Opvang en opvoedles voor dolende mama

Dachaira loopt door de gang van opvang Alexandria in Amsterdam samen met haar zoontje Junior. (FOTO MAARTJE GEELS) Beeld
Dachaira loopt door de gang van opvang Alexandria in Amsterdam samen met haar zoontje Junior. (FOTO MAARTJE GEELS)

Dakloze moeders zwerven vaak van het ene naar het andere ’loket’. In Amsterdam gaat vandaag een nieuwe crisisopvang voor deze vrouwen en hun kroost open.

Ik heb nooit een band met mijn moeder gehad, zegt de 23-jarige Tatjana, een slanke vrouw van Surinaams-Guyaanse afkomst. „Jij weet nu al meer van mij dan zij.”

Op de zitbank van Alexandria, een opvanghuis voor dak- en thuisloze moeders in Amsterdam, vertelt Tatjana haar levensverhaal. Dat begint met een ’koude’ moeder, voor wie Tatjana al op haar zestiende vluchtte. Ze ging wonen bij een vriendje en raakte op haar zeventiende zwanger: „Hij zag een kind niet zitten, dus dat raakte uit.”

Na de geboorte van haar dochter (nu 4 jaar) begon haar grote zwerftocht. Tatjana woonde eerst drie maanden bij haar moeder, totdat die haar sms’te: „Als ik thuiskom, ben je weg.” Met haar zuigeling en een weekendtas vol rompertjes belandde ze bij een oom en vervolgens in de crisisopvang voor dakloze jongeren. Die bood geen enkele privacy, geen rustig plekje voor moeder en kind: „Toen werd het me te veel, toen heb ik alles laten vallen.”

Tatjana is een van de naar schatting 200 dak- en thuisloze moeders van Amsterdam. Zij slapen niet allemaal ’op straat’, zegt een voorlichtster van de gemeente: meestal versjouwen ze hun kind van het ene naar het andere logeeradres. Hoeveel thuisloze moeders de rest van Nederland telt is onbekend, zegt Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg bij het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen. „Er zijn wel grove schattingen van het aantal dakloze jongeren, maar daarin wordt geen onderscheid gemaakt naar sekse, laat staan naar zwanger- of moederschap.”

Wolf heeft – uit eigen onderzoek – wel een beeld van de achtergrond van deze vrouwen. „Dat is niet erg opwekkend.” Dolende moeders hebben vaak ’een treurige geschiedenis’ vol mishandeling, verwaarlozing en familieruzies. Ze hebben depressieve klachten, tobben met hun gezondheid, zijn laag opgeleid, meestal allochtoon en hebben bijna allemaal schulden: „Die zijn echt een blok aan hun been.”

Ze zwerven vaak ook al heel lang, zegt Abby Rooi, maatschappelijk werkster in opvanghuis Alexandria: „Vanaf hun dertiende blijven ze weg na school, dan hangen ze rond bij vriendinnetjes of op straat.” Daar pikken ze soms verkeerde gewoontes op: „Ze stelen bijvoorbeeld vier sporttassen vol kleren en verkopen die door in een andere stad.”

In Alexandria komen zo ’dames die nog heel veel moeten leren’, zegt Rooi’s collega Cindy Redan, woonbegeleidster. Ten eerste hoe ze hun trauma’s moeten verwerken. Op straat raakten ze gehard, wisten ze het seksueel misbruik of de onveiligheid in hun eigen jeugd vaak met succes te verdringen. „Maar krijgen ze een kind, dan komt dat verleden weer boven”, zegt Rooi. „Dan vragen ze: wat heb ik eigenlijk van mijn moeder gekregen?”

Thuisloze moeders zorgen over het algemeen goed voor hun kroost, zeggen Rooi en Redan. Al zien ze wel eens vrouwen die hun kind perfect pamperen en kleden, maar nauwelijks aankijken of knuffelen: „Emotioneel is er dan niks.” Dat zijn de ’ernstige gevallen’, die om flinke psychologische begeleiding vragen.

Maar de meeste moeders moeten andere, eenvoudiger dingen leren. Dat ze hun kind niet alleen op hun kamer moeten laten bijvoorbeeld. Dat ze op tijd moeten opstaan en hun baby of peuter op gezette tijden moeten voeden en in bed moeten stoppen. „Maar ook: hoe maak je bruine bonen klaar, hoe lang kook je aardappels, hoe vertel je je buurvrouw op een vriendelijke manier dat je last hebt van haar harde muziek”, zegt Redan.

Ook voor Dichaira (20) waren de opvanghuizen waarin ze met haar Junior (2,5 jaar) verbleef, een leerschool. „Ik kom uit de Dominicaanse Republiek, mijn opvoedmethode bleek heel anders.” Zij liet haar zoontje als baby op een kussentje en onder een dekbed slapen: „Dat mocht niet, hij is toen drie maanden in een pleeggezin geplaatst.”

Dat vond Dichaira, die door haar eigen moeder op straat werd gezet zodra ze zwanger bleek te zijn, ’best wel een zware tijd’: „Ik heb zijn eerste stapjes gemist en mocht hem maar een keer per week zien.” Maar nadat ze bewezen had dat ze de ’Hollandse opvoedstijl’ onder de knie had, mocht ze haar zoon weer mee nemen. Samen kwamen ze in Alexandria terecht, waar Junior, een mooi ventje met ringetjes in zijn oren, zich zichtbaar thuis voelt. Hij sjeest met autootjes door de woonkamer en roept tussendoor vrolijk ’Mama! Kijk es!’

Dichaira woonde anderhalf jaar in Alexandria, Tatjana drie. Dat is lang, zegt ze: „Ze waren bang dat ik, hoe heet dat, gehospitaliseerd raakte.” Sinds kort wonen de twee vrouwen allebei in een zogenoemde ’satellietwoning’: een gemeubileerd appartement waarin ze, onder begeleiding, hun zelfstandigheid kunnen bewijzen. Tatjana: „We moeten laten zien dat we het huis schoon houden, onze administratie op orde hebben, ons kind op tijd naar school brengen, dat soort dingetjes.”

Haar dochter heeft het wel leuk gehad in het opvangtehuis, denkt Tatjana. Maar zij vindt het toch ’heel erg’ dat haar kind tussen deze muren haar eerste jaren moest slijten: „Het had niet zo hoeven gaan, mijn ex en mijn familie hadden me kunnen steunen. Geen enkel kind moet hier opgroeien. Ze is gaan denken dat het leven hier normaal is, en dat hoort niet.”

De namen van Tatjana, Dichaira en Junior zijn op hun verzoek gefingeerd. De twee moeders willen niet dat de vaders van hun kinderen ze op het spoor komen.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden