zijn vrijwilligers bij uit Ivoorkust, San Salvador, Finland, Italië, Duitsland en België.” Van de 135 geselecteerde vrijwilligers zijn er 100 aan de Statenvertaling gezet, de rest aan andere vertalingen die nog niet op internet staan, zoals de Delftse bijbel uit 1477 – het oudste gedrukte Nederlandstalige boek – die inmiddels al klaar is, de Leuvense bijbel uit 1548 en de Lutherse uit 1648. Andere bijbels zullen nog volgen, zoals de Deux-Aesbijbel uit 1562 en de Liesveltbijbel uit 1526. Bovendien werkt Van der Sijs met haar vrijwilligerslegioen aan een digitale versie van de tweede druk van de Statenvertaling uit 1657. Als extra verrassing is dankzij het werk van een aparte groep vrijwilligers met een Friese achtergrond, vanaf morgen niet alleen de Statenvertaling, maar ook de oudste Friese bijbelvertaling, die van Wumkes uit 1943, digitaal beschikbaar (www.wumkes.nl en later dit jaar www.biblija.net).

Eind vorig jaar waren de vrijwilligers klaar met hun typwerk voor de Statenvertaling 1637. De maanden daarna waren nodig voor de ’techniek’, om het zaakje netjes op het internet te krijgen. „Vooral een goede digitale weergave van de 70.000 noten bij de Statenvertaling bleek technisch nogal een lastige klus te zijn”, vertelt Van der Sijs.

Het belangrijkste doel dat volgens de taalkundige is bereikt, is dat allerlei oude en moderne bijbelvertalingen naast elkaar gelegd en onderzocht kunnen worden op verschillen en overeenkomsten. „Zo kun je er onder meer achter komen hoe groot de invloed van het Duits is op de Nederlandse protestantse bijbelvertalingen, of in hoeverre bijbelvertalingen schatplichtig zijn aan elkaar. De Leuvense Bijbel bijvoorbeeld heeft gebruik gemaakt van de Delftse. Dat kun je straks, als alle vertalingen op internet staat, al vergelijkend, goed onderzoeken.”

Een voorbeeld hiervan geeft Van der Sijs in een artikel voor het tijdschrift Onze Taal (editie 1 juni). Het komt uit Genesis 42:21, waarin de broers van Jozef naar Egypte komen. In de Delftse bijbel staat het leenwoord tribulacie (ellende): ’hier om is dese tribulacie op ons ghekomen’. In de Leuvense bijbel staat dat woord er ook: ’daerom es dese tribulatie op ons comen’. De Leuvense bijbel volgt hier de Delftse. Maar de Statenvertaling doet dat niet. Deze heeft het leenwoord vervangen door een Nederlands woord: ’daerom komt dese benautheyt over ons’.

Ook is de taalkundige er zeker van „dat we woorden gaan vinden, die niet in woordenboeken voorkomen. De 16de eeuw is taalkundig nogal diffuus: er zijn maar relatief weinig tekstbestanden uit die periode beschikbaar. Bovendien eindigt het Middelnederlandsch Woordenboek in de vijftiende eeuw en begint het Woordenboek der Nederlandsche Taal pas zo rond 1550. Daar gaapt een gat van een halve eeuw tussen.” Het zal bij deze ’nieuwe’ woorden vooral gaan om samenstellingen en afleidingen, verwacht ze.

En er zullen vertaalverschillen opduiken tussen de bijbelvertalingen onderling. „In de Leuvense en Delftse bijbel bijvoorbeeld wordt er in Jesaja 5:1 gerept van ’mijn ooms zoon’. Op dezelfde vindplaats staat in de Statenvertaling echter ’mijn liefste’. Hoe dat kan? De Leuvense en Delftse bijbel gebruiken allebei de Latijnse Vulgaat als bron, terwijl de Statenvertaling uitgaat van de Hebreeuwse tekst. Die blijkt een ambigue betekenis te hebben; kennelijk hebben de Vulgaatvertalers en Statenvertalers een verschillende keuze gemaakt.”

Wat er verder kan met de verschillende vertalingen naast elkaar, is ’lemmatiseren’ van verschillende woordvormen uit de bijbels. Dat houdt in dat de woordvormen met behulp van een computerprogramma worden ondergebracht bij een hoofdtrefwoord, een lemma, precies zoals dat in woordenboeken gebeurt. Verbogen of vervoegde vormen (grijze; liep) worden geplaatst bij de onverbogen of onvervoegde vormen (grijs; lopen). En oudere woordvormen zoals jeucht en jeugt worden ondergebracht bij (het modern gespelde) jeugd; evenzo komen danckt, dancket en gedanckt onder danken.

Via de website van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie kan de concordantie van woorden worden opgevraagd, ofwel de lijst van alle bijbelplaatsen waarin het bewuste woord voorkomt. En dankzij de literaire teksten die op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren te vinden zijn, kan van alle opvallende uitdrukkingen in de Bijbel worden nagegaan of zij ook voorkomen in literaire werken uit die tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden