Oranje bewaart lekkers voor het laatst

Nederlandse baanwielrenners winnen in laatste weekeinde WK baan in Apeldoorn nog vijf medailles

Uiterst voorzichtig waren ze voordat het WK baanwielrennen in Apeldoorn begon. Bondscoach Robert Slippens (duur) sprak niet over doelstellingen, maar 'verwachtingen'. En bondscoach René Wolff (sprint) zei cryptisch dat de doelstelling is 'dat alle onderdelen hun eigen doel halen.' Deze zorgvuldige uitspraken bleken goed gekozen, want na drie dagen stond de medailleteller van de Nederlandse ploeg nog op nul. Maar door een uitstekende eindsprint op dag vier en vijf, werden alsnog vijf medailles behaald: Teun Mulder (zilver en brons), Marianne Vos (goud), Theo Bos en Peter Schep (brons) en Kirsten Wild (brons).

Slippens stak even zijn duim op en knikte. Veel reden had hij daar eerder in het toernooi niet voor gehad, maar op zaterdagmiddag nam Kirsten Wild door een goede start in het omnium (een meerkamp) de eerste plek in - hiermee leek de sfeer in te ploeg om te slaan. Slippens hield vol dat het Nederlandse team ondanks de teleurstellende prestaties op de eerdere dagen vertrouwen bleef houden. Hij was nog niet uitgesproken of Teun Mulder liet Apeldoorn juichen met een bronzen medaille op de keirin - er ging een zucht van opluchting door de Nederlandse box op het middenterrein.

"Eindelijk is Nederland van die hatelijke nul af", zei Mulder. Het tekende de drang die de ploeg had om te presteren in eigen huis. Mulder, ambassadeur van de WK, prijkte al weken met een immens grote foto op de glazen pui van Omnisport, door de stad reden bussen met zijn afbeelding. De derde plek op de keirin (8 rondes, waarvan 5,5 achter de derny) voelde voor hem als een wereldtitel. Na goud (2005), zilver (2008) en brons (2009) pakte hij zijn vierde prijs op dit onderdeel. "Ik voelde me met al die Nederlanders hier in Apeldoorn een beetje verplicht het podium te halen. We hebben drie dagen niks gewonnen en ik wist dat ik een kans had. De druk is van de ketel."

Mulder is een ervaren man in de Nederlandse equipe, in 1999 reed hij zijn eerste WK. In Apeldoorn was de man uit het Gelderse Zuuk de enige titelverdediger in de ploeg. Op de tijdrit over één kilometer moest hij de eerste plek echter afstaan aan de Duitser Stefan Nimke, die in 2009 ook al zegevierde. Mulder zat helemaal stuk na zijn race: "Alles doet zeer, m'n benen, m'n rug, m'n buik." Toch was hij tevreden met een tweede plaats (en zijn eerdere bronzen plak) in het huis waar hij zo graag wilde presteren.

Ook Marianne Vos wilde een medaille in eigen land. Bij haar wereldtitel in het veld eerder dit jaar moest een titel op de baan worden bijgeschreven, om later dit jaar op de weg te winnen - dan slaagt ze voor haar doelstelling om drie wereldtitels op drie terreinen te bemachtigen. Het brons van Mulder motiveerde haar. Daarbij kwam het vertrouwen dat ze putte uit de puntenkoers, waarin ze woensdag zevende werd. Het was toen 'net niet' voor de olympisch kampioene, maar ze had er niet slecht van geslapen. In de scratch, een rit over tien kilometer, liet ze dit weekeinde haar klasse zien.

Vos versnelde de race, maar bleef lang zitten toen de concurrentie wegsprong. Slippens: "Ik zag aan haar gezicht dat ze zich zat te verbijten, maar ik zei dat ze moest blijven zitten. Dat is best moeilijk voor Marianne." De concurrentie werd teruggehaald en in een fenomenale sprint won Vos goud. De renster keek alweer uit naar de volgende dag waarop ze een koers op de weg in Limburg reed. En ook die won ze overtuigend.

Slippens zei dat er niets veranderd was de laatste dagen. "Het enige verschil is dat we nu resultaten rijden. Ik kan geen moment aangeven waarop het kwartje is gevallen." En ook Wild beaamde dat: "Er was geen 'depressie' ozfo. De sfeer bleef goed." Die sfeer bleek de kiem voor de overwinningen van het weekeinde. Eigenlijk wel goed gepland, vond Slippens: "Mensen onthouden altijd de eindsprint, dus we kunnen met een goed gevoel naar huis."

Hij was 'supernerveus', maar de meervoudig wereldkampioen Theo Bos keerde overtuigend terug op de baan, waar hij de grootste successen van zijn carrière behaalde. In de koppelkoers ging hij samen met Peter Schep met het brons aan de haal. Het duo haalde de meeste punten, maar Australië (goud) en Tsjechië (zilver) hadden een ronde voorsprong. Schep - de motor die regelmatig extra rondes reed - lanceerde Bos telkenmale, en de sprinter maakte met name de laatste versnelling indrukwekkend af. "Het was genieten, die laatste ronde. Het voelde als een overwinning om de bronzen medaille te pakken." Bos liet zien zijn wegcarrière moeiteloos te kunnen combineren met de baan. "De discussie is weer losgebarsten. Dit laat zien hoe mooi het samen kan. Het is allebei wielersport."

Terwijl Bos en Schep uitreden en hun derde plaats vierden, moest Kirsten Wild nog een medaille veilig stellen op het omnium. Wild, die in een bike-off met Marianne Vos de Nederlandse afvaardiging had vastgesteld, voorspelde van te voren al dat zondag een moeilijke dag ging worden. De Nederlandse startte de laatste dag van de WK als nummer één, maar wist dat de plakken verdeeld werden in het laatste en haar zwakste onderdeel: de 500 meter sprint. Wild hield stand en greep brons. "Super dat het gelukt is," ze ze na afloop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden