Opinie

Orestes als de verteller

Onder regie van Johan Simons gaat vandaag de trilogietragedie ’Oresteia’ van Aeschylus in première. Classicus Herman Altena maakte een nieuwe vertaling.

De Griekse schrijver Aeschylus (525 – 456 v. Chr.) wordt gezien als de grondlegger van het moderne theater. Centraal thema in zijn werk is de mens die de goddelijke wetten overtreedt en daarmee op zichzelf en zijn familie schuld afroept. Over kindermoord en bloedwraak, de werking van het recht, de slagkracht van democratie en de geldigheid van vergiffenis.

In het eerste deel van de trilogie ’Oresteia’ wordt Agamemnon, de veldheer die de Grieken aanvoerde in de oorlog met Troje, bij thuiskomst in zijn bad vermoord door zijn echtgenote Klytaimnestra. In het tweede deel doodt de zoon, Orestes, in opdracht van de god Apollo zijn moeder voor deze lafhartige moord. In het derde en raadselachtigste deel achtervolgen de Furiën, de wraakgeesten van de vermoorde moeder, de zoon totdat deze in Athene wordt vrijgesproken door een nieuw ingestelde rechtbank, de Areopaag.

Classicus Herman Altena (1955) zocht in 1989 contact met Paul Koek van Theatergroep Hollandia na de voorstelling ’Prometheus’ van Aeschylus bij dit gezelschap. Dit leidde in 1994 tot de beroemde voorstelling ’Perzen’ van Aeschylus in de autosloperij Jan Smit in Westzaan.

De samenwerking werd voortgezet in een reeks Euripides-tragedies: de ’Fenicische Vrouwen’ in 1996, de onvoorstelbaar schitterende ’Trojaanse Vrouwen’ in 1997, de ’Ifigeneia in Aulis’ in 1998 in het Haagse stadhuis en ’Bacchanten’ in het Holland Festival van 2002.

Dit voorjaar speelde de VeenFabriek in een coproductie met het Griekse Theseum Ensemble Euripides’ ’Smekelingen’ met composities van Paul Koek, een voorstelling die veel beroering wekte in het festival in het Griekse Epidauros.

Met de ’Oresteia’ die zaterdag in première gaat in de Stadsschouwburg van Amsterdam, keert Altena terug tot Aeschylus en Simons. Als die op het niveau komt van ’Trojaanse Vrouwen’ uit 1997, zou deze ’Oresteia’ een waardige opvolger kunnen worden van de befaamde Berlijnse ’Oresteia’ van Peter Stein uit 1980.

De ’Oresteia’-vertaling zoals Altena die afleverde, is opnieuw te zien als een proeve van trouw aan het Griekse origineel. Maar de tekst zal niet ongeschonden het publiek bereiken: de vertaling gaat naar het gezelschap, de dramaturg en de regisseur gaan erin knippen, omzetten, veranderen. Het is de vraag wat er precies overblijft.

Altena: „Aan de ene kant vind ik dat ik als vertaler de makers van de voorstelling zoveel mogelijk de ruimte moet geven. Tenslotte komt mijn vertaling zoals ik die gemaakt heb, in het boek dat ervan wordt uitgegeven. Aan de andere kant ben ik streng als de makers een verandering in mijn woordkeus willen aanbrengen. Daar ga ik over, en over elk woord dat ze anders willen moet stevig onderhandeld worden. Mijn criterium is dat de tekst ’spreekbaar’ moet zijn. Vaak volg ik de schrijver, als die een zin over een groot aantal verzen uitspreidt en een gedachte uit vers 2 pas in vers 6 weer voortzet. Wat ik fascinerend vind, is dat de acteur met zijn professionaliteit zo’n ingewikkelde zin onder de knie krijgt, deze zo weet te fraseren dat hij begrijpelijk is voor de toeschouwer.”

De tekst van de ’Oresteia’ is bekend om zijn vele duistere passages en zijn lacunes, zegt ook de vertaler. „Met verschillende symbolen geef ik ook aan in de tekst waar het niet duidelijk is wát er eigenlijk staat, of waar de interpretatie omstreden is. Ook lacunes in de overlevering geef ik aan.”

Oudere vertalingen wisselen nogal in begrijpelijkheid. In de twee vertalingen uit 1995, van Gerard Koolschijn en M. d’Hane-Scheltema, liet Koolschijn in het eerste deel, de ’Agamemnon’, waar de wachter zijn vrees voor de heersers in het huis uitspreekt, Aeschylus’ beeld staan: „Een grote os is op mijn tong gestapt”, terwijl d’Hane-Scheltema het beeld begrijpelijker maakte: „Mijn tong verstomt en blijft zwaar afgegrendeld.” Ook Altena kiest voor „Op mijn tong is een grote os gaan staan.”

„Per slot van rekening moet ik de oertekst aan de theatermaker leveren. Als die wat met die os aan kan, wie ben ik om hem dat te onthouden? Het is trouwens opmerkelijk hoe groot de dichtheid is van dier-metaforen die Aeschylus in deze tragedies gebruikt. Overigens hoef je als vertaler niet te proberen om problemen in de tekst te verdoezelen. Dat lukt je bij acteurs niet – die komen geheid aan je vragen: wat staat hier eigenlijk?”

In de eerder bewerking van de trilogieteksten van Altena zijn de koren verdwenen. Hun teksten zijn verdeeld over alle personages uit de trilogie, waarbij het vreemd kan overkomen dat ook een personage dat al tien jaar dood is, wordt opgevoerd. Altena begrijpt de redenen van deze ingreep wel. „De makers willen in de voorstelling het familie-perspectief centraal stellen. Het hele verhaal van de ’Oresteia’ wordt vanuit het perspectief van Orestes verteld: het is als het ware een terugblik op het voorbije verhaal.”

Toch kan men ook zeggen dat met de eliminatie van het koor – dat toch een dramatisch personage is, en wellicht het belangrijkste – het hart uit het stuk is weggesneden. De ’Oresteia’ is immers ook een politiek verhaal over de stad, de polis, en de publieke samenleving. Altena: „Natuurlijk gaat het perspectief van de ’Oresteia’ uit boven dat van de familie. Maar ik denk dat dat in de voorstelling ook naar voren zal komen, met name in de krachten die de personages boven hun menselijkheid uittrekken zoals Nemesis, de Vergelding, en Dike, het Recht. Dat zijn machten die ook boven de goden uitgaan, en veel ouder zijn dan de olympische godenfamilie.”

,,Ik ben blij dat het slot van het derde deel niet is geschrapt, wat doorgaans wel gebeurt: als Orestes eenmaal is vrijgesproken, houdt de voorstelling op, terwijl juist dat slot een grote wijsheid bevat. Daarin krijgen de Erinyen als ’Eumeniden’, godinnen van de welgezindheid, van die jongere goden, in dit geval de godin Athena, een rol toebedeeld in de instandhouding van de samenleving. En belangrijk is dat zij niet alleen de stad zullen doen gedijen, maar dat zij hun macht behouden om kwaad te vergelden.”

De tragedie bevat, naast de gesproken verzen, het ’recitatief’. Een soort van zing-zeggen van verzen die opgebouwd zijn volgens een vast metrisch schema, en de pure zang waar de dichter een grote hoeveelheid van metrische schema’s tot zijn beschikking heeft. In de nieuwe vertaling heeft Altena, anders dan in zijn eerdere werk, dat verschil niet zo duidelijk aangebracht. „Ik heb gezocht naar een basis waarin twee korte lettergrepen en één korte lettergreep elkaar vrij regelmatig afwisselen, maar ik ben wel veel vrijer met die basis omgegaan dan destijds bijvoorbeeld in de ’Perzen’.”

Want ook de vertaler moet soms gissen naar de bedoeling van de schrijver, zegt Altena. „In de dodenklacht van het tweede deel (koor, Electra en Orestes) gooit Aeschylus de gebruikelijke volgorde van zang, corresponderende tegenzang en afsluiting volkomen door elkaar. Dat is uniek, maar waarom deed hij dat? Wilde hij misschien de grote verwarring van de twee kinderen van Agamemnon voelbaar maken?”

www.toneelgroepamsterdam.nl of www.ntgent.be. De vertaling van Herman Altena verscheen bij Antiek Theater: Herman Altena, 15 euro, ISBN 90-78739-01-0, www.antiektheater.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden