Oranje-dynastie zonder franje

Portretten van oranje-Nassau

Tot 25 september in het Koninklijk Paleis in Amsterdam

***

In het Paleis op de Dam is een tentoonstelling gewijd aan de portretten van de Oranjes, van Willem van Oranje tot de huidige koning. Veel van de portretten hingen er al sinds de ruimte in 2009 weer is opengesteld voor publiek, een aantal portretten is speciaal uit Paleis Huis Ten Bosch en de Koninklijke Verzamelingen naar Amsterdam gekomen. De expositie is deels te zien in de 'gewone' stijlkamers van het gebouw, voorzien van een korte toelichting en een praktische stamboom om de verschillende Willems uit elkaar te houden.

Voor de (grotendeels buitenlandse) argeloze bezoekers is het een verwarrende omgeving: een 'Paleis' dat is gebouwd als stadhuis. Namen als 'Burgerzaal', 'Desolate boedelkamer' en 'Burgemeesterskamer' verwijzen naar de oorspronkelijke functie van de ruimtes, die sinds koning Lodewijk Napoleon het gebouw in 1808 in een paleis veranderde, er toch koninklijk uitzien.

Heel toepasselijk, in dit geval, aangezien de meeste Oranjeportretschilders diezelfde spagaat moesten maken: de Oranjes waren al sinds de zeventiende eeuw de 'baas', maar ze waren stadhouders, en konden ze zich niet zoals de Franse, Spaanse en Engelse vorstenhuizen als superieure opperwezens laten verbeelden, de Staten-Generaal hadden altijd het laatste woord.

Dus terwijl de echte vorsten zich rimpelloos vastlegden met hermelijnen mantels en kronen, moesten de Oranjes het in eerste instantie houden bij een portret als veldheer, in harnas dus, met een oranje sjerp of pluim. Hadden de grote vorstenhuizen kunstenaars als Anthony van Dyck en Diego Vélasquez in dienst, hier waren Gerard van Honthorst en Michiel van Mierevelt vaste portrettenmakers. Van die eerste is een eigenaardige serie van twaalf pas gerestaureerde prinsessenportretten voor het eerst samen te zien - de dames lijken zó op elkaar, dat het onduidelijk is wie is afgebeeld.

Vijf ruiterportretten van Willem van Oranje en zijn opvolgers, gemaakt rond 1645 door Anselm van Hulle, vormen een krachtige tegenhanger. Enorme doeken waarop de heren in volle wapenrusting neerkijken op de bezoeker, in eerste instantie militaire officiers die in het kasteel in het Gelderse Buren samenkwamen voordat ze naar de oorlog in Spanje trokken.

Toch kwamen ook de vrouwen al imposant in beeld. Sofia Hedwig, gravin van Nassau-Dietz bijvoorbeeld - van de Friese tak - poseerde in een modieuze zwarte japon, waar schilder Wybrand de Geest zich in 1631 duidelijk liever op concentreerde dan op het gezicht van de gravin. Een compleet familieportret à la Las Meninas van Velasquez kwam er maar zelden. Een uitzondering vormt het familieportret van koning Willem II, uit 1827, waarop ook Anna Paulowna en hun vier kinderen gedwee staan afgebeeld - een overeenkomst met het recente gezinsportret door Rineke Dijkstra is overduidelijk.

Het is jammer dat de 'populaire' en moderne kant van de Oranjeportretten onderbelicht blijft. In de eerste eeuwen verspreidden de Oranjebeelden zich immers ook in prenten, en later via fotografie. Kleine fotoportretten van de pasgeboren prinses Wilhelmina waren in 1880 razend populair. Zelfs de recent geschilderde staatsieportretten van Willem-Alexander komen niet ter sprake. Aan het beeld van de huidige Oranjes wordt nog elke dag gesleuteld, daarvan is deze tentoonstelling het bewijs.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden