Oranje zoekt nieuwe doelen

Bondscoach Scholtmeijer vindt uitdaging voor zijn team: Scoringspercentage moet omhoog

Met wat fantasie zou je hem de Marco van Basten van het korfbal kunnen noemen. Wim Scholtmeijer was een van de beste korfballers uit zijn tijd.

Van Basten nam op dertigjarige leeftijd afscheid als voetballer vanwege een slepende enkelblessure. Scholtmeijer moest dat doen toen hij 29 was, omdat hij een schouderblessure had. Ook na hun afscheid als speler bewandelden Van Basten en Scholtmeijer een vergelijkbare weg. Allebei werden ze met bijzonder weinig trainerservaring bondscoach. Morgen staat Scholtmeijer met het Nederlands korfbalteam in de finale van het wereldkampioenschap, dat in België wordt gehouden.

De nu 33-jarige bondscoach ziet zelf ook dat de weg die hij heeft afgelegd niet gebruikelijk is. "Normaal gesproken word je bondscoach als je als trainer je sporen ruimschoots hebt verdiend", zegt hij. "Als je een of meerdere keren de Korfbal League, de Nederlandse competitie, hebt gewonnen. Tenslotte is het bondscoachschap het hoogst haalbare."

Maar Scholtmeijer had nog weinig ervaring als trainer opgedaan toen hij al werd gevraagd om bondscoach te worden. Hij was op dat moment coach van Jong Oranje en zijn voorganger Jan Sjouke van den Bos stopte na veertien jaar als coach van het Nederlands team. "De bond had behoefte aan een frisse wind, een nieuw gezicht. Zo kwamen ze bij mij uit", blikt Scholtmeijer terug.

Om die frisse wind te brengen besloot de voormalig speler van onder meer TOP en PKC dat het bij Oranje anders moest. In het mondiale korfbal was Nederland altijd de beste geweest. Alle internationale toernooien had Oranje gewonnen, op het WK in 1991 na, toen ging de titel naar België.

"Ik kreeg te maken met een jonge spelersgroep. Maar die had al alles meegemaakt en alles gewonnen", vertelt de bondscoach. "Ik heb ze toen twee opties gegeven waaruit ze konden kiezen."

De eerste was op dezelfde voet doorgaan. Daarmee zouden de korfballers waarschijnlijk nog steeds alles winnen, maar Scholtmeijer vroeg zich af of dat wel uitdagend genoeg was. Optie twee was het nog verder verhogen van het niveau van Oranje. "Ik heb ze gevraagd of er een doel is dat nog hoger ligt dan het winnen van titels", legt Scholtmeijer uit.

"Ik zag dat doel wel. Natuurlijk blijft winnen altijd het belangrijkste, maar ik zag een nog grotere uitdaging. In de Korfbal League levert een van de drie aanvallen een doelpunt op. Ik wilde ernaar toewerken dat we met Oranje in een op de twee aanvallen zouden scoren. De spelers zijn enorm gemotiveerde competitiebeesten en wilden daar zeker voor gaan."

Gevolg was dat Oranje als het ware weer bij het begin moest beginnen. "Afbreken en opnieuw opbouwen", noemt Scholtmeijer dat. Vorig jaar is dat project begonnen en het is nog volop in ontwikkeling, constateert de bondscoach.

Hij is tevreden over de manier waarop Nederland momenteel speelt op het WK. In de eerste fase van het toernooi, waarin Nederland de tegenstanders met ruime cijfers versloeg, zat Oranje boven het beoogde scoringspercentage. "Het schilderij is af, we moeten het alleen nog een beetje verhangen", schetst Scholtmeijer.

Vorig jaar won Scholtmeijer al het EK als bondscoach van Oranje en morgen hoopt hij daar een wereldtitel aan toe te voegen. Hoe zijn toekomst na het WK eruit ziet, weet hij nog niet. "Mijn contract loopt volgend jaar af en dan ga ik kijken wat ik ga doen."

Scholtmeijer wil zeker nog een keer als clubcoach aan de slag. "Het winnen van de zaalfinale in de Ziggo Dome - vanaf dit seizoen wordt de finale daar gespeeld en niet meer in Ahoy - zie ik absoluut als uitdaging. Maar misschien stap ik ook wel helemaal uit het korfbal en ga ik iets in een andere sport doen."

Maar eerst wacht de finale van het WK. Net als in 1991 wordt het toernooi in België gehouden. Toen wonnen de Belgen. Nu Nederland en België weer gaan strijden om de wereldtitel in België, is dat een uitgelezen kans voor de Belgen om die prestatie te herhalen.

Scholtmeijer is even stil en denkt na.

"Vind je het erg als ik daarop niet reageer?", besluit hij lachend.

Al te grote uitslagen zijn niet goed voor de sport

Grote uitslagen zijn geen uitzondering bij het WK korfbal. Nederland won afgelopen week met 60-12 van China, België versloeg Brazilië met 62-15. Zulke ruime overwinningen zijn niet goed voor de sport, vindt Scholtmeijer. "Niemand heeft er baat bij. Maar goed, het hoort er nu eenmaal bij. Ik begrijp ook absoluut dat niet iedereen het WK door die grote uitslagen serieus neemt."

De bondscoach van Nederland pleit voor een andere opzet van het WK. "Ik heb al eerder voorgesteld om een A-poule en een B-poule te maken", zegt hij. "In de A-poule spelen de toplanden tegen elkaar en in de B-poule de mindere landen. Zo krijg je als het ware twee wereldkampioenen. Een echte wereldkampioen en een sub-wereldkampioen. De Internationale Korfbal Federatie wil er vooralsnog niet aan en die beslist uiteindelijk."

Nederland voor de tiende keer naar finale

Het Nederlands korfbalteam staat voor de tiende keer in de finale van het wereldkampioenschap. De ploeg van bondscoach Wim Scholtmeijer was gisteravond in de Belgische stad Antwerpen in de halve finale veel te sterk voor Taiwan: 40-17. Taiwan stond na acht minuten al 8-1 achter en bij rust leidde Oranje met 21-4.

In de tweede helft was de scherpte weg bij het Nederlands team en kon Taiwan nog aardig meekomen. Topschutters bij Oranje waren Suzanne Struik en Friso Boode met vijf doelpunten. Richard Kunst en Tim Bakker scoorden ieder vier keer.

Nederland speelt in de finale tegen België, dat gisteravond Engeland uitschakelde met 30-14 .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden