Opvoedvraag - Ga maar, gebaart de leidster, maak je niet druk

Hij slaapt slecht, heeft onverklaarbare driftbuien en huilt hartverscheurend bij het afscheid. Het is duidelijk: het jongetje wil níet meer naar de crèche. Wat nu?

Tot voor kort ging het zo: een dreumes ging zingend naar het kinderdagverblijf. Zodra hij met zijn vader of moeder de ruimte betrad, stortte hij zich op een driewieler, het keukentje of de brandweerauto. Zijn ouders vertrokken vrolijk naar hun werk. Dag schat, dahaag, lekker spelen vandaag. Het jochie had amper tijd om naar hen te zwaaien.

Maar sinds hun zoon van de babygroep naar de peutergroep is verhuisd, is de crèche voor hem een no go area. Dat maakt hij op verschillende manieren duidelijk: 's nachts woelt hij in bed, overdag is hij vaak driftig. En 's ochtends begint het jongetje boven z'n pap al te oreren: 'Wilnie kresj, mama blijven'.

Als zijn moeder hem toch naar de crèche brengt, met lood in haar schoenen en een vergadering in haar achterhoofd, begint het gedonder pas echt. De dreumes klampt zich aan haar vast, huilt zijn wangen nat. Ga maar, gebaart de leidster, maak je niet druk. Maar dat doet deze moeder natuurlijk wél. Haar dag begint in mineur, ze voelt zich schuldig. 'Moet ik per se werken?', vraagt ze zich zelfs af. Wat moet ze doen?

Dat schuldgevoel hebben veel ouders, weet pedagoog en ontwikkelingspsycholoog Elly Singer, die al twintig jaar onderzoek doet in kindercentra. Ook al groeit het aantal crèchekinderen gestaag, aan het kinderdagverblijf kleeft toch een luchtje van tweede keus'en egoïsme. 'Ik doe dit voor mezelf, niet voor hém', denken veel ouders. Dat de kinderopvang geregeld in opspraak komt, zoals in de zaak rond kindermisbruiker Robert M., helpt daarbij niet.

Wat misschien wel helpt, is het besef dat kinderen een eigen wereld hebben, zegt Singer, die recent het boekje 'Opvoeden op het kinderdagverblijf. Wat ouders moeten weten' publiceerde. En die wereld is voor hun ontwikkeling van groot belang: "Het is een beetje laat als kinderen pas op school met leeftijdgenoten in contact komen. Van apen weten we dat ze dan echt gestoord worden." Terwijl goede ouders doorgaans geen dingen doen waarvan hun kinderen schrikken, is een groep peuters onvoorspelbaar. "Kinderen moeten echt alles inzetten: improviseren, initiatief nemen, volgen, elkaar imiteren. Dat moet je slim aanpakken of aanvoelen. Dát leren ze van elkaar."

Uit onderzoek blijkt wel dat de overgang naar een nieuwe groep voor kinderen heel heftig kan zijn. Ouders kunnen die overgang volgens de pedagoge verzachten, door 's ochtends bij binnenkomst samen met hem de leidsters te begroeten. En vervolgens met de peuter iets te gaan doen - een boekje lezen, met de trein spelen - en daarbij ook andere kinderen te betrekken. "Verbind ze met elkaar", adviseert Singer.

Verdiep je in de wereld van je kind, zo houdt zij ouders verder voor. Leer de namen van zijn speelkameraadjes, informeer bij de leidsters naar zijn avonturen en ervaringen. Sla kortom een brug tussen crèche en thuis. "Als ouders niet weten wat een kind overdag meemaakt, dán kan ik me voorstellen dat ze zich schuldig voelen.""

Reageren? Zelf een opvoedvraag insturen? Mail iris.pronk@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden