Orhan Pamuk en Turkije's gebaar van vriendschap

De Turkse schrijver Orhan Pamuk pleit hartstochtelijk voorTurkse toetreding tot Europa. Volgens Bart Jan Spruyt, directeurvan de Burke-stichting, bieden Pamuks eigen romans zwaarwegendeargumenten om dat pleidooi met scepsis tegemoet te treden. ,,Deschrijver is wijzer dan de intellectueel. De intellectueel roeptop tot een politiek avontuur waarvan de schrijver weet dat hettot grote problemen en een onzekere uitkomst zal leiden.''

Hij kreeg dit jaar (nog) niet de Nobelprijs, maar wel degrootste literaire prijs van Duitsland, de Vredesprijs van deDuitse boekhandel. Volgens het juryrapport omdat de Turkseschrijver Orhan Pamuk (geb. 7 juni 1952 in Istanbul) ,,als geenandere auteur in onze tijd de historische sporen van het Westenin het Oosten en van het Oosten in het Westen nagaat, en ons toteen cultuurbegrip dwingt dat steunt op kennis van en respect voorde ander''. Zijn oeuvre, waarin 'Europa en het moslimse Turkijesamenkomen', bevat 'beelden en begrippen die onze samenleving ineen niet eng begrepen Europa zal gebruiken'.

In het dankwoord dat Pamuk afgelopen zondag in Frankfurtuitsprak, op de slotdag van de Buchmesse, zei hij de prijs teaccepteren als erkenning van 'dertig jaar loyale dienst aan desublieme kunst' van de roman. De roman is niet zomaar iets. Deroman, aldus Pamuk, is ,,een van de grootste artistiekeverworvenheden uit Europa. Naast de orkestmuziek en deschilderkunst sinds de Renaissance is de roman een van dehoekstenen van de Europese beschaving; hij maakt Europa tot wathet is, hij is het middel waarmee Europa zijn karakter, als erzoiets bestaat, heeft gevormd en getoond''.

Pamuks rede - een meesterwerkje op zichzelf - is de uitwerkingvan een parallel. Het schrijven en lezen van een roman vereisteigenschappen die ook in het sociale en politieke leven dringendnoodzakelijk zijn. Want die eigenschappen leiden tot openheid envrede. 'Nationalisten' hebben die eigenschappen niet, en daaromgeven zij toe aan de gevoelens van haat en angst die de vreemdegewoonlijk in ons wakker roept.

De woorden die Pamuk in Frankfurt sprak zijn eenongeëvenaarde beschrijving van het belang en de kracht van deverbeelding en de roman. Zijn opmerkingen doen denken aan dewoorden van C.S. Lewis die het in zijn boek An Experiment inCriticism (1961) had over 'het goede lezen' als een activiteitwaarin we ons eigen zelf verlaten, ons provincialisme corrigerenen onze eenzaamheid genezen. De 'oude paradox' is dat dezetijdelijke opheffing van het zelf tegelijkertijd een heilzamevergroting ervan is. Maar bij Pamuk leidt lezen niet alleen totverbreding en verdieping, maar ook tot een verlies van identiteiten tot het worden van een ander. Volgens Pamuk getuigt hetschrijven of lezen van een roman van de bereidheid om via deverbeelding de eigen identiteit tot de uiterste grenzen tebeproeven door zich in de ander te verplaatsen. Daarmee bevrijdtde schrijver of lezer zich van zijn eigen persona waarachter'gefluisterde geheimen' als schaamte, trots, woede en vernederingschuilgaan. Wie deze 'verborgen geometrie van het leven' benoemt,stuit echter al gauw op het verzet van anderen die deze zakenliever verbergen, verzwijgen en onderdrukken, en die in de onrustdie goede boeken veroorzaken zo kwaad en intolerant kunnen wordendat zij boeken gaan verbranden en schrijvers vervolgen. Wie welin de schoenen van een ander kan gaan staan, voelt als hij datdoet 'nederigheid, tolerantie, medelijden en liefde in zijn hart:want grote literatuur spreekt niet onze oordeelskracht aan, maaronze bekwaamheid om de plaats van een ander in te nemen'.Dezeeigenschappen behoren volgens Pamuk tot de kern van de Europeseidentiteit. Zij liggen ten grondslag aan verlichting, gelijkheiden democratie. Maar er zijn de laatste tijd ook 'bepaaldepolitici' in Europa die, 'nationalistisch' en 'eng-christelijk'als ze zijn, in anti-Turkse sentimenten verharden en zichdenigrerend over de gehele Turkse cultuur uitlaten. Zij kunnenzich niet inleven in de complexiteit van de Turkse samenleving,en dragen met hun harde afwijzing van een Turks lidmaatschap vande EU slechts bij aan 'de stille schaamte' van de Turken. (Directna '9/11' verweet Pamuk de westerse wereld al geen ,,begrip opte kunnen brengen voor de arme, verachte en 'foute' meerderheiddie niet tot die westerse wereld behoort''). Nationalistischepolitici in Turkije zelf - door Pamuk weer vaag aangeduid als'bepaalde politici in mijn eigen land' - spelen behendig in opdie gevoelens van frustratie over de weigering van Turkije'svriendschapsgebaar. En zo staan Europa en Turkije samen voordezelfde keus: de keus tussen vrede en nationalisme, tussen deverbeeldingskracht van de schrijver en het nationalisme dat deverbranding van zijn boeken toestaat.Pamuk is ontegenzeggelijkbevoegd om zo scherp over de Oost-West-verhoudingen te spreken.,,Net zo min als ik mij een Turkije zonder uitzicht op Europa kanvoorstellen, kan ik geloven in een Europa zonder uitzicht opTurkije'', zei hij in Frankfurt. En vanuit zijn flat in deexclusieve wijk Nisantasi in Istanbul, in het appartementenblokdat zijn familie ooit voor zichzelf liet bouwen, kijkt hij uitop de brug over de Gouden Hoorn die Europa en Azië verbindt. Diefamilie was welgesteld en verwesterd en leerde de jonge Orhan datgelovige mensen achterlijk zijn. Pamuks vader bezat eenomvangrijke bibliotheek met alle grote westerse schrijvers. Pamukging naar de Amerikaanse school in Istanbul, studeerdearchitectuur en journalistiek, maar wijdt zich sinds 1974volledig aan de literatuur. Het duurde acht jaar voor hij eenuitgever voor zijn eerste boek vond (De heer Cevdet en zijnzonen). Het nieuwe leven uit 1994 leidde tot zijn doorbraak.Daarna schreef hij onder meer Ik heet Karmozijn (2000), Sneeuw(2002) en dit jaar Istanbul (2005), dat een zelfportret en eenportret van de stad biedt.De culturele confrontatie tussen Oosten West is het belangrijkste thema van zijn sprankelende enbriljante oeuvre. In Ik heet Karmozijn bijvoorbeeld, een romanover 16de-eeuwse islamitische miniatuurschilders in Istanbul,beschrijft Pamuk het conflict tussen het geloof in eenvoorgegeven hiërarchie en het individualisme, tussen degoddelijke orde van de islam en een moderne goddeloosheid als hetperspectief in de schilderkunst van de westerse Renaissance. InSneeuw gaat het om de fragiliteit van de cultuur in de afgelegenstad Kars aan de Turkse grens, met zijn ambivalentie tegenoverhet Westen en de woede over de eigen achterstand. Die jaloezieis de bron van terrorisme, denkt Pamuk, en hij verwijt het Westende 'vervloekten van deze wereld' niet te begrijpen.Turkije is'geografisch' een deel van Europa, zo zei Pamuk in een interviewmet Time Magazine. Maar 'politiek niet'. Hij weet dat zijn land'essentieel niet-westers' is. Het is een land met 'twee zielen'.Het conflict tussen westerse en traditioneel-islamitische waardenis de bron van voortdurende verwarring over de eigenidentiteit.Met de donkere kant van de Turkse staat is Pamuk alenkele malen hardhandig in aanraking gekomen. Het seculiereestablishment wordt steeds nerveuzer over Pamuks gebrek aanrespect voor de staatsideologie. Hij verwijt de Turkse staatenghartig nationalisme, hekelt het feit dat Turkse schrijvers inde gevangenis zitten, en bekritiseert openlijk dat regering enleger het probleem van het Koerdische separatisme uitsluitend metgeweld willen oplossen. Toen Ankara hem in december 1998 wildeinlijven door hem te verheffen tot 'staatskunstenaar', weigerdePamuk die prijs.Deze zomer zei hij in een interview met deFrankfurter Allgemeine dat velen hem aanraadden wat beter op zijnwoorden te letten. Maar toen was het al te laat. In eenvraaggesprek met de Zwitserse Tages-Anzeiger heeft Pamuk infebruari van dit jaar gezegd: ,,Men heeft hier 30000 Koerden enéén miljoen Armeniërs omgebracht. En niemand durft dat tenoemen. Daarom doe ik het. En daarom haten ze mij.'' Er warenopenlijke protesten en publieke verbrandingen van zijn boeken nadeze uitspraak.Voor het Turkse openbaar ministerie waren dezezinnen reden genoeg om hem op grond van art. 301 van het Turksewetboek van strafrecht aan te klagen. Dat artikel verbiedt hetpubliekelijk denigreren van de Turkse identiteit. Pamuk moet op16 december voor de rechter verschijnen. Een gevangenisstraf vanvier jaar behoort tot de mogelijkheden. Tussen haakjes: ditartikel staat in het nieuwe wetboek van strafrecht dat met hetoog op de Turkse toetreding tot de EU is opgesteld en sinds 1april van dit jaar van kracht is. Pamuk weet dus waarover hij hetheeft wanneer hij rept van 'bepaalde politici in mijn eigen land'die onrustig worden wanneer de 'verborgen geometrie' van hunleven wordt benoemd. En het is begrijpelijk dat hij, om niet nogmeer tegenkrachten op te roepen, vooral sussend over zijn eigenrechtszaak spreekt.Maar is Pamuk net zo goed geïnformeerd overde Europese politici die zich verzetten tegen het Turkselidmaatschap van de EU? Over hen zegt hij niet veel meer dan datzij vanuit nationalistische en eng-christelijke motieven Turkijeals de gevaarlijke vreemde blijven zien en zich daartoedenigrerend over de Turkse cultuur uitlaten. Daarmee geeft hijer blijk van dat hij de diepte van de tegenargumenten niet heeftgepeild. De tegenstanders van de Turkse toetreding (gesteund dooreen grote meerderheid van de Europese bevolking) hebben een langelijst van argumenten ingebracht, variërend van de basale vraagwaarom een niet-Europees land als Turkije, met een geheel andereculturele achtergrond, lid zou moeten worden van de EU, tottwijfels over het gehalte van de Turkse rechtsstaat. Waarop isde opvatting gebaseerd dat een rechtsgemeenschap als de Europese,toetredingsonderhandelingen kan beginnen met een land datdaarvoor klaar heet te zijn, alhoewel het zijn schrijversvervolgt? Daarnaast zijn er in het 'nee-kamp' zorgen over degevolgen van een Turkse toetreding. Die zijn van economische envan politieke aard. De economische voordelen van de toetredingzullen bescheiden of irrelevant zijn. De absorptie van een grooten bevolkingrijk land als Turkije zal tot scherpemachtsverschuivingen binnen Europa leiden. En tegen zo'n lijstvan bezwaren houdt het door Amerika doorgedrukte geopolitiekeargument natuurlijk geen stand.Maar achter dit soort lijstjes vanop zich redelijke en deugdelijke argumenten, gaat een meerfundamentele kwestie schuil. Die kwestie raakt aan een beslissendalternatief: tussen liberaal optimisme en conservatievescepsis.In zijn rede in Frankfurt zei Pamuk volkomen juist datde Oost-West-kwestie uiteindelijk gaat over de 'spanningen tussentraditie en moderniteit'. De moderniteit heeft in Europa op allefronten gezegevierd. Het is nog niet zo lang geleden dat velengeloofden dat die triomftocht zich wereldwijd zou gaanuitstrekken. Maar Francis Fukuyama maakte in zijn boek Het eindevan de geschiedenis en de laatste mens uit 1992 al duidelijk datdit optimisme op zijn minst voorbarig was. Misschien was demoderne, liberale democratie inderdaad het eindpunt van degeschiedenis, met haar overwinning op de grote vijanden van demensheid zoals geweld, een pijnlijke dood, tekorten, oorlog enhonger. Maar we moesten er tegelijkertijd rekening mee houden datanderen de zachtheid en het comfort van de moderne, democratischesamenleving niet als het ultieme zouden accepteren. Hoewel detrein van de geschiedenis zijn liberale eindstation lijkt tehebben bereikt, blijken sommige wagons achtergebleven te zijn,en weer andere blijken de posthistorische stad wel te hebbenbereikt maar weer doorgereden te zijn - uit verveling of zelfsuit walging over het leven in die stad.De spanning tussentraditie en moderniteit is ook binnen Europa zelf niet volkomenopgelost. Er is bijvoorbeeld de moderniteitskritiek van deconservatieven, het besef dat er in het proces van moderniseringen democratisering ideeën en waarden verloren zijn gegaan diejuist zo onontbeerlijk zijn om het liberalisme voor zelfmoord tebehoeden. Er zijn (rechtse) liberalen die het Turkse'vriendschapsgebaar' afwijzen omdat zij Turkije gedomineerd ziendoor een cultuur en politiek die nog lang niet zo ver isvoortgeschreden in dat proces van modernisering als Europa. Hetsecularisme is er opgelegd, en het islamisme desondanks nogspringlevend. En er zijn conservatieven die bezorgd zijn dat deTurkse toetreding, en vooral de ideologie die die toetreding moetrechtvaardigen, Europa verder zal verzwakken. Volgens hen moetEuropa namelijk helemaal niet het continent worden dat Pamuk enzijn postmoderne geloofsgenoten voor ogen staat: een werelddeelmet 'twee zielen'. Volgens Pamuk is die dubbele identiteit de'gemeenschappelijke toekomst' van Europa en Turkije. Europa moetdaartoe 'zichzelf opnieuw uitvinden als een democratischer,multireligieuze samenleving', die op een 'tolerante,antinationalistische visie' gebaseerd moet zijn - op deverbeeldingskracht en het inlevingsvermogen van de lezers enschrijvers van romans. Want democratie is volgens Pamuk 'dedialoog tussen die twee zielen' (de Volkskrant, 27-11-2004).Omdie gemeenschappelijke toekomst te realiseren, moet natuurlijkook Turkije veranderen, liberaler en diverser worden, minderhedenerkennen - en zich bevrijden van de persona waarachter het zijn'gefluisterde geheimen' verzwijgt. Nu heeft Pamuk het zelf overhet 'essentieel niet-westerse' karakter van zijn land gehad, dushij zal meer dan wie ook beseffen dat hier nog een lange weg tegaan is. Uit zijn boeken blijkt bovendien dat hij meer dan wieook weet dat modernisering nooit probleemloos verloopt, en datde uitkomst van het proces niet de gewenste hoeft te zijn.Pamuksroman Het nieuwe leven begint met een onvergetelijke openingszin:'Op een dag las ik een boek en mijn hele leven veranderde.' Maarde Turkse lezers die in de ban raken van dit boek, vinden dedood. En degenen die zich tegen het boek keren om de waarden vanhet oude Turkije te bewaren, vallen ten offer aan hetfundamentalisme. Pamuk heeft in Frankfurt prachtige dingen overde roman gezegd, maar lijkt in dit boek te beweren dat hetmoderne Turkije niet over de eigenschappen bezit die nodig zijnom een roman te lezen.In zijn boek Ik heet Karmozijn heeft Pamukde complexiteit van de spanningen tussen traditie en moderniteitmet ongekende scherpte benoemd. Het conflict loopt over de vraagof de 16de-eeuwse Osmaanse miniatuurschilders in gehoorzaamheidaan de Koran de schilderkunst van de oude Perzische meesterstrouw moeten blijven of mogen gaan schilderen volgens de nieuweregels van de Europese schilderkunst met haar realistischeperspectief en ruimte voor individuele creativiteit. Wie voor deverlokkingen van Europa kiest, plaatst daarmee niet alleen deeigen schilderkunst, maar ook zijn wereldbeeld en de hele eigentraditie en cultuur in de waagschaal. Het perspectief maaktimmers alles plat en toevallig, en plaatst hoog en laagevenwaardig naast elkaar - en biedt daarmee geen zicht op dewereld zoals God die ziet. Tegelijkertijd beseffen zij dat eenvoortzetting van de traditie niet meer goed mogelijk is.En zoloopt het boek dood. De miniaturisten kunnen niet stoppen en nietdoorgaan. Welke keuze zij ook maken, die keuze zal eindigen inteloorgang. Niet alleen de schilder die van alle vernieuwingenzo ontdaan was dat hij in het verleden vluchtte en zich bij eensekte aansloot, vindt de dood. Ook de hofbeambte die een geheimschaduwatelier opricht om de Sultan volgens de Venetiaanse regelsvan de kunst af te beelden, wordt vermoord. De moordenaar die totslot zijn eigen portret wil schilderen, kan alleen maarvaststellen dat zijn schilderij grandioos mislukt. De traditieis geen mogelijkheid meer en de moderniteit is onbereikbaar. Datgeldt volgens Pamuk ook voor Turkije, zoals hij in meerderevraaggesprekken heeft duidelijk gemaakt.Jonge Turken slagen erniet in een roman te lezen en in leven te blijven,miniatuurschilders krijgen de nieuwe schildertechniek niet onderde knie en gaan ten onder. Toch gelooft Pamuk in een 'harmonieuzeverandering', zei hij in een interview met NRC Handelsblad(19-4-2002). 'Ik heb mijn Joyce, Proust, Mann, Calvino, Ecogelezen en vervolgens heb ik mijn romans geschreven. Dat is ookmogelijk.' Maar hoe representatief is Pamuk?De schrijver iswijzer dan de intellectueel. Waar de kunstenaar Pamuk in eenimpasse eindigt, daar doet hij publiek oproepen tot een politiekavontuur waarvan de schrijver weet dat het niet alleen tot groteproblemen, maar ook tot een onzekere uitkomst zal leiden. Je zoukunnen zeggen: als schrijver is Pamuk conservatief, alsopinievormer liberaal. En dan stuiten we op de vraag die ook alte vaak schuilgaat achter de lijstjes met argumenten van voor-en tegenstanders. Is culturele complexiteit politiek beheersbaaren manipuleerbaar? Kan een land waarvan de identiteit zozeer dooreen specifieke cultuur en religie wordt bepaald, zich door eenlang programma van gesprekken, afspraken en akkoorden wezenlijkveranderen? Liberalen zullen die vraag sneller en gemakkelijkermet 'ja' beantwoorden dan conservatieven. Dat is in feite de kernvan het conflict tussen voor- en tegenstanders van de Turksetoetreding, waarbij de tegenstanders zich vanuit hun standpuntterecht met zorg afvragen wat de uiteindelijke gevolgen van deTurkse toetreding zullen zijn wanneer hun standpunt correct zalblijken dat politieke middelen tekortschieten om een nieuweidentiteit te scheppen.Het argument van het 'nee-kamp' wordt dusniet bepaald door eng-christelijk nationalisme, maar door respectvoor de complexiteit van de werkelijkheid, en door inzicht in detaaiheid van de spanningen tussen traditie en moderniteit. Metangst voor het vreemde heeft dit niets te maken. Conservatievenwillen, met Pericles, slechts 'aantonen dat voor ons meer op hetspel staat dan voor anderen die deze [democratische] voorrechtenniet in dezelfde mate hebben' (Thucydides, De Peloponnesischeoorlog).Orhan Pamuk wordt vanavond in De Rode Hoed (Amsterdam)geïnterviewd door Michaël Zeeman. Istanbul: herinneringen ende stad verschijnt volgende week bij De Arbeiderspers.AnExperiment in Criticism (1961) had over 'het goede lezen' als eenactiviteit waarin we ons eigen zelf verlaten, ons provincialismecorrigeren en onze eenzaamheid genezen. De 'oude paradox' is datdeze tijdelijke opheffing van het zelf tegelijkertijd eenheilzame vergroting ervan is.

Maar bij Pamuk leidt lezen niet alleen tot verbreding enverdieping, maar ook tot een verlies van identiteit en tot hetworden van een ander. Volgens Pamuk getuigt het schrijven oflezen van een roman van de bereidheid om via de verbeelding deeigen identiteit tot de uiterste grenzen te beproeven door zichin de ander te verplaatsen. Daarmee bevrijdt de schrijver oflezer zich van zijn eigen persona waarachter 'gefluisterdegeheimen' als schaamte, trots, woede en vernedering schuilgaan.Wie deze 'verborgen geometrie van het leven' benoemt, stuitechter al gauw op het verzet van anderen die deze zaken lieververbergen, verzwijgen en onderdrukken, en die in de onrust diegoede boeken veroorzaken zo kwaad en intolerant kunnen worden datzij boeken gaan verbranden en schrijvers vervolgen. Wie wel inde schoenen van een ander kan gaan staan, voelt als hij dat doet'nederigheid, tolerantie, medelijden en liefde in zijn hart: wantgrote literatuur spreekt niet onze oordeelskracht aan, maar onzebekwaamheid om de plaats van een ander in te nemen'.

Deze eigenschappen behoren volgens Pamuk tot de kern van deEuropese identiteit. Zij liggen ten grondslag aan verlichting,gelijkheid en democratie. Maar er zijn de laatste tijd ook'bepaalde politici' in Europa die, 'nationalistisch' en'eng-christelijk' als ze zijn, in anti-Turkse sentimentenverharden en zich denigrerend over de gehele Turkse cultuuruitlaten. Zij kunnen zich niet inleven in de complexiteit van deTurkse samenleving, en dragen met hun harde afwijzing van eenTurks lidmaatschap van de EU slechts bij aan 'de stille schaamte'van de Turken. (Direct na '9/11' verweet Pamuk de westerse wereldal geen ,,begrip op te kunnen brengen voor de arme, verachte en'foute' meerderheid die niet tot die westerse wereld behoort'').Nationalistische politici in Turkije zelf - door Pamuk weer vaagaangeduid als 'bepaalde politici in mijn eigen land' - spelenbehendig in op die gevoelens van frustratie over de weigering vanTurkije's vriendschapsgebaar. En zo staan Europa en Turkije samenvoor dezelfde keus: de keus tussen vrede en nationalisme, tussende verbeeldingskracht van de schrijver en het nationalisme datde verbranding van zijn boeken toestaat.

Pamuk is ontegenzeggelijk bevoegd om zo scherp over deOost-West-verhoudingen te spreken. ,,Net zo min als ik mij eenTurkije zonder uitzicht op Europa kan voorstellen, kan ik gelovenin een Europa zonder uitzicht op Turkije'', zei hij in Frankfurt.En vanuit zijn flat in de exclusieve wijk Nisantasi in Istanbul,in het appartementenblok dat zijn familie ooit voor zichzelf lietbouwen, kijkt hij uit op de brug over de Gouden Hoorn die Europaen Azië verbindt. Die familie was welgesteld en verwesterd enleerde de jonge Orhan dat gelovige mensen achterlijk zijn. Pamuksvader bezat een omvangrijke bibliotheek met alle grote westerseschrijvers. Pamuk ging naar de Amerikaanse school in Istanbul,studeerde architectuur en journalistiek, maar wijdt zich sinds1974 volledig aan de literatuur. Het duurde acht jaar voor hijeen uitgever voor zijn eerste boek vond (De heer Cevdet en zijnzonen). Het nieuwe leven uit 1994 leidde tot zijn doorbraak.Daarna schreef hij onder meer Ik heet Karmozijn (2000), Sneeuw(2002) en dit jaar Istanbul (2005), dat een zelfportret en eenportret van de stad biedt.

De culturele confrontatie tussen Oost en West is hetbelangrijkste thema van zijn sprankelende en briljante oeuvre.In Ik heet Karmozijn bijvoorbeeld, een roman over 16de-eeuwseislamitische miniatuurschilders in Istanbul, beschrijft Pamuk hetconflict tussen het geloof in een voorgegeven hiërarchie en hetindividualisme, tussen de goddelijke orde van de islam en eenmoderne goddeloosheid als het perspectief in de schilderkunst vande westerse Renaissance. In Sneeuw gaat het om de fragiliteit vande cultuur in de afgelegen stad Kars aan de Turkse grens, metzijn ambivalentie tegenover het Westen en de woede over de eigenachterstand. Die jaloezie is de bron van terrorisme, denkt Pamuk,en hij verwijt het Westen de 'vervloekten van deze wereld' niette begrijpen.

Turkije is 'geografisch' een deel van Europa, zo zei Pamuk ineen interview met Time Magazine. Maar 'politiek niet'. Hij weetdat zijn land 'essentieel niet-westers' is. Het is een land met'twee zielen'. Het conflict tussen westerse entraditioneel-islamitische waarden is de bron van voortdurendeverwarring over de eigen identiteit.

Met de donkere kant van de Turkse staat is Pamuk al enkelemalen hardhandig in aanraking gekomen. Het seculiereestablishment wordt steeds nerveuzer over Pamuks gebrek aanrespect voor de staatsideologie. Hij verwijt de Turkse staatenghartig nationalisme, hekelt het feit dat Turkse schrijvers inde gevangenis zitten, en bekritiseert openlijk dat regering enleger het probleem van het Koerdische separatisme uitsluitend metgeweld willen oplossen. Toen Ankara hem in december 1998 wildeinlijven door hem te verheffen tot 'staatskunstenaar', weigerdePamuk die prijs.

Deze zomer zei hij in een interview met de FrankfurterAllgemeine dat velen hem aanraadden wat beter op zijn woorden teletten. Maar toen was het al te laat. In een vraaggesprek met deZwitserse Tages-Anzeiger heeft Pamuk in februari van dit jaargezegd: ,,Men heeft hier 30000 Koerden en één miljoenArmeniërs omgebracht. En niemand durft dat te noemen. Daarom doeik het. En daarom haten ze mij.'' Er waren openlijke protestenen publieke verbrandingen van zijn boeken na deze uitspraak.

Voor het Turkse openbaar ministerie waren deze zinnen redengenoeg om hem op grond van art. 301 van het Turkse wetboek vanstrafrecht aan te klagen. Dat artikel verbiedt het publiekelijkdenigreren van de Turkse identiteit. Pamuk moet op 16 decembervoor de rechter verschijnen. Een gevangenisstraf van vier jaarbehoort tot de mogelijkheden. Tussen haakjes: dit artikel staatin het nieuwe wetboek van strafrecht dat met het oog op de Turksetoetreding tot de EU is opgesteld en sinds 1 april van dit jaarvan kracht is. Pamuk weet dus waarover hij het heeft wanneer hijrept van 'bepaalde politici in mijn eigen land' die onrustigworden wanneer de 'verborgen geometrie' van hun leven wordtbenoemd. En het is begrijpelijk dat hij, om niet nog meertegenkrachten op te roepen, vooral sussend over zijn eigenrechtszaak spreekt.

Maar is Pamuk net zo goed geïnformeerd over de Europesepolitici die zich verzetten tegen het Turkse lidmaatschap van deEU? Over hen zegt hij niet veel meer dan dat zij vanuitnationalistische en eng-christelijke motieven Turkije als degevaarlijke vreemde blijven zien en zich daartoe denigrerend overde Turkse cultuur uitlaten. Daarmee geeft hij er blijk van dathij de diepte van de tegenargumenten niet heeft gepeild.

De tegenstanders van de Turkse toetreding (gesteund door eengrote meerderheid van de Europese bevolking) hebben een langelijst van argumenten ingebracht, variërend van de basale vraagwaarom een niet-Europees land als Turkije, met een geheel andereculturele achtergrond, lid zou moeten worden van de EU, tottwijfels over het gehalte van de Turkse rechtsstaat. Waarop isde opvatting gebaseerd dat een rechtsgemeenschap als de Europese,toetredingsonderhandelingen kan beginnen met een land datdaarvoor klaar heet te zijn, alhoewel het zijn schrijversvervolgt? Daarnaast zijn er in het 'nee-kamp' zorgen over degevolgen van een Turkse toetreding. Die zijn van economische envan politieke aard. De economische voordelen van de toetredingzullen bescheiden of irrelevant zijn. De absorptie van een grooten bevolkingrijk land als Turkije zal tot scherpemachtsverschuivingen binnen Europa leiden. En tegen zo'n lijstvan bezwaren houdt het door Amerika doorgedrukte geopolitiekeargument natuurlijk geen stand.

Maar achter dit soort lijstjes van op zich redelijke endeugdelijke argumenten, gaat een meer fundamentele kwestieschuil. Die kwestie raakt aan een beslissend alternatief: tussenliberaal optimisme en conservatieve scepsis.

In zijn rede in Frankfurt zei Pamuk volkomen juist dat deOost-West-kwestie uiteindelijk gaat over de 'spanningen tussentraditie en moderniteit'. De moderniteit heeft in Europa op allefronten gezegevierd. Het is nog niet zo lang geleden dat velengeloofden dat die triomftocht zich wereldwijd zou gaanuitstrekken. Maar Francis Fukuyama maakte in zijn boek Het eindevan de geschiedenis en de laatste mens uit 1992 al duidelijk datdit optimisme op zijn minst voorbarig was. Misschien was demoderne, liberale democratie inderdaad het eindpunt van degeschiedenis, met haar overwinning op de grote vijanden van demensheid zoals geweld, een pijnlijke dood, tekorten, oorlog enhonger. Maar we moesten er tegelijkertijd rekening mee houden datanderen de zachtheid en het comfort van de moderne, democratischesamenleving niet als het ultieme zouden accepteren. Hoewel detrein van de geschiedenis zijn liberale eindstation lijkt tehebben bereikt, blijken sommige wagons achtergebleven te zijn,en weer andere blijken de posthistorische stad wel te hebbenbereikt maar weer doorgereden te zijn - uit verveling of zelfsuit walging over het leven in die stad.

De spanning tussen traditie en moderniteit is ook binnenEuropa zelf niet volkomen opgelost. Er is bijvoorbeeld demoderniteitskritiek van de conservatieven, het besef dat er inhet proces van modernisering en democratisering ideeën enwaarden verloren zijn gegaan die juist zo onontbeerlijk zijn omhet liberalisme voor zelfmoord te behoeden. Er zijn (rechtse)liberalen die het Turkse 'vriendschapsgebaar' afwijzen omdat zijTurkije gedomineerd zien door een cultuur en politiek die noglang niet zo ver is voortgeschreden in dat proces vanmodernisering als Europa. Het secularisme is er opgelegd, en hetislamisme desondanks nog springlevend. En er zijn conservatievendie bezorgd zijn dat de Turkse toetreding, en vooral de ideologiedie die toetreding moet rechtvaardigen, Europa verder zalverzwakken. Volgens hen moet Europa namelijk helemaal niet hetcontinent worden dat Pamuk en zijn postmoderne geloofsgenotenvoor ogen staat: een werelddeel met 'twee zielen'. Volgens Pamukis die dubbele identiteit de 'gemeenschappelijke toekomst' vanEuropa en Turkije. Europa moet daartoe 'zichzelf opnieuwuitvinden als een democratischer, multireligieuze samenleving',die op een 'tolerante, antinationalistische visie' gebaseerd moetzijn - op de verbeeldingskracht en het inlevingsvermogen van delezers en schrijvers van romans. Want democratie is volgens Pamuk'de dialoog tussen die twee zielen' (de Volkskrant, 27-11-2004).

Om die gemeenschappelijke toekomst te realiseren, moetnatuurlijk ook Turkije veranderen, liberaler en diverser worden,minderheden erkennen - en zich bevrijden van de personawaarachter het zijn 'gefluisterde geheimen' verzwijgt. Nu heeftPamuk het zelf over het 'essentieel niet-westerse' karakter vanzijn land gehad, dus hij zal meer dan wie ook beseffen dat hiernog een lange weg te gaan is. Uit zijn boeken blijkt bovendiendat hij meer dan wie ook weet dat modernisering nooitprobleemloos verloopt, en dat de uitkomst van het proces niet degewenste hoeft te zijn.

Pamuks roman Het nieuwe leven begint met een onvergetelijkeopeningszin: 'Op een dag las ik een boek en mijn hele levenveranderde.' Maar de Turkse lezers die in de ban raken van ditboek, vinden de dood. En degenen die zich tegen het boek kerenom de waarden van het oude Turkije te bewaren, vallen ten offeraan het fundamentalisme. Pamuk heeft in Frankfurt prachtigedingen over de roman gezegd, maar lijkt in dit boek te bewerendat het moderne Turkije niet over de eigenschappen bezit dienodig zijn om een roman te lezen.

In zijn boek Ik heet Karmozijn heeft Pamuk de complexiteit vande spanningen tussen traditie en moderniteit met ongekendescherpte benoemd. Het conflict loopt over de vraag of de16de-eeuwse Osmaanse miniatuurschilders in gehoorzaamheid aan deKoran de schilderkunst van de oude Perzische meesters trouwmoeten blijven of mogen gaan schilderen volgens de nieuwe regelsvan de Europese schilderkunst met haar realistische perspectiefen ruimte voor individuele creativiteit. Wie voor de verlokkingenvan Europa kiest, plaatst daarmee niet alleen de eigenschilderkunst, maar ook zijn wereldbeeld en de hele eigentraditie en cultuur in de waagschaal. Het perspectief maaktimmers alles plat en toevallig, en plaatst hoog en laagevenwaardig naast elkaar - en biedt daarmee geen zicht op dewereld zoals God die ziet. Tegelijkertijd beseffen zij dat eenvoortzetting van de traditie niet meer goed mogelijk is.

En zo loopt het boek dood. De miniaturisten kunnen nietstoppen en niet doorgaan. Welke keuze zij ook maken, die keuzezal eindigen in teloorgang. Niet alleen de schilder die van allevernieuwingen zo ontdaan was dat hij in het verleden vluchtte enzich bij een sekte aansloot, vindt de dood. Ook de hofbeambte dieeen geheim schaduwatelier opricht om de Sultan volgens deVenetiaanse regels van de kunst af te beelden, wordt vermoord.De moordenaar die tot slot zijn eigen portret wil schilderen, kanalleen maar vaststellen dat zijn schilderij grandioos mislukt.De traditie is geen mogelijkheid meer en de moderniteit isonbereikbaar. Dat geldt volgens Pamuk ook voor Turkije, zoals hijin meerdere vraaggesprekken heeft duidelijk gemaakt.

Jonge Turken slagen er niet in een roman te lezen en in levente blijven, miniatuurschilders krijgen de nieuwe schildertechniekniet onder de knie en gaan ten onder. Toch gelooft Pamuk in een'harmonieuze verandering', zei hij in een interview met NRCHandelsblad (19-4-2002). 'Ik heb mijn Joyce, Proust, Mann,Calvino, Eco gelezen en vervolgens heb ik mijn romans geschreven.Dat is ook mogelijk.' Maar hoe representatief is Pamuk?

De schrijver is wijzer dan de intellectueel. Waar dekunstenaar Pamuk in een impasse eindigt, daar doet hij publiekoproepen tot een politiek avontuur waarvan de schrijver weet dathet niet alleen tot grote problemen, maar ook tot een onzekereuitkomst zal leiden. Je zou kunnen zeggen: als schrijver is Pamukconservatief, als opinievormer liberaal. En dan stuiten we op devraag die ook al te vaak schuilgaat achter de lijstjes metargumenten van voor- en tegenstanders. Is culturele complexiteitpolitiek beheersbaar en manipuleerbaar? Kan een la

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden