Oranje / Verlangen naar een modelgezin

De reacties van mannenbroeders als premier Balkenende op de geboorte van het prinsesje verraadden een terugverlangen naar de voorbeeldfunctie van de Oranjes. De Spiegel en de Oranje-boekjes versterkten dit biedermeierachtige beeld.

Vanaf verschillende kansels werd afgelopen zondag gebeden voor de koninklijke telg en haar ouders, zo meldde maandag de website van het Reformatorisch Dagblad. De vreugdevolle reactie van P.J. Vergunst op de geboorte van het koningskindje was gelardeerd met fraaie, archaïsche uitspraken. Het maandagmorgen nog naamloze prinsesje is, aldus de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond (de orthodoxe tak van de Nederlandse Hervormde Kerk) 'een nieuwe schakel aan de eeuwenoude Oranje-ketting'.

Toen Vergunst ,,bijtijds de Hollandse driekleur voor de dag haalde, toonde het straatbeeld al hoe samenbindend het Oranjehuis in onze tijd nog is''. In zijn straat wonen kennelijk veel vlaggende mannenbroedersgezinnen. In Vergunsts woorden klonk de stem door van Réveil-dichter Isaüc da Costa (1798-1860), die de trits God-Nederland-Oranje het 'drievoudig snoer' noemde.

Premier Balkenende deed niet onder voor Vergunst. Ook hij merkte op dat het Oranjehuis -een 'kostbaar en dierbaar goed'- een belangrijk bindmiddel is in de moderne maatschappij. De premier was even de buikspreker van de negentiende-eeuwse liberale katholiek B.D.H. Tellegen (1823-1885), die in het Oranjehuis eveneens een eenheid scheppende factor zag in een sterk veranderende en moderniserende samenleving: ,,Terwijl alles afwisselt en voorbijgaat, blijft er in het Huis van Oranje een boven alles uitstekend middenpunt, dat aan de natie steeds hare eenheid herinnert en op den strijd der partijen, die levensvoorwaarde van den vrijen staat, temperend werkt.''

Om het volk jaarlijks aan deze nationale eenheidsgedachte te herinneren, werden de Oranjefeesten 'uitgevonden'. De protestantse voormannen reageerden niet onverdeeld enthousiast op deze liberale uitvinding. Tijdens de volksfeesten werd er gedanst en gejoeld en dit was in calvinistische ogen te kermisachtig. De voormannen hielden liever vast aan de traditionele herdenking van de historische Oranjes. Vanaf het einde van de negentiende eeuw groeide, onder invloed van de eigen protestants-christelijke Oranjeverenigingen, Koninginnedag uit tot een braaf kinderfeestje.

Het populaire, algemeen-christelijke gezinsweekblad De Spiegel en de voor lagere schoolkinderen uitgebrachte Oranje-boekjes, die op koninklijke hoogtijdagen werden uitgedeeld, leverden in de loop van de twintigste eeuw een niet te onderschatten bijdrage aan het beeld van de Oranjefamilie als een door God uitverkoren modelgezin -Balkenende en Vergunst staan in deze traditie.

Voorjaar 1906 kregen Spiegel-lezers een foto van een glimlachende Nederlandse vorstin voorgeschoteld, met in haar armen de pasgeboren baby van prinses Alice van Albanië. Maar deze vreugde was betrekkelijk, omdat dit beeld ook het trieste verhaal vertelde van de kinderloosheid van Wilhelmina en Hendrik. Rond Hendriks verjaardag werden de lezers opgeroepen het koninklijke paar in hun gebeden te gedenken: 'Bouwe de Heere ons Koninklijk Huis, opdat ons nog een nieuwe spruit gegeven worde op den ouden Oranjestam.' De prins had volgens De Spiegel een uitstekende morele en religieuze opvoeding genoten en zou hierdoor een goede vader worden.

Na enkele miskramen was het dan eindelijk zover: in 1909 gaf God 'blijdschap in het Koninklijk paleis' en in elk echt vaderlands gezin. De geboorte van Juliana was een 'betooning van Gods trouw aan Nederland', aldus De Spiegel. Betsy (pseudoniem van mejuffrouw B. de Heer) schreef in 1909 voor de Rotterdamse uitgeversmaatschappij Bredée het boekje 'Welkom in 't leven'. Jaarlijks bracht Bredée rond dertig april in grote oplagen een nieuw geschenkboekje van Betsy uit, met titels als 'Weer een jaartje ouder' (1912) en 'Neêrlands kroonprinses' (1913). In deze Oranje-boekjes werd Juliana voorgesteld als een normaal, blijmoedig opgroeiend meisje, dat lief is voor haar ouders, braaf haar schooltaakjes verricht en trouw haar dagelijkse gebedjes opzegt.

De Spiegel-artikelen en de Oranje-boekjes bevatten talloze verwijzingen naar historische Oranjes. Van de vorstelijke moeders werd hoog opgegeven. Juliana van Stolberg (1506-1580), moeder van Willem van Oranje, was het historische voorbeeld van de Goede Moeder, die haar kroost degelijk-christelijk opvoedde. Koningin-moeder Emma (1858-1934) gaf dochter Wilhelmina een 'wijze vrome opvoeding'. En koningin Wilhelmina zorgde er op haar beurt voor dat prinsesje Juliana in een christelijke sfeer opgroeide; daarnaast wilde zij 'vóór alles, een echte moeder zijn'. Samen bidden en bijbellezen waren ingrediënten van de dagelijkse opvoedingspraktijk.

De lezertjes van de Oranje-boekjes werden rechtstreeks aangesproken. Over hun hoofdjes werd getracht de ouders, die een voorbeeld aan het vorstelijke echtpaar konden nemen, ook op te voeden: ,,Het is wel véél, Koningin te zijn en prachtig speelgoed te hebben. Maar het is véél meer, een Moeder te hebben, die voor je bidt en uit de Bijbel vertelt. Doet je Moeder dat ook wel eens? Vraag het haar anders maar gerust.''

Het biedermeierachtige beeld van behaaglijkheid en huiselijke degelijkheid dat De Spiegel en de Oranje-boekjes presenteerden, was een geconstrueerde, ingebeelde werkelijkheid, waar mannenbroeders als Balkenende en Vergunst naar terugverlangen: de historische Oranjes hadden een voorbeeldfunctie die ze, zoals de hedendaagse Oranjes, niet op alle fronten konden waarmaken -prins Hendrik is hier wel het meest in het oog springende voorbeeld van. Een aanzienlijk deel van het Nederlandse volk is met deze ideaalbeelden opgegroeid.

Prins Willem-Alexanders optreden deze week vertoonde hier en daar overeenkomsten met de inhoud van De Spiegel-artikelen en de Oranje-boekjes. Door de overdadige media-aandacht is de jonge Oranjefamilie een bijzonder gezin, maar de prins had evengoed mee kunnen doen in een aflevering van het volkse SBS6-programma 'De bevalling'. Vakkundig wist hij de sociale afstand tussen volk en monarchie te overbruggen, door losjes te praten over bevallingsperikelen en de eerste schreden op het ouderschapspad.

De bladen en Oranjeboekjes waarin de koninklijke familie als modelburgers werden opgevoerd, zijn reeds lang ter ziele. De mystiek die rond Emma, Wilhelmina en Juliana hing, heeft plaatsgemaakt voor een Oranje-soap, waarin Mabelgate en de perikelen rond Margarita de schaduwkanten spelen.

'Denkt er om in uwe huiselijke gebeden, opdat een band blijve tusschen Vorstenhuis en volk, geheiligd door Gods troon' -deze boodschap wordt alleen nog door de achterban van Balkenende en Vergunst verstaan. Prins Willem-Alexander heeft bij de naamgeving van zijn dochter niet gedacht aan protestantse heldinnen zoals Juliana van Stolberg, maar aan vrouwen met vorstelijke en wereldlijke allure, zoals Catharina, Amalia en Victoria. Maar of dit genoeg is om de monarchie de 21ste eeuw te laten overleven, is aan het volk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden