Opvang politie verre van ideaal

Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - De begeleiding van politiemensen, die door hun werk nogal eens in traumatische situaties verzeild raken, is nog verre van optimaal. In een gisteren verschenen boek over vermissingen van mensen, klagen politiemensen over het gebrek aan opvang.

Politieman Johan Maaskant was als rayoncommandant in Werkendam nauw betrokken bij het onderzoek naar de verdwijning (in juli 1984) van de toen negentienjarige Germa van den Boom. Ze verdween na discobezoek in Gorinchem. Aanvankelijk ging de politie er van uit, dat ze was weggelopen, maar pas later werd op aandringen van de ouders een onderzoek ingesteld in de ouderlijke woning, waarbij bloedsporen werden aangetroffen. Germa is nooit teruggevonden. Twaalf jaar na dato heeft Maaskant nog geregeld contact met de familie.

In het boek ('Vermist en wat dan?') vertelt Maaskant, dat hij het van de ouders van Gemma geregeld voor de kiezen kreeg, hoewel de relatie op zich goed was. “Ik heb behoorlijk wat over me heen gekregen. Woede, agressie, hun hele gevoel van onmacht. Waarom doe je niks? Jij bent toch de politie. Waarom kun je het niet oplossen? Waarom kun je niet dit? Waarom doe je dat niet? Wist ik veel, dat dat er allemaal bijhoorde. Dat leer je niet tijdens je opleiding. Bij een vermissing word je gewoon in het diepe gegooid en met vallen en opstaan word je wijs.”

Maaskant probeerde in zijn contacten met de dodelijk ongeruste familie zoveel mogelijk zakelijk te blijven. “Het is moeilijk. Aan de ene kant: je bent en blijft een politieman. Je bent geen psychiater, geen psycholoog. Je mag best betrokkenheid en gevoel in je werk tonen. Alleen, die mensen kopen er niks voor als je met hen gaat meehuilen. Dat verwachten ze ook niet. Ze verwachten hulp en bijstand en iemand aan wie ze hun verhaal kwijt kunnen, ook emotioneel.”

Maaskant miste opvang bij de politie. “Waar moest ik mijn ei kwijt? Ik was elke keer het pispaaltje. Na zo'n bezoek zat ik zelf ook vol. Het zou mooi zijn, als er bij onze organisatie ook iemand was bij wie ik even stoom kon afblazen. Ik heb een vrouw aan wie ik dingen kan vertellen. Maar als je alleen woont en je zit 's avonds op je kamer, waar moet je dan je verhaal kwijt?”

Tjis Ferwerda is werkzaam bij het Bureau Vermiste Personen Noordzee, onderdeel van de maritieme politie. Ferwerda krijgt regelmatig te maken met familieleden van vermisten op de Noordzee. “Die mensen zitten boordevol met vragen. Waarom zoeken jullie niet op de Noordzee? Dan moet je toch op een fatsoenlijke manier kunnen uitleggen dat zoeken geen zin heeft. Want het is een speldenknop in een enorme bom water, ondanks dat je ongeveer weet wáár iemand verdronken is. Soms staan ze je dan verwijtend aan te kijken. . . Dat is moeilijk hoor.”

Ferwerda heeft zijn werk jarenlang in z'n eentje opgeknapt. “Ik doe het al twaalf jaar. Ze hebben mij nog nooit gevraagd, of ik er geestelijk wel mee uit de voeten kan. Ik houd mezelf maar steeds voor dat wat we doen, goed is. Maar ik denk dat die kwestie bij ons in de firma wel erg gemakkelijk weggewuifd wordt. En eigenlijk hoort dat niet zo te zijn.”

- Zie ook de Boekenbijlage: 'We zoeken liever auto's dan mensen'.

Inbraken opgelost. Met de aanhouding van twee verdachten heeft het speciale woninginbrakenteam Charlois van de Rotterdamse politie zo'n 100 inbraken in woningen opgelost. De verdachten, 28 en 29 jaar oud, hadden het vooral gemunt op portiekwoningen in de wijken Carnisse, Pendrecht en Tarwewijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden