Opinie

Opzwepende 'Sacre' toont schoonheid en pijn van het dagelijkse leven in Afrika.

Strawinski's opzwepende ritmes zijn op het lijf geschreven van de vijftien Afrikaanse dansers in Heddy Maalems interpretatie van 'Le Sacre du Printemps'. De blote torso's van de zwarte mannen, strak aangespannen, glimmen van het zweet. De voeten staan stevig op de grond.

Met hun maaiende armen imponeren zij danseressen die in kleurige bikini's woest met hun heupen zwaaien. Seksegescheiden formaties monden uit in duetten om als in één kronkelende mensenmassa in elkaar op te gaan.

Ook in deze 'zwarte' versie van 'Le Sacre' van de Frans/Algerijnse choreograaf Heddy Maalem leidt Igor Strawinski's compositie tot een viriele en onstuimige verbeelding van de cyclus van het leven.

Voor Heddy Maalem is het Strawinski-Nijinski-ballet 'Le Sacre du Printems' uit 1913 een 'totem' in de westerse cultuurgeschiedenis. Maalem: “Het is een mythisch document van een primaire universele kracht. In het werk worden de primitieve driften van de mens onverbloemd naar voren gebracht. Juist door dat pure en ongekunstelde zal het gegeven altijd blijven aanspreken. Die onbeschaamde vreugde om het ontstaan van nieuw leven en het geweld dat daarmee gepaard gaat; het zal dansmakers altijd aansporen tot het maken van eigen versies.“

De oorspronkelijke versie van 'Le Sacre du Printemps' werd in 1913 in opdracht van Diaghilev's Ballets Russes door Strawinski gecomponeerd. Het ballet verbeeldt een heidens Slavisch ritueel waarin een tot offer gewijde maagd zich dood danst om de lente te verwelkomen. Het lenteoffer moet de godin van de aarde gunstig stemmen, zodat zij het land weer vruchtbaar maakt. Strawinski verklankte dit rituele lenteoffer op een voor die tijd volstrekt ongebruikelijke wijze.

Een steeds terugkerend thema wordt bekrachtigd door sneller en krachtiger wordende ritmes die scherpe, massieve harmonische blokken vormen, afgewisseld door strenge, dreigende flarden melodisch materiaal.

De bewegingstaal die de legendarische danser/choreograaf Vaslav Nijinski hierop creëerde, droeg een even rauw en primitief karakter als Strawinsky's compositie: ingedraaide beenposities, voorovergebogen romp, de handen tot vuisten gebald, de voeten naar binnen gedraaid. De dansers bewogen fel of juist lieflijk, door instinctmatige impulsen tot de onvermijdelijke apotheose gedreven.

De Parijse beau monde was nog lang niet klaar voor de ingewikkelde ritmische structuren in Strawinski's revolutionaire muziekcompositie en Nijinski's evenzo revolutionaire aardse dans. De openingsavond van 'Le Sacre' veroorzaakte dan ook het grootste theaterschandaal in de theatergeschiedenis. Al vanaf de eerste noten en passen voelden de bezoekers zich 'getergd' door de door oerdriften aangestuurde muziek en dansthema's. Er werd gefloten en gesist, toeschouwers gingen met elkaar op de vuist en dirigent Pierre Monteux moest de voorstelling halverwege stilleggen om het publiek met inderhaast opgetrommelde gendarmes tot kalmte te manen.

De nagalm van dit schandaal was lang te horen. Tegenstanders deden 'Le Sacre' af als barbaars en lelijk, terwijl voorstanders als de gerenommeerde criticus Jacques Rivière in 'Le Sacre' een geniaal meesterwerk zagen.

In het gezaghebbende literaire tijdschrift La Nouvelle Revue Française schreef Rivière: “(..) het is niet de gebruikelijke lente bezongen door dichters, met haar briesjes, haar vogelzang, haar bleke luchten en malse groene weiden. Hier is het niets anders dan het wrange gevecht van de groei, de panische angst van het opborrelen van het levenssap, de bange hergroepering van de cellen. De lente van binnenuit gezien, met haar geweld, haar krampachtige bewegingen en haar delingen. Het is alsof we een drama door een microscoop bekijken.“

Het 'schandaalballet' inspireerde de daaropvolgende jaren talloze choreografen als Léonide Massine, Kenneth Mac-Millan en ook Hans van Manen tot eigen interpretaties. Een van de bekendste versies is die van Maurice Béjart uit 1959 waarin de choreograaf het offer liet plaatsmaken voor een erotisch geladen strijd tussen de seksen, terwijl de versie van Pina Bausch uit 1975 het lenteoffer van een commentaar op de tomeloze menselijke voortplantingsdrift voorzag.

Een recente 'Sacre' van de Angelin Preljocaj uit 2001 plaatste de rituele handelingen naar de 21ste eeuw. De vrouw werd in deze veelgeprezen versie niet als geofferde opgevoerd, maar kwam in de strijd tegen natuurkrachten juist als zegevierster tevoorschijn.

Met de 'Sacre' van Compagnie Heddy Maalem wordt er nu een 'zwarte' interpretatie aan toegevoegd. Maalem verplaatst het thema naar het Afrikaanse continent, waar hij na een verblijf in Lagos, Nigeria, in aanraking kwam met de erbarmelijke leefomstandigheden van de bevolking. Een ervaring die een onuitwisbare indruk achterliet.

Heddy Maalem: “Afrika is continent van de oorsprong. Daar is de mensheid ontstaan, maar het is tegelijkertijd strijdtoneel van de grootst mogelijke menselijke tragedies. Zo'n economische ellende en politiek geweld en tegelijkertijd ook zo'n wonderbaarlijke levenslust. Nergens anders is men er zo van bewust dat leven en dood onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. En dat is ook waar het in 'Le Sacre' over gaat.“

Maalems 'Sacre' bestaat uit grote ensembledansen op Strawinsky's compositie voor vijftien dansers uit Senegal, Mali, Benin, Guadeloupe en Nigeria. Aangestuurd door twee 'priesters' worden de mannen en vrouwen opgezweept tot erotische spelletjes en tranceachtige offerrituelen. De groepsstukken worden doorsneden met korte theatrale dansscènes die door geluiden en videobeelden worden ondersteund.

In de verte de skyline van Lagos met wolkenkrabbers, een modern viaduct over de rivier. Daaronder een sloppenwijkje, een man die tussen het vuil een kei in stukken hakt. Een paard aan een touw, een uitvergroot Afrikaans gezicht.

Gelijktijdig laten vier dansers zich op het toneel meevoeren op het getik en gehamer van industriële klanken. Eerst stijf als een plank, dan in foetushouding. Hun lichaam gaat, als door onzichtbare pijnen gedreven, steeds heviger trillen, de ogen strak op het oneindige gericht.

Maalem: “De beelden zijn alledaagse impressies van het leven in Afrika, waarvan ik de schoonheid, maar ook de pijn wil tonen. Door de enorme problemen als honger, ziekte en oorlog kun je denken dat Afrika het einde van de wereld is. In 'Le Sacre' wordt afgerekend met het oude om het nieuwe te omarmen. Met de 'Sacre' in gedachten, kun je er dus ook vanuit gaan dat alle ellende in Afrika juist het begin is van een nieuwe toekomst.“

“Ik ben niet zo arrogant dat ik mijn 'Sacre' wil beschouwen als een politiek pamflet. Maar het is wel een uiting van hoop dat er iets in Afrika ten goede zal veranderen. Dat alle misère van nu inderdaad een offer zal blijken voor een beter leven straks.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden