Orfeo betekent voor Pierre Audi victorie

Herhalingen: 8, 11, 13, 16, 18, 21, 24, 26, 28 en 31 mei.

PETER VAN DER LINT

Sinds 'Ulisse' is Audi heel langzaam steeds esthetischer geworden. Het valt nauwelijks op - zoals in deze produktie nauwelijks opvalt dat een stenen muurtje langzaam in de grond zakt - maar de produkties groeiden van mooi, mooier, naar mooist en van stil, stiller naar stilst. De grauwe achtermuur van de toneeltoren bijvoorbeeld, die in 'Ulisse' nog zichtbaar was, heeft plaatsgemaakt voor schitterend golvende houten wanden, waarop belichter Jean Kalman (de enige constante in de verschillende produktie-teams) zijn ingenieuze spel met licht kan botvieren.

Verder in het prachtige decor van Michael Simon zeven enorme boomstammen die in wigwam-vorm opgesteld een rustplaats bieden aan de herders, die met natte voeten uit een cirkelvormige vijver met kuitdiep water komen en na de pauze een enorme kei die boven de gebeurtenissen in de onderwereld zweeft. Wat en óf er iets met die kei gebeurt, doet niet ter zake; het gevoel van onontkoombare dreiging levert ondraaglijke spanning op, zeker als je weet hoe fel en agressief Audi's beeldeffecten kunnen zijn.

Natuurlijk materiaal

Audi zou het graag anders gewild hebben, maar bomen, kei en stenen zijn onecht, gave produkten uit de ateliers van de decorafdeling; alleen de bovenste laag van het muurtje bestaat uit echte stenen, omdat Audi het belangrijk vindt dat zijn zangers/acteurs contact hebben met natuurlijk materiaal. En uiteraard is het water echt. Op stille momenten klinkt het gespat van het water als muziek en wie nog nooit water zag branden, kan zijn hart hier ophalen.

Het was wederom verbluffend te constateren hoe Audi en zijn team zoveel intimiteit kunnen realiseren in het grote Muziektheater. Verbazend in Audi's aanpak was de felle, zeer extroverte wijze waarop Proserpina, de godin van de onderwereld, zich vol lust op Orfeo werpt, voor het oog van haar man Pluto en de manier waarop Orfeo in een korte draaiing om zijn eigen as de crux van het verhaal (het verboden omzien naar Euridice) uitbeeldde.

Niet Euridice bleef vervolgens levenloos op de grond liggen, maar Orfeo; een mooie verwijzing naar Orfeo's gewelddadige dood (in de Griekse mythe, niet in Monteverdi's opera) waarna zijn afgehakte hoofd en lier over de zee naar Lesbos drijven. Al in de proloog laat Audi veelbetekenend La Musica een lier in stukken breken.

Voor de muzikale uitwerking van Monteverdi's meest gedetailleerde partituur was luitist Stephen Stubbs uitgenodigd, die met de ensembles Tragicomedia, Concerto Palatino en een klein koor voor een zeer kleurrijke begeleiding zorgde. Met een prachtig continuo, waarin maar liefst drie chitarrones en een harp, zorgde Stubbs en zijn geweldige musici voor een onvergetelijke muzikale gebeurtenis. Zoals Jean Kalman met subtiele lichtschakeringen werkte, toverde Stubbs steeds nieuwe klanken uit zijn ensembles. Op dramatische momenten klonken de aangetokkelde snaren bikkelhard, op andere werden prachtige diminuendi gerealiseerd en die geweldige slagwerkster Marie-Ange Petit zorgde achter het toneel voor donderende dreiging.

Tegenspel

Howard Crook zong een geweldige Orfeo, groots van expressie, gedetailleerd in nuancering. Hij kreeg formidabel tegenspel van John Elwes (zelf een Orfeo van naam) als Pastor en Apollo, van Bernarda Fink als Proserpina en van de schitterende bas Mario Luperi als Caronte. Doris Lamprecht greep de dankbare rol van de boodschapster met overgave aan.

In prachtig fysiek contact met Crook fluisterde ze als het ware de jobstijding in zijn oor. Met een luxueuze bezetting van de kleinere rollen was deze 'Orfeo' ook muzikaal een schot in de roos.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden