Optocht en serenade voor 'de nieuwe hoogleraares'

De eerste vrouwelijke hoogleraar liet vooral haar werk spreken. 'Ik heb mij als ik bezig was met de wetenschap nooit vrouw gevoeld.'

In een klein stukje Amsterdam aan de rand van het Vondelpark liggen de sporen van de twee pioniers in de wetenschap. Aan de Tesselschadestraat staat het huis waar Aletta Jacobs jarenlang woonde. In 1871 was zij de eerste vrouw die werd toegelaten op een Nederlandse universiteit. Zeven jaar later studeerde ze af als de eerste vrouwelijke arts. Om de hoek, aan het Zandpad, stond het plantenziektekundig laboratorium Willie Commelin Scholten, genoemd naar een op jonge leeftijd overleden biologiestudent, een nazaat van de stichter van de Amsterdamse hortus Casparus Commelin. Dit instituut kreeg in 1905 een nieuwe directeur. Die was met haar 23 jaar niet alleen jong, maar ook nog eens vrouw. Twaalf jaar later werd Johanna Westerdijk de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland.

Die benoeming had ze grotendeels te danken aan de faam die ze had weten op te bouwen met het leiden van het laboratorium. Nadat het in 1907 onder één dak kwam met het Centraal Bureau voor Schimmelcultures bouwde het al snel de grootste collectie schimmels ter wereld (elfduizend soorten) op. Westerdijk wist hoe ze onderzoeken moest opzetten én hoe ze een instituut en mensen moest managen. Met de verkoop van schimmels vergaarde het laboratorium zijn inkomsten. Tijdens reizen naar onder meer het Verre Oosten en de Verenigde Staten bouwde de directeur verder aan haar netwerk.

Als meisje was Westerdijk een begenadigd pianiste. Het muzikale had ze van haar moeder. Armklachten beletten dat Johanna, die zich al vanaf jonge leeftijd Hans liet noemen, doorging in dat vak. Haar vader was een gepromoveerd medicus. Ook dochter Westerdijk ging naar de universiteit voor een studie biologie. Maar met de akte die ze daar haalde kon ze slechts lesgeven in het middelbaar onderwijs. Westerdijk toog naar München en Zürich om zich verder wetenschappelijk te bekwamen. In 1906 promoveerde ze cum laude op een proefschrift over de regeneratie van levermossen.

Het was de universiteit van Utrecht die haar in 1917 een aanstelling gaf als buitengewoon hoogleraar fytopathologie (in 1930 kwam daar nog een aanstelling van haar alma mater, de Gemeente Universiteit Amsterdam bij). Vrouwelijke studentes trokken voor het eerst in optocht door de Utrechtse straten, meldde het katholieke dagblad De Tijd, en brachten "de nieuwe hoogleraares" een serenade.

Binnen waren de vrouwen een stuk minder goed vertegenwoordigd. Op een vlak na Westerdijks oratie gemaakt groepsportret werd de kersverse hoogleraar omringd door een stuk of veertig wetenschappelijke collega's. Vanaf schilderijen aan de wanden keken minstens evenveel roemruchte geleerden op haar neer. Allemaal mannen. Zo zag het patriarchaat anno 1917 eruit.

"Ik heb mij als ik bezig was met de wetenschap nooit vrouw gevoeld", tekende de journaliste Emily Belinfante op uit de mond van Westerdijk in het jaar van haar benoeming, "en ook nooit de indruk gekregen, dat ik over onderwerpen van wetenschap anders dacht dan mijn mannelijke collega's."

Latere voorvechters van vrouwenrechten verweten de professor nog weleens dat ze niet voorop had gelopen als feminist. Maar ze was wel degelijk actief in nationale en internationale organisaties voor vrouwelijke wetenschappers. De helft van haar 52 promovendi waren vrouw en dat waren ook veel van haar medewerkers. Later in haar leven zette ze die ook aan tot vechten voor hun positie: "Blijf niet onverschillig, want wij vrouwen zijn er nog lang niet..."

Westerdijk trouwde nooit. Ze werkte hard, maar liet de boog niet altijd gespannen. Ze kon genieten van het roken van een goede sigaar en hield van partijtjes. 'Werken en feesten vormt schoone geesten' was haar motto dat ze in haar laboratorium in steen liet beitelen. Want, voegde ze er mondeling aan toe, "van een saai en eentonig leven gaat zelfs een schimmel dood".

In latere jaren moest ze vanwege oogproblemen steeds meer onderzoekswerk uitbesteden aan medewerkers. In 1952 stopte ze als hoogleraar. Tot zes jaar daarna beheerde ze nog schimmels. Ze ontving bovendien eredoctoraten in Zweden en Duitsland. Westerdijk overleed in 1961 op 78-jarige leeftijd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden