'Oranje speelt nog altijd meer met het hoofd dan op kracht'

Aanvallend totaalvoetbal komt voort uit de Nederlandse cultuur en volksaard, beweerde de Brit David Winner twaalf jaar terug in 'Brilliant Orange'. Zo mooi is het niet meer. Oranje speelde op het WK 2010 efficiënt, verdedigend en om te winnen. Een incident, meent de auteur.

INTERVIEW | NIELS POSTHUMUS

David Winner zegt het zonder greintje ironie: "Voetbal is de laatste decennia uitgegroeid tot onze belangrijkste cultuuruiting, belangrijker zelfs dan film of popmuziek." Zijn stem is vol enthousiasme. "En wat jullie Nederlanders in voetbal hebben gepresteerd is buitengewoon. Wat Rembrandt en Vermeer betekenden voor de Gouden Eeuw, zijn Cruijff en de zijnen voor de afgelopen vijftig jaar."

Winner is een Britse schrijver en journalist die zijn hart lang geleden verpachtte aan het Nederlandse totaalvoetbal. In de jaren zeventig raakte hij verliefd op de revolutionaire wijze waarop Ajax en Oranje het spel speelden: de passingspatronen die zij op de mat legden, het altijd naar voren gerichte vizier, de arrogantie en onzekerheid tegelijkertijd, en in de as van het veld de meester-schaker, Johan Cruijff, als eerste onder zijn gelijken.

Een kwart eeuw en vele helden later (Krol, Rensenbrink, Van Basten, Bergkamp) schreef Winner een alom geprezen en veelvuldig vertaald boek over het Nederlandse voetbal. Hij verklaarde in 'Brilliant Orange' de schoonheid, het revolutionaire karakter, de zelfdestructieve neiging en neurose van het Nederlandse voetbal - evenals het immer falen vanaf de penaltystip - uit de typische Nederlandse politieke en culturele context. Die observeerde hij in de jaren dat hij in Amsterdam woonde.

Winner concludeert in zijn boek dat ruimte het cruciale aspect is binnen het Nederlandse voetbal. 'Andere landen produceren doelpuntenmakers, balgoochelaars en toernooiwinnende teams', schrijft hij. 'Maar niemand heeft zijn manier van spelen ooit zo abstract, zo architectonisch haast, geboetseerd als de Nederlanders.' Hij legt totaalvoetbal uit als een 'theorie van flexibele ruimte'. Zoals Cornelis Lely het Nederlandse territorium met zijn poldertechnieken wist uit te breiden zonder de landsgrenzen aan te passen, zo maakte het Oranje van Cruijff in balbezit het voetbalveld groot met behulp van buitenspelers en verkleinde het bij balverlies datzelfde veld door tegenstanders op eigen helft vast te zetten.

En inderdaad, het is opvallend hoe voetbal zich ook in de decennia daarop parallel ontwikkelde aan de Nederlandse maatschappij. Want meer en meer groeide de Nederlandse speelstijl uit tot een spel van eindeloze passing. Individuele acties werden ondergeschikt gemaakt aan het systeem, aan organisch samenspel. Het kwam tot een verrukkelijke climax in het Ajax van Louis van Gaal en in het Oranje van Guus Hiddink halverwege de jaren negentig. Van creatief individualisme, het soort anti-systeem van Cruijff, dat in zichzelf vreemd genoeg toch weer een systeem was (net als de provobeweging eind jaren zestig), werd het Nederlandse voetbal midden jaren negentig een soort corporatistisch samenspel van elf voetballers die slechts waarde hadden in dienst van het teambelang. Niet toevallig beleefde het poldermodel in die periode in de Nederlandse politiek en het Nederlandse bedrijfsleven zijn hoogtijdagen.

Nederland voelde zich in het laatste kwart van de twintigste eeuw ook nadrukkelijk een gidsland, zowel op het voetbalveld als op het internationale politieke toneel. Nederland wilde de wereld overtuigen van zijn succesvolle aanpak, van de schoonheid van vreedzame samenwerking. Nederland probeerde altijd het goede voorbeeld te geven, en wilde dus ook in een voetbalstadion alleen winnen op basis van techniek en verheven tactisch inzicht. Nooit op domme kracht. Schoonheid was belangrijker dan winnen en toernooien winnen deed Nederland dan ook bijna nooit.

Winners boek was echter nog niet gepubliceerd (in het jaar 2000) of het zo geprezen Nederlandse voetbal stortte in. Opvallend genoeg viel ook dit verval weer samen met de teloorgang van de wereldwijd gelauwerde Nederlandse tolerantie en maatschappelijke harmonie. Pim Fortuyn en Geert Wilders kwamen op. Fortuyn en Theo van Gogh werden vermoord. Nederland versleet in tien jaar vijf kabinetten, die geen van allen de rit uit wisten te zitten.

Oranje, op zijn beurt, kwalificeerde zich niet voor het WK 2002 en speelde, op twee poulewedstrijden tijdens het EK 2008 na, nooit meer zulk mooi voetbal als in de twintigste eeuw. En toen kwam de WK-finale twee jaar terug: de trap van Nigel de Jong. Heel de wereld sprak opeens schande van het Nederlandse afbraakvoetbal. Winner wist dat hij een hoofdstuk aan zijn boek moest toevoegen. De uitgever van de Deense vertaling printte het nieuwe slot ondersteboven: hoe Nederland in 2010 voetbalde, was de wereld op zijn kop.

Wat ging er mis met Nederland na de publicatie van uw boek?
"Voor mij is het omslagpunt in de recente Nederlandse geschiedenis 1 september 2001, de dag dat Ierland Oranje uitschakelde voor het WK 2002. Voor die wedstrijd was Nederland sportief en maatschappelijk een zelfverzekerd, gelukkig en welvarend land. Nederland was een paradijs. Maar het leek alsof er met het verlies van Oranje iets knapte. Opeens deugde niets meer. Iedereen werd chagrijnig. Het zelfvertrouwen was weg. Ook Colin Budd, de Britse ambassadeur in Nederland destijds, noteerde de invloed van de wedstrijd tegen Ierland in een rapport aan Londen. Hij schreef over een plotselinge boosheid over een verzakende overheid, immigranten en 'niet in het minst' het falen van het nationale elftal om het WK te bereiken."

Is voetbal dan zo belangrijk dat het de hele maatschappelijke stemming kan doen omslaan?
"Er is geen land in Europa waar het nationaal voetbalelftal zo belangrijk is voor een gevoel van nationale trots en collectiviteit als Nederland. Zoiets zie je wereldwijd verder misschien alleen in Brazilië of Argentinië. Nederlanders waren in de twintigste eeuw een volk dat zich erop liet voorstaan niet nationalistisch te zijn, maar lieten hun onderdrukte nationalisme wel tot uiting komen in de sport. Als een elftal dat zo belangrijk is voor de nationale identiteit verliest, moet dat wel invloed hebben op de samenleving. In de acht jaar na het verlies van Ierland zag je dan ook dat het Nederlands elftal zoekende was. Net als heel Nederland. Wie zijn wij? Hoe willen we voetballen? Waarom lukt ons dat niet meer zoals de laatste dertig jaar?

"Van Basten werd aangesteld als bondscoach: een icoon uit het verleden, maar zonder enige ervaring als coach. Hij werd binnengehaald als een heilige, om vier jaar later eerloos te worden afgedankt. Het was deze neurotische zoektocht naar de eigen (voetbal)identiteit die ook in de politiek en andere cultuuruitingen zichtbaar was. Niet dat er een direct verband is, maar ik ben er wel van overtuigd dat er een soort wisselwerking bestaat tussen voetbal en de maatschappij."

Het gaat Winner echter te ver om het verfoeide voetbal van Oranje tijdens het WK 2010 'PVV-voetbal' te noemen, zoals journalist Auke Kok twee jaar terug deed. "PVV-stemmers zijn slechts een groep binnen de samenleving", zegt Winner. Hij houdt het liever op een brede frustratie. Een frustratie die op allerlei manieren naar buiten kwam de laatste tien jaar en dus ook, niet in de laatste plaats, via voetbal.

Die frustratie is waarschijnlijk het product van de buitengewoon succesvolle jaren negentig, oppert hij voorzichtig. Er ontstond een gevoel dat Nederlanders een natuurlijk recht hadden op alles: rijkdom, mondiale bewondering, werk én WK-deelnames. Dus wie waren de Ieren, die het in 2001 in hun hoofd haalden Oranje dat recht te ontzeggen?

De trots sloeg met de teleurstelling om in een minderwaardigheidscomplex. Het fiere gevoel gidsland te zijn, maakte plaats voor misplaatste zelfoverschatting. Spelers als Patrick Kluivert kwamen symbool te staan voor de arrogantie die het Nederlandse voetbal was binnengeslopen. De vijf gemiste penalty's tegen Italië op het EK 2000 verbeeldden het geknakte zelfvertrouwen. De vanzelfsprekendheid was weg.

Maar juist de nieuwe generatie voetballers én fans, die met deze onzekerheid moesten zien om te gaan, hadden in de jaren negentig nooit tegenslag gekend. Zij waren door een schier eindeloos groeiende welvaart het idee kwijtgeraakt dat er gewerkt moest worden voor geld. Het was een generatie die nooit had meegemaakt dat Oranje een internationaal voetbaltoernooi miste. Het was een verwende generatie die slechts gefrustreerd kon raken als het niet liep zoals zij het wilde.

Uit die frustratie kwam een steeds hardere roep om winst voort, een roep om tastbaar succes. Maatschappelijk ging Nederland op zoek naar charismatische leiders, geheel tegen de traditionele afkeer van autoriteit in, al stammend uit de tijd van de Republiek in de zeventiende eeuw. Nationalisme bloeide op en kwam zoals gebruikelijk in Nederland het sterkst tot uiting rond het Nederlands elftal. Waar Oranje de wereld altijd had laten zien hoe je mooi kon verliezen, groeide onder de Nederlandse voetbalfans opeens de krachtige wil toch eindelijk eens, voor volk en vaderland, lelijk te winnen.

Het doorgeschoten nationalisme en de obsessie met winst uitte zich volgens Winner het duidelijkst in een reclamespot van Nike voorafgaand aan het WK 2010. In dat filmpje werden spelers als Van Bronckhorst, Van Nistelrooij en Van der Vaart neergezet als Rocky's die zich klaarmaken voor een gevecht, als soldaten die zich opmaken voor oorlog. Winner: "De commercial had echt fascistoïde trekjes. Hij ging alleen maar over lijden, tranen, zweet, loyaliteit, discipline en collectivisme." Zo draagt de reclamespot de spelers op: 'Vernietig ego's, begin met die van jou'. En: 'Bloed oranje'. Om ook maar meteen definitief te breken met de Nederlandse gidslandtraditie binnen het internationale voetbal. Het spotje opent met de zin: 'Voetbal is pas totaal als je wint; mooi verliezen, is toch verliezen'.

En dus voetbalde Nederland opeens als soldaten die een oorlog wilden winnen?
"Nederland speelde op het WK van 2010 plotseling een soort catenaccio. Vooral de eerste helft van de finale tegen Spanje was afgrijselijk. Maar begrijp me niet verkeerd, ik denk dat Bert van Marwijk een zeer belangrijke plek zal innemen in de uiteindelijke geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Hij heeft iets gedaan wat geen enkele andere bondscoach wist te doen: hij maakte van het Nederlands elftal een winnend team. Hij moet de spelopvatting in Duitsland en Italië hebben bestudeerd en daar als eerste Nederlandse bondscoach niet op hebben neergekeken. Heel pragmatisch heeft hij een winnaarsmentaliteit in het team gebracht. Eigenlijk was er maar één Nederlands elftal dat eerder zo'n pragmatisme aan de dag legde: het Oranje uit 1988. Nederlanders vergeten vaak dat juist dat team zonder buitenspelers speelde en met twee spitsen. Het systeem van AC Milan dus eigenlijk."

En toch bent u niet te spreken over het Nederlands elftal van 2010.
"Nee. Want hoe verfrissend die mentaliteitsverandering ook was, met zijn ultraverdedigende tactiek gooide Oranje wel in één keer zijn hele internationale reputatie te grabbel. En die reputatie was niet iets triviaals. Het is de reden waarom heel de wereld Nederland kent. Echt, bijna niemand is werkelijk geïnteresseerd in jullie waterwerken. Voetbal is een veel machtiger marketingwapen. Kijk naar het Brazilië van de jaren zestig en zeventig. Dat had berucht kunnen zijn om zijn dictatoriale junta en politie-eskaders die zwerfkinderen doodschoten, maar wereldwijd zijn vooral Pelé en sambavoetbal onthouden. Geloof mij, de finale op het WK 2010 was de grootste marketingramp ooit voor Nederland. Van het land van Cruijff, Gullit, Van Basten en Bergkamp werd Nederland opeens het land van De Jong die met zijn karatetrap openhartchirurgie probeerde toe te passen op Xabi Alonso."

U was tijdens de finale in Nederland?
"Ja, en ik wilde zo graag dat Oranje zou winnen. Maar na het verlies vond ik de sfeer onprettig. Die parade van de spelers bij thuiskomst: wij zijn de op-één-na-beste ter wereld! Belachelijk. Nederland had zichzelf met zijn cynische spel net voor het oog van heel de wereld vernederd, maar de spelers werden onthaald als helden, als soldaten van Oranje, met straaljagers nota bene. Het was allemaal geheel in lijn met die reclamespot van Nike. Terwijl ik denk dat Van Marwijk zich eigenlijk behoorlijk schaamde voor die eerste helft van de finale."

Winner ergert zich eraan dat praktisch niemand binnen de Nederlandse sportjournalistiek op zoek ging naar het 'waarom' van het finaledebacle. Bijna niemand stelde de vraag: hoe heeft dit ooit kunnen gebeuren? Toch verbaasde dat hem ook weer niet écht. Hij wijst op de Nederlandse gewoonte trauma's zo lang mogelijk dood te zwijgen: de actieve hulp bij Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, de politionele acties in Indonesië en Srebrenica bijvoorbeeld. Misschien dat dit oppotten van teleurstelling en schaamte de politieke woede in het Nederland van na de eeuwwisseling verklaart, denkt hij. Net zoals het eindeloos onderdrukken van teleurstellingen over verloren WK-finales en mislukte penaltyreeksen in 2010 wellicht resulteerde in een bijna agressieve wens om nu dan toch eindelijk eens met een wereldtitel orde op zaken te stellen. Koste wat het kost.

Komt het dan nooit meer goed met het Nederlandse voetbal?
"Natuurlijk wel. Nederland zal het komende EK gewoon weer aanvallend spelen. Ik ben ervan overtuigd dat de finale in 2010 een incident zal blijken. Catenaccio zit niet in de Nederlandse aard, ook niet in die van de huidige generatie voetballers. Het was een vergissing om zo te spelen. Italië bouwt zijn team rond de verdediging, omdat zij goede verdedigers opleidt. Maar je kunt echt geen catenaccio spelen zonder een echte linksback, om maar iets te noemen. En je ziet bovendien dat Nederland na het WK 2010 alweer een paar heel mooie, aanvallende wedstrijden heeft gespeeld."

Dus ondanks de pragmatische wil om te winnen, is ook de huidige generatie op en top Nederlands?
"Uiteindelijk speelt Nederland in de basis nog steeds op dezelfde manier. Zelfs een op het oog niet-Nederlandse en gemene speler als Mark van Bommel voelt de ruimte op het veld perfect aan. Nog altijd speelt Nederland meer met het hoofd dan op kracht. Kijk ook maar naar de discussie rond de spitspositie. Klaas Jan Huntelaar is een genie, een soort Gerd Müller, een sluipmoordenaar die uiteindelijk meer punten voor Oranje zal pakken dan Robin Van Persie, hoe goed ik Van Persie ook vind. Maar Huntelaar is een hedendaagse Ruud Geels. Geels was in 1974 ook een doelpuntenmachine. In de finale tegen Duitsland bleef hij echter negentig minuten op de bank, ook in de tweede helft, toen Nederland op zoek ging naar de gelijkmaker en Johnny Rep maar kansen bleef missen. Want Geels werd in Nederland niet gewaardeerd. Hij was een specialist, geen allrounder zoals dat hoort binnen het Nederlandse totaalvoetbal. Als het Nederlandse voetbal écht fundamenteel was veranderd de afgelopen jaren, dan had Huntelaar al lang en onomstreden in de spits gestaan."

Brilliant Orange, the Neurotic Genius Of Dutch Football. David Winner, Bloomsbury Publishing PLC, 288 pagina's.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden