Oranje als Brazilië in 1958: Stam is Bellini, Bergkamp is Pelé

ST. ETIENNE - In 1958 verraste Brazilië op het WK in Zweden de voetbalwereld met een nieuw systeem: 4-2-4. Het aloude stopperspilsysteem was door de onverslaanbare Brazilianen opgedoekt. De dubbele stopper werd als nieuw tactisch fenomeen gelanceerd. Die maatregel leek een defensief karakter te hebben, maar in de praktijk van de wedstrijden werd meer dan ooit op de aanval gespeeld. Dat bleek wel uit de doelcijfers na de wedstrijden tegen Oostenrijk, Engeland, Sovjet-Unie, Wales, Frankrijk en Zweden: zestien voor, vier tegen.

Bij het Nederlands elftal zou het na dat WK-toernooi nog zes jaar duren alvorens het 4-2-4 in zwang raakte. Na een nog mislukt en weggehoond experiment in 1962 bij België-Nederland met de twee stoppers Jan Villerius en Tonny Pronk, vormden vanaf 1964 eerst Hans Kraay en Daan Schrijvers en even later Rinus Israel en Daan Schrijvers het hart in de Oranje-afweer. De orthodoxe vijfmansvoorhoede met twee buitenspelers, twee binnenspelers en een midvoor, veranderde in een viermanslijn en op de twee middenvelders kwam voortaan veel druk te staan. Eén der eerste stoppers die bij Feyenoord en het Nederlands elftal met het extra slot op de deur in de verdediging kreeg te maken, Hans Kraay, was maandag in Monaco een aandachtig toeschouwer bij de training van Oranje. Kraay begreep ook wel dat het onzinnig was om negatief te doen over een team dat zojuist Zuid-Korea met 5 - 0 had verslagen, maar hij was anderzijds nog niet al te overtuigd van het ook al nieuwe systeem dat Guus Hiddink Oranje heeft opgelegd. “Als de tegenstander een linksbuiten tegen Aron Winter zet - en Zuid-Korea had daar een mannetje staan - dan ontstaat een groot gat op het middenveld. De ruimte tussen Winter en Ronald de Boer wordt dan wel erg groot.”

Spelkenner Kraay heeft hier gelijk in. Het is het gelijk dat de Brazilianen in 1958 opvingen door de backs zo ver als maar mogelijk was door te laten schuiven; ook al speelden toen vrijwel alle teams nog met onvervalste buitenspelers. Op het middenveld werd het ook wel wat makkelijker voor Brazilië met de fantastische strateeg Didi als centrale figuur. Het grappige is dat het Nederlands elftal veertig jaar na dato weer aardig in de buurt komt van het 4-2-4 systeem. Zie de beelden van Brazilië terug en de poppetjes zijn zo in Nederlandse namen om te zetten. Het belangrijkste verschil is nog wel dat Ronald de Boer op de rechtervleugel maar een halve rechtsbuiten is, terwijl de fameuze Garrincha een echte tovenaar op de vleugel was, die keer op keer de linksback van de tegenstander passeerde en vanaf de achterlijn de moeilijkst te verdedigen voorzet los liet. Zo ver gaat het bij De Boer niet. Hij voelt zich meer rechtshalf en heeft bij Ajax in de halverwege de jaren zestig ontstane variant op het 4-2-4 systeem (4-3-3) met Tijjani Babangida een Garrincha-achtige speler voor zich.

De Nederlanders van 1998 vertaald naar de Brazilianen van 1958: Edwin van der Sar is Gilmar, Aron Winter is Djalma Santos, Jaap Stam is Bellini, Frank de Boer is Orlando, Arthur Numan is Nilton Santos, Wim Jonk is Didi, Edgar Davids is Zito, Ronald de Boer is (een beetje) Garrincha, Phillip Cocu is Vava, Dennis Bergkamp is Pelé, Marc Overmars is Zagallo.

Nog meer zou het bij Oranje op 4-2-4 lijken, wanneer Boudewijn Zenden in het elftal werd gehaald. Met Marc Overmars was hij voor het toernooi de man in vorm, maar Hiddink vindt blijkbaar dat die ingreep tot een net iets te aanvallende ploeg leidt. Bovendien zou dan de volgende vraag zijn: wat te doen met Ronald de Boer ? Hij is eigenlijk een te goede voetballer; hem buiten de basis laten is nauwelijks te verkopen.

Voor Nederlanders (en zeker voor Johan Cruijff) is het niet gauw aanvallend genoeg. Dat is ook de reden waarom Clarence Seedorf bij het grote publiek zo weinig enthousiasme wekt. Seedorf heeft zeker kwaliteiten, maar hij houdt het spel te veel op. Hij denkt en speelt wel naar voren, maar het rendement van zijn acties is domweg te laag. Cruijff vindt al decennia lang dat de spelers aan de buitenkanten - of dat nu 'valse' buitenspelers zijn of halve middenvelders - altijd en overal voor het gevaar zorgen. Dan moeten die spelers wel een scala aan passeerbewegingen in huis hebben en ook daadwerkelijk de wil (en de toestemming) hebben om de achterlijn te halen. Brazilië had in 1958 met Garrincha en Zagallo twee van die specialisten.

Nederland heeft er ook twee, maar Hiddink heeft ze dus nog niet samen laten beginnen. Op dit WK is er één ploeg die deze durf wel aan de dag heeft gelegd: Nigeria. Vlak voor het toernooi werden deze Afrikanen in de Arena nog door Oranje afgedroogd, 5-1. Zo'n uitslag is altijd mogelijk met Nigeria, want dit team legt ongekende risico's in het spel. Tegen Bulgarije had Nigeria zo maar een goal of acht kunnen maken, maar even goed werd Bulgarije in de slotminuten de kans op de gelijkmaker gegund. Veel tactische discipline zat er toen niet meer in bij de even onberekenbare als leuke aanvalsploeg. Nigeria speelt bijna zoals Ajax: een rechtsbuiten (Finidi George), een linksbuiten (Garba Lawal), twee spitsen (Victor Ikpeba en Daniel Amokachi) en dan ook nog eens de sterk naar voren gerichte Sunday Oliseh en Augustine Okocha op het middenveld. Plus Nwankwo Kanu en Tijjani Babangida achter de hand ! De spelers van Bora Milutinovic spelen voortdurend met vuur. Voor de ware liefhebber is het te hopen dat zij zich er niet vlug aan zullen branden.

Zal het Nederlands elftal zich de internationaal tamelijk gedurfde tactiek blijven permitteren ? Het is te hopen en het zou ook verstandig zijn. Hiddink heeft nu eenmaal heel veel talent tot zijn beschikking. Het voetbalt bovendien wel lekker wanneer in het hart van de verdediging een kanjer als Jaap Stam de plooien gladstrijkt en aan zijn zijde in Frank de Boer een speler heeft, die net als Wim Jonk een sublieme pass in de benen heeft.

Vandaag in St. Etienne tegen Mexico nog wat meer vorm bij de Pelé van Oranje, voorts niet al te veel stress bij de scheidsrechter uit Saoedi-Arabië en de weg naar de achtste finales ligt open. Toch, Guus Hiddink ?

Bedachtzaam plukt de bondscoach aan zijn snor. Hij weet wel beter. Mexico is niet niks. “Ik heb Mexico in Ryad tegen Brazilië gezien. Ze kwamen daar met 2-0 achter en hebben vervolgens gedomineerd. Dat zegt mij genoeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden