Opwindende films uit Oostenrijk

Klaus Maria Brandauer in Wenen. (Trouw) Beeld
Klaus Maria Brandauer in Wenen. (Trouw)

Vanuit Wenen is het tweeënhalf uur met de trein door besneeuwde bergen naar Graz, waar het Oostenrijkse filmfestival ’Diagonale’ plaatsvindt. Oostenrijkse films zijn de laatste tijd opmerkelijk succesvol, met een Gouden Palm voor Michael Haneke’s ’Das weisse Band’ en een Oscar voor de Oostenrijkse acteur Christoph Waltz. Ook ’Lourdes’, de mooie mirakelfilm van de Oostenrijkse regisseuse Jessica Hausner, draait sinds kort in de Nederlandse bioscoop.

Wat het Oostenrijkse filmfestival in Graz betreft, valt er nog veel meer te ontdekken. Het speciale programma rond documentairemaker Peter Schreiner biedt zicht op een formidabele Oostenrijkse cineast die zich in zijn nieuwste film ’Totó’ ontfermt over het verhaal van een Italiaanse immigrant in Wenen. Schreiner reist met Antonio Cotroneo terug naar zijn geboorteplaats Tropeca in Zuid-Italië, een plek die hij jaren geleden juist ontvluchtte. ’Meine Rettung war, fern zu sein’, horen we Cotroneo ergens zeggen.

Schreiner is geen regisseur die veel woorden nodig heeft; zwijgen heeft bij hem evenveel zo niet meer betekenis. Ook spreekt hij via de betoverende zwart-witfotografie waarin grootopnamen en detailopnamen domineren. Schreiner hanteert daarbij zelf de camera, zoals ook in ’Kinderfilm’ uit 1985, waarin de regisseur – geïnspireerd door een reunie – zijn eigen kindertijd probeert te reconstrueren. Aan het woord is een denkende en zoekende filmmaker, met oog voor buitengewone mensen in onopvallende levens, zoals Antonio Cotroneo, ’zomaar’ een immigrant in Wenen.

Een andere sterke nieuwe Oostenrijker is ’Der Rüuber’ van Benjamin Heisenberg, over een bankovervaller die zojuist een jarenlange gevangenisstraf heeft uitgezeten, en zich ontpopt als langeafstandsloper. Ook hier treffen we een eenzame ziel, continu in beweging, continu op de vlucht. In ’La Pivellina’ van het duo Tizza Covi en Rainer Frimmel, dat vorig jaar al een bekroning in Cannes kreeg, bevinden we ons ergens aan de rand van Rome, waar een tweejarig meisje moederziel alleen op een schommel zit, en gevonden wordt door een circusartieste.

En dan is het ook fijn om tussen al die nieuwe opwindende films in Oostenrijk, de 66-jarige Oostenrijkse acteur Klaus Maria Brandauer op het toneel te zien verschijnen, voor de ontvangst van zijn oeuvreprijs. ’Es tut gut wieder Heim zu sein’, sprak Brandauer. We denken even terug aan zijn allermooiste rol in ’Mephisto’ (1981) van de Hongaar István Szabó. Brandauer is een acteur die een acteur speelt, in Berlijn en Hamburg, in de nazitijd. Hij is niet speciaal een heel goede acteur, of een heel goed mens, hij is wel iemand die onze eigen angsten en zwaktes reflecteert. Dat is ook een kenmerk van de hedendaagse Oostenrijkse cinema.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden