Oranjes die pronken met de hoogmis van de burgerij, het blijft wringen

Beeld Suzan Hijink

Nederland, wat is dat eigenlijk? Flip van Doorn reisde kriskras door het land op zoek naar de oorsprong van taal, grenzen en tradities. Deel 3 van een vierluik: een republiek met een fraaie oranje strik eromheen.

Stiekem moet ik een beetje grinniken. Het is alsof een herenboer mij welkom heet in de pronkkamer van zijn hofstede. Alles glimt en blinkt, is opgepoetst en aangeveegd. Elk detail in het interieur is weloverwogen aangebracht om de status van de eigenaar nog verder op te vijzelen. Het Paleis op de Dam is zo nadrukkelijk bedoeld om te imponeren, dat het een beetje potsierlijk aandoet. De Burgerzaal, oorspronkelijk vrij toegankelijk voor alle Amsterdammers, spant de kroon. Boven de toegang troont een marmeren Stedenmaagd. Haar blik laat geen ruimte voor twijfel: de stad waarover zij waakt is het middelpunt van het universum. Kracht en Wijsheid staan haar terzijde, slechts de Vrede moet zij boven zich dulden. Behalve een olijftak draagt de Vrede overigens ook een c, het symbool van de handel. Vrede is voor de Amsterdammers een vorm van eigenbelang, een voorwaarde voor stabiele en florerende handel. Tegenover de Stedenmaagd zetelt Vrouwe Justitia, boven haar hoofd torst Atlas de wereldbol. Kaarten van de sterrenhemel en de beide halfronden in de marmeren vloer, bekrachtigen de centrale positie van Amsterdam in een wereld waarvan grote delen dan nog ontdekt moeten worden. Australië heet Nova Hollandia en zit aan Guinea vast, het huidige Canada heeft alleen een oostkust.

Patriotten

Meer dan enig ander gebouw weerspiegelt het gewezen stadhuis van Amsterdam de weelde en overvloed die de Gouden Eeuw Nederland bracht. De zelfbewuste burgers van de stad maakten het hoger dan de naastgelegen Nieuwe Kerk, groter en weelderiger gedecoreerd dan enig ander niet-religieus gebouw in Europa, en stelden zich zo op gelijke voet met geestelijken, edellieden en monarchen. In een lofdicht dat hij schreef bij gelegenheid van de opening noemde Constantijn Huygens het stadspaleis ’s werelds achtste wonder. In de Gouden Eeuw kon het allemaal niet op, deze tempel van het volk mocht wat kosten.

Aan het einde van de achttiende eeuw braken woelige tijden aan. Geïnspireerd door de Franse Revolutie kwamen patriotten in opstand tegen de adel en de orangisten tijdens hun Bataafse Revolutie. Toen de grond stadhouder Willem V in 1795 te heet onder de voeten werd verliet hij het land, een dag later werd daar de Bataafse Republiek uitgeroepen. In de praktijk was de nieuwe republiek in alle opzichten een vazalstaat van Frankrijk. In 1806 plaatste de Franse keizer zijn broer op de troon en riep het Koninkrijk Holland uit. Nederland was een monarchie.

Financieel ging het de burgers van die monarchie niet voor de wind. De hoge onderhoudskosten van het stadhuis drukten zwaar op de Amsterdamse begroting. Het blinkende erfstuk werd een loden last en toen koning Lodewijk Napoleon in 1808 Amsterdam tot zijn hoofdstad maakte, kreeg hij het door het stadsbestuur als residentie aangeboden. Hij aanvaardde het geschenk in dank. Vijf jaar later, de Fransen hadden nauwelijks hun hielen gelicht, werd de zoon van stadhouder Willem V vanaf het balkon van het Paleis op de Dam uitgeroepen tot Soeverein Vorst der Vereenigde Nederlanden. Niet lang daarna mocht die vorst zich formeel koning noemen. De Bataafse Revolutie was terug bij af. Sterker nog, de Oranjes hadden niet alleen hun macht hersteld, maar regeren sindsdien als koningen over de Nederlanden.

Ik wandel nu dus niet door de gangen van het stadhuis van de hoofdstad, maar ben te gast in wat officieel het Koninklijk Paleis Amsterdam heet. De naam is wat misleidend: het paleis is eigendom van het Rijk en wordt bij wet aan de koning ter beschikking gesteld. De koning gebruikt het als nationale pronkkamer en ik kan hem geen ongelijk geven. Bij staatsbezoeken en recepties, bij gelegenheden als een troonswisseling, maar ook voor staatsieportretten en zorgvuldig gestileerde familiekiekjes is er in het hele land geen overweldigender decor beschikbaar dan dit stadspaleis, hoe afwijzend het van buitenaf bezien ook lijkt.

Animatie: Suzan Hijink

Voor hedendaagse bezoekers is het moeilijk voor te stellen dat dit anderhalve eeuw lang een gebouw was waar gewoon gewerkt werd. Meer dan vierhonderd ambtenaren waren dagelijks in de weer met zaken waar ambtenaren zoal mee in de weer zijn. Van het innen van gemeentebelastingen tot het sluiten van huwelijken of het beslechten van burenruzies, het gebeurde binnen de vier strenge muren van Bentheimer zandsteen. Alle uiterlijk vertoon ten spijt was het stadhuis niet meer dan een functionerend kantoorpand. Het was koning Lodewijk Napoleon die er een paleis van maakte.

Nog altijd wordt in dat paleis hard gewerkt, zij het bij vlagen. Op de bovenverdieping zijn gastenverblijven ingericht die het gebouw tijdens staatsbezoeken transformeren tot een luxe pop-uphotel voor het bezoekende staatshoofd en de entourage. De keuken in de kelder draait tijdens de bijbehorende diners en banketten op volle toeren, lakeien en bedienden lopen dan af en aan. Net als een herenboer vertoont de koning zich de rest van het jaar echter zelden in zijn pronkkamer en staan alle mooie spulletjes er slechts te wachten op de volgende gasten. Wel mogen de gewone burgers zich dan komen vergapen aan de koninklijke luister.

Ware Vrijheid

Bij veel Amsterdammers schuurt dat. Voor geen koning hoefden de burgers van de stad in de gloriejaren te buigen. Niet voor niets moesten er taferelen uit de Bataafse Opstand in de galerijen komen te hangen. Voor de Amsterdamse burgemeesters symboliseerden ze de macht van de burgerij en de ondergeschikte positie van de Oranjes. Ook aan een dynastie van het huis van Oranje-Nassau dienden de vrijgevochten Nederlanders, Batavenzonen, zich in hun ogen te ontworstelen. Niet toevallig verrees het stadhuis tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, de periode waarin de regenten het voor het zeggen hadden en die zij betitelden als de Ware Vrijheid. Nu is hun stadhuis een pronkpaleis voor de leden van de monarchie waartoe de stad zich altijd wat ongemakkelijk verhouden heeft.

Degenen die verlangen dat het paleis weer stadhuis wordt hebben een punt, maar vergeten voor het gemak dat koning Willem I in 1813 het monumentale gebouw daadwerkelijk aan de stad wilde teruggeven. De torenhoge onderhoudskosten deden het stadsbestuur besluiten het aanbod af te slaan. Toch blijft het wringen. De oudste republiek in de moderne geschiedenis is nu een monarchie en de monarchen koketteren met de kroonjuwelen van de burgerij.

De Republiek is inmiddels al meer dan tweehonderd jaar een koninkrijk. Het koningschap gaat van generatie op generatie over op de nazaten van de grondlegger van de republiek, die zich in het volkslied laat bejubelen. Jaarlijks klinkt dat volkslied over de Dam tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei, aan de vooravond van onze nationale feestdag op 5 mei. Vanzelfsprekend bestaat die traditie pas sinds op 5 mei 1945 het einde van de Tweede Wereldoorlog werd bezegeld.

Waterloodag

Tot 1940 vierde Nederland op Waterloodag – 18 juni – het einde van de Franse bezetting met vlagvertoon en per regio verschillende spelen en tradities. Koninginnedag werd door koningin Wilhelmina ingevoerd, gevierd op haar verjaardag 31 augustus. Ook haar achterkleinzoon viert zijn verjaardag met het volk als een nationale feestdag. En hoewel oranje dan de allesoverheersende kleur is, heeft het volksfeest op de meeste plaatsen meer weg van carnaval dan van een warme huldeblijk aan ons vorstenhuis.

Hoezeer ook zijn voorvaderen hun best deden als absolute vorsten over hun volk te kunnen en te blijven heersen, de feitelijke macht van onze koning is sterk ingeperkt. Dat maakt echter zijn functie niet overbodig. Onder de wetten en staatsstukken die de regering uitvaardigt, staat niet alleen de handtekening van de bevoegde minister. Steevast tekent ook Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau – de lange lijst titels die hij voert doorgaans samengevat als enz. enz. enz. Had in vroeger dagen de koning feitelijke macht en tekende de minister namens de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging ter controle, tegenwoordig is het omgekeerd. We hebben een koning die een wet alleen ondertekent wanneer die juridisch en grondwettelijk correct tot stand is gekomen. Een koning die zelf niet democratisch is gekozen, maar wel zijn volk dient als hoeder van de democratie.

Meer nog dan een machtsfactor, is het koningshuis in de huidige vorm een factor die bindt, die de vele en diverse eenheden waar het Nederlandse volk uit bestaat samenbrengt en bijeenhoudt. Tegelijkertijd is de monarchie niet meer dan een afspraak. In feite is Nederland nog altijd een republiek. Een republiek met een fraaie oranje strik eromheen.

Lees ook deel 1: Baarle Nassau/Hertog: een extatische grenstwist 

De huisnummers zijn voorzien van rood-wit-blauwe vlaggetjes. In deze dubbelgemeente bepaalt de plek waar de voordeur zich bevindt de nationaliteit van de inwoners van het huis.

Lees ook deel 2: Spitten naar de wortels van de Nederlandse taal

De wieg van het Nederlands stond aan de Zwarte Zee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden