Oranjelievend echtpaar van schilder Govert Flinck ontdekt

. Beeld Govert Flinck
.Beeld Govert Flinck

Twee van de radar verdwenen schilderijen van Govert Flinck zijn teruggevonden. Vanaf morgen zijn ze in Amsterdam te zien.

Wie er op de schilderijen staan weten ze nog niet bij het Amsterdammuseum. Veel belangrijker is eerst wie ze geschilderd heeft, en daar zijn ze wél zeker van: Govert Flinck in 1654, de kunstenaar heeft zijn naam en datum er duidelijk opgezet. In 1895 stonden de doeken voor het laatst beschreven in een veilingcatalogus, daarna waren ze spoorloos.

Vanwege de dubbeltentoonstelling over Govert Flinck en Ferdinand Bol, sinds oktober in het Amsterdam Museum en het Rembrandthuis, nam de eigenaar, een particulier die anoniem wil blijven, contact op met het museum. Hij had twee schilderijen van Flinck (1615-1660) in de huiskamer hangen, of het museum ze misschien wilde zien? Tom van der Molen, Flinck-specialist en conservator van het Amsterdammuseum, wist al vrij snel dat het om echte Flincks ging: de penseelstreek, de zwierigheid waarmee Flinck rond die tijd schilderde, het klopte allemaal. De eigenaar kon ze wel even missen: vanaf morgen zijn de doeken te zien in het museum, tot het eind van de tentoonstelling.

Het zou goed kunnen dat de geportretteerde Johan de Mauregenault is, vertegenwoordiger van de staten van Zeeland, en diens tweede vrouw Petronella van Panhuys. Het paar woonde in 1654 in Amsterdam, net als Flinck, en de twee doeken behoorden ooit toe aan de familie De Mauregenault. Het sinaasappeltje dat de man in zijn hand heeft, geeft aan dat het paar koningsgezind was, een uitzondering in het republikeins gekleurde Amsterdam. De opdracht kan ook vanuit de kring van het koninklijk hof gekomen zijn: Flinck schilderde in 1654 ook een groot schilderij voor Amalia van Solms, de weduwe van stadhouder Frederik Hendrik, voor Huis ten Bosch, en was daarom vaak in Den Haag.

Tekst loopt verder onder de foto

Mogelijk het portret van Petronella van Panhuys. Beeld x
Mogelijk het portret van Petronella van Panhuys.Beeld x

Rembrandt

Vergelijken met Marten en Oopjen, de portretten die Rembrandt twintig jaar eerder schilderde, doet conservator Van der Molen liever niet, die zijn immers veel groter, en ten voeten uit geschilderd. Wel is de beroemdheid van Rembrandt er waarschijnlijk de reden van dat deze portretten zo lang verdwenen konden zijn. "Flinck werd lang alleen gezien als een goede volgeling van Rembrandt. Deze portretten zijn qua stijl zo anders, dat vond men niet interessant. Daarnaast beschrijft kunstenaarsbiograaf Houbraken dat Flinck zich vanaf 1650 concentreerde op de grote decoratie-opdrachten, zoals die in het nieuwe Stadhuis. Belangstellenden voor een portret zou hij doorsturen naar Bartholomeus van der Helst. Inmiddels kunnen we in deze tentoonstelling laten zien dat Flinck juist aan het eind van zijn leven veel portretten schilderde in de eigen, zwierige stijl die hij zelf gevonden had."

'Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen' mét de twee portretten is nog tot 18 februari te zien in het Amsterdam Museum en het Rembrandthuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden