Originaliteit

In een interview uit 1987 doet Richard Rorty (1931) de volgende, opmerkelijke uitspraak: ,,Ik geloof niet dat ik ooit een origineel idee heb gehad. Mijn werk bestaat hoofdzakelijk uit het naast elkaar zetten van het werk van andere mensen.''

Iets dergelijks zul je van beroepsfilosofen niet zo gauw horen, hoewel het de precieze omschrijving is van wat de meesten van hen dag in dag uit doen. Met zo'n uitspraak immers zouden ze hun reputatie - die met name onder empirische wetenschappers toch al niet zo gunstig is - geen goed doen. Nu hoefde Rorty zelf niet bang te zijn voor zijn reputatie: hij had zijn sporen in de filosofie al ruimschoots verdiend toen hij zijn ontboezeming deed. Maar toch - hoe moeten we deze uitspraak duiden. Is het koketterie? Is het misschien ironie. Zelfspot? Valse bescheidenheid? Of is het een serieuze uitspraak en moeten we haar letterlijk opvatten? Zegt hij hier dus gewoon de waarheid over zichzelf - of sterker: spreekt hij hier een waarheid uit die niet alleen voor hemzelf geldt maar voor iedere filosoof? Sloopt hij hier, althans wat de filosofie betreft, het heilige huisje van de originaliteit?

Als je de uitspraak in het kader van zijn denken plaatst, dan lijkt de conclusie dat het Rorty ernst is onvermijdelijk. Als geen ander heeft hij de pretenties van de, vooral westerse, filosofie betwist. Hij heeft herhaaldelijk gewezen op de contingentie, dat wil zeggen het tijd- en plaatsgebonden karakter van de filosofie. Bovendien heeft hij geen goed woord over voor filosofen, uit verleden en heden, die hun wetenschap als de hoogste betitelen en zichzelf als het culminatiepunt van de filosofiegeschiedenis. Als er één hedendaagse denker die een pleidooi houdt voor bescheidenheid, is hij het wel.

We kunnen ons trouwens de vraag stellen of het in de geschiedenis van de filosofie wel zo'n vaart liep met de aanspraak op originaliteit. Gedurende de gehele periode van de scholastiek bijvoorbeeld zou geen enkele filosoof op het idee komen zich een oorspronkelijk denker te noemen. Hij beschouwde het als de hoogste eer om in de voetsporen te treden van degene die algemeen beschouwd werd als de grootste van alle filosofen: Aristoteles. Hij legde zich dan ook uitsluitend toe op het becommentariëren van diens werken. Hij zou zich beslist hebben gevonden in Rorty's uitspraak.

Zo vormen de veelgeprezen Essais van Montaigne eerder een compendium van antieke wijsheid dan een bundeling van oorspronkelijke inzichten; het gaat hier eerder om een oefening in bescheidenheid dan een exposé van eigen scherpzinnigheid. Maar ook erkende grootheden uit de moderne filosofie plaatsten zich eerder in de filosofische traditie dan dat ze zich lieten voorstaan op hun al dan niet vermeende originaliteit.

Zo onderstreept Kant zijn afhankelijkheid van de Engelse empiristen David Hume en John Locke. Zo wordt Schopenhauer, die je toch nauwelijks van valse bescheidenheid kunt betichten, niet moe te vermelden dat hij twee geestelijke vaders heeft gehad, 'de goddelijke Plato en de onnavolgbare Kant'. En ging de hevige strijd tussen diezelfde Schopenhauer en Hegel niet hoofdzakelijk om de vraag wie zich de legitieme erfgenaam mocht noemen van de grote Kant? En zelfs Nietzsche, die toch beslist niet vies was van zelfvergroting, schreef een essay getiteld 'Schopenhauer als opvoeder'. En wat te denken van de beroemde (en beruchte) uitspraak van de wiskundige en wijsgeer Alfred North Whitehead: 'De hele westerse filosofie is een serie voetnoten bij Plato.'

Wie de geschiedenis van de filosofie overziet, zal vaststellen dat de werkelijk grote filosofen hun schatplichtigheid jegens hun voorgangers ruiterlijk erkennen en dat alleen de dwergen van de geest het nodig vinden hun originaliteit van de daken te schreeuwen. Hun geldt de strenge vermaning van Pascal: ,,Schrijvers die te pas en te onpas spreken over mijn boek, mijn commentaar, mijn geschiedenis deden er beter aan te zeggen: ons boek, ons commentaar, onze geschiedenis etc., omdat daarin gewoonlijk meer goed van anderen dan van henzelf te vinden is.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden