Oranje kan niet mee met grote jongens

ROTTERDAM - Als geslagen honden verdwenen de spelers van het Nederlands basketbalteam zaterdagavond naar de kleedkamer. In Rotterdamse sporthal De Enk had een superieur Litouws team de Oranjemannen twee maal twintig minuten op de pijnbank gelegd. De vernederende oorwassing eindigde bij 88-57.

Het was het tweede duel in de kwalificatieronde voor het Europees kampioenschap in 1999. Woensdag won Nederland op en van IJsland (87-83) in een wedstrijd die bondscoach Van Kersschaever als “zeer moeilijk” kwalificeerde. “Dankzij discipline en ervaring hebben we kunnen winnen. Het IJslands basketbal ligt ons niet. Die mannen komen één stap over de middenlijn en schieten.” Tegen Litouwen kwam Nederland discipline, ervaring en vooral ook kracht tekort. Geen moment konden de Nederlandse spelers de wedstrijd controleren.

Van de tien opgeroepen spelers acteert alleen Bennis in Nederland, bij Amsterdam. Naast hem begonnen Van Rootselaar en Te Velde (België), Hammink (Duitsland) en Nahar (Griekenland) in de basis. Nahar, die in IJsland al 22 punten liet noteren, speelde wederom een goede partij en werd met 24 punten topscorer.

De andere coryfee, Geert Hammink, tegen IJsland nog goed voor 32 punten, liet het zaterdag afweten. Aangespeelde ballen bereikten hem niet, in zijn scorende rol faalde hij met negen schamele punten.

In de eerste helft liep bovendien de Nederlandse foutenlast veel te snel op. Na twaalf minuten al overschreed Oranje de acht-foutengrens, terwijl Litouwen op slechts drie P's stond. Vanaf dat moment regende het Litouwse kansen vanaf de vrijeworplijn. De Oost-Europeanen bereikten de achtste persoonlijke fout pas in de laatste minuut van de eerste helft. Dat zette voor Nederland dus geen zoden aan de dijk. Belangrijker in die minuut was dat Okke te Velde tweemaal een driepunter liet noteren. Het gaf de ruststand, hoewel hopeloos, nog een draaglijk aanzien: 46-33.

Van dertien punten bij rust liep het verschil in de tweede helft op tot 31. Dat Nederland voor een onbegonnen taak stond, was al duidelijk geworden, maar het was pijnlijk te zien hoe het Nederlandse team dat demonstreerde. Keer op keer liep de aanval vast. De bal werd nauwelijks naar de zijkanten gespeeld. Meer dan eens bereikten de Nederlanders elkaar niet; de passing ging te moeizaam. Misverstanden waren er te over. Oranje maakte een schroomvallige indruk: geen lef, geen flair.

Ook in nauwkeurigheid won de opponent. De cijfers liegen niet. Litouwen scoorde 55 procent, Nederland 43. De Oost-Europeanen benutten tachtig procent van de 21 vrije worpen, Nederland zestig procent van de vijftien. De reboundcijfers ontliepen elkaar niet veel, maar de Litouwers mochten dankbaar 22 steals noteren tegen Nederland dertien. Nederland moest voorts 21 maal een turn-over toelaten. De Litouwers toonden zich balvaardiger (13).

Vooraf had Van Kersschaever gewaarschuwd voor het fysieke en bikkelharde spel van de Litouwers, maar dat viel wel mee. Na het duel nuanceerde de Belg zijn uitspraak. “Het verschil is duidelijk: het gebrek aan atleet-zijn. Misschien kunnen er twee of drie meekomen, de anderen komen tekort. We zullen de trainingen moeten opvoeren: vier uur basketbaltraining per dag en daarnaast twee tot drie uur trainen in het krachthonk. Een met kracht gegeven pass is accurater en heeft meer kans om aan te komen. We kwamen steeds een hele of halve stap te laat. De spelers durfden niet en dat heeft met kracht te maken. Ik spreek dan niet over de gevestigde spelers, maar over de aankomende generatie.”

Namens de ploeg trok Van Kersschaever het boetekleed aan. “Ik bied mijn excuses aan voor het slechte spektakel. We moeten ons ervan bewust zijn dat er nog veel werk te doen is voor we kunnen meespelen met de grote jongens.”

De bondscoach weigerde zich te verschuilen achter de reputatie van Litouwen, dat zowel in Barcelona als in Atlanta Olympisch brons pakte en ook bij het laatste EK derde werd. Hij was reëel in zijn nabetrachting, maar ook optimistisch. “We zijn weggespeeld tot en met, maar er zit progressie in de ploeg. We hebben nieuwe dingen geleerd, die we in zo'n wedstrijd als vandaag nog niet goed kunnen uitvoeren, maar dat komt wel. Om een goede positie te kunnen houden, zouden we woensdag van Bosnië moeten winnen”, filosofeerde hij.

Bosnië won vorige week van en in Litouwen dus zijn woorden klonken wat naïef. “Moet ik dan zeggen: we kunnen beter thuisblijven?” vroeg de coach zich af. “Mijn inschatting is dat Litouwen en Kroatië in deze poule te sterk zijn voor ons, maar dat we ons met de anderen kunnen meten.” Naast Bosnië zijn dat IJsland en Estland. Drie landen plaatsen zich voor het WK.

Bij de spelers heerste eveneens het besef van een afgang. “We waren heel slecht”, beaamde Van Rootselaar. De guard is terug in de nationale ploeg nadat hij wegens een conflict met de vorige bondscoach Van Helfteren twee jaar aan de kant stond. “Dat ik er weer bij ben, motiveert me geweldig. Wat men nu voorheeft met het Nederlands team is een goed plan, er is een goede coach, ik kan mijn basketbalplezier kwijt en ik vind het nog altijd een eer voor Nederland te spelen”, zei de man die in de afgelopen maanden (toen hij in Zuid-Duitsland speelde) zeshonderd kilometer heen en weer reed voor een zondagse training. Ook Van Rootselaar bulkt van optimisme. “We hebben nog een lange weg te gaan, maar morgen beginnen we opnieuw. Dat betekent fit worden, je les leren en tegen Bosnië beter spelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden