Optimisme na klimaatcongres Accra

De besprekingen over een nieuw klimaatverdrag, opvolger van het Kyoto-protocol, hebben deze week in Accra een nieuwe impuls gekregen. VN-klimaatchef De Boer is optimistisch.

Geen harde afspraken, maar lange lijsten met voorstellen over mogelijkheden om de klimaatverandering tegen te gaan. Dat is de belangrijkste oogst van een week vergaderen in de Ghanese hoofdstad Accra. Daar vertegenwoordigden 1500 congresgangers 160 landen.

In Accra is volgens de Nederlander Yvo de Boer, topman van het VN-klimaatbureau UNFCCC, een belangrijke stap gezet in het proces dat uiteindelijk moet leiden tot het akkoord van Kopenhagen.

Dat akkoord, dat eind volgend jaar moet worden gesloten, is de opvolger van het uit 1997 stammende Kyoto-protocol. Van de 182 landen die zich bij dat protocol aansloten, hebben 37 landen zich verplicht om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Het lopende protocol richt zich vooral op vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de geïndustrialiseerde wereld. De bijdrage van ontwikkelingslanden bleef tot op heden onderbelicht. Volgens De Boer is in Accra duidelijk geworden dat ook ontwikkelingslanden een bijdrage gaan leveren. Hoopgevend is ook dat er mondiaal een grotere urgentie gevoeld wordt om de klimaatproblematiek serieus te nemen.

De Boer toont zich vooral verheugd dat de top UNFCCC het mandaat heeft gegeven de voorstellen uit te werken. Mogelijk dat dat zelfs leidt tot een eerste versie van een nieuw klimaatverdrag dat dan in december in het Poolse Poznan wordt behandeld. Die top is volgens De Boer de volgende stap in het goed lopende onderhandelingsproces.

De vrees van de ontwikkelingslanden dat zij reducties van uitstoot krijgen opgelegd, is deze week weggenomen. Hun bijdrage moet komen van grotere investeringen in klimaatvriendelijke projecten en vooral van het tegengaan van ontbossing. En dan met name het kappen van tropisch regenwoud.

De ontbossing, vaak gepaard gaand met het afbranden van de grond, is voor 20 procent verantwoordelijk voor de uitstoot van kooldioxide, het belangrijkste broeikasgas. Volgens het Wereldnatuurfonds kost het jaarlijks 20 tot 30 miljard dollar om een systeem op te zetten dat de tropische regenwouden, vooral het Amazonegebied en de Congodelta, beschermt.

Dat zal niet de enige investering in de ontwikkelingslanden moeten zijn. De landen die zwaar geraakt zullen worden door de klimaatverandering moeten tot 2030 zeker 130 miljard dollar per jaar ontvangen voor aanpassingen aan die gewijzigde omstandigheden, zo stelt het Wereldnatuurfonds.

Een van de belangrijkste instrumenten dat nu voor de uitstootreductie wordt gebruikt is het CDM, het Clean Development Mechanism. Volgens dit systeem kunnen rijke landen hun emissie op eigen bodem verkleinen door projecten in ontwikkelingslanden op te zetten. Heel simpel gesteld: door opname van kooldioxide in een door een rijk land aangelegd bos verkleint de uitstoot thuis.

Dat instrument verdient volgens de top in Accra verbetering. De kosten ervan moeten omlaag en Afrika moet er meer van profiteren. In Afrika zijn slechts 27 projecten en dan ook nog eens geconcentreerd in zeven landen. Zuid-Afrika profiteert het meest. In 2020 zullen vermoedelijk 250 miljoen Afrikanen door de klimaatverandering te maken krijgen met waterschaarste. De top van afgelopen week was dan ook niet voor niets in Ghana gepland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden