Opsteller kabinetsnota 'Milieu en economie' voelt zich miskend

DEN HAAG - Afgelopen maandag zag hij het weer, tijdens het Kamerdebat over de Nota Milieu en Economie. “De grote partijen voeren steekspelletjes met het oog op de verkiezingen. Dat geeft wat vuurwerk, maar het debat gaat nauwelijks over de hoofdzaak. Hoe kan de economie groeien terwijl de milieudruk afneemt?”

Wim Hafkamp, hoogleraar milieukunde aan de Erasmus Universiteit, werkte een jaar lang met ambtenaren van verschillende ministeries aan de kabinetsnota Milieu en Economie. Maandag werd deze, door milieu-organisaties en sommige economen fel bekritiseerde nota in de Tweede Kamer besproken.

In de nota stelt het kabinet onomwonden dat 'absolute ontkoppeling' het doel is. “Dat wil zeggen: economische groei gecombineerd met een daling van de milieudruk”, zo valt in de inleiding te lezen. Volgens de nota bestaat er geen tegenstelling tussen economische groei en winst voor het milieu. Die beide doelen zouden tegelijk bereikt kunnen worden door allerhande technische en organisatorische verbeteringen.

Een aantal reeds bestaande initiatieven van bedrijven en overheid wordt als 'boegbeeld' naar voren geschoven, zoals 'strategisch milieumanagement', ketenmobiliteit (treintaxi-achtig vervoer), auto-op-afroep en onderzoeken naar ondergronds bouwen. In de nota zijn voor de industrie- en dienstensector, voor de landbouw en voor de vervoersector 'perspectieven' uitgewerkt, waarin de 'ommekeer' wordt beschreven waartoe de inzet op technische verbeteringen uiteindelijk zou kunnen leiden.

Na het verschijnen van de nota in juni barstte de kritiek los, en niet alleen van de milieu-organisaties. Vrijwel nergens geeft de nota aan hoe de gewenste, grootschalige omslag moet worden bereikt. In plaats van de grote dilemma's tussen milieu en economie helder te maken, schreef de econoom Jan Pen, is de nota “een zoetsappig document geworden dat de lezer wijs maakt dat er nauwelijks een conflict bestaat”.

Hafkamp is daar boos over. “Ik verwacht van mensen als Jan Pen een genuanceerder standpunt. Het opstellen van een concreet milieubeleid was niet onze taak, daar gaat binnenkort het vierde Nationale Milieubeleidsplan over. Wij zochten manieren om het patroon van economische groei te beïnvloeden.”

Sindsdien ontving hij ook positievere signalen uit de milieubeweging. “Je ziet bij Milieudefensie en de stichting Natuur en Milieu steeds meer bereidheid om mee te denken. Zij zijn zelf ook in gesprek met het bedrijfsleven over vernieuwende initiatieven op milieugebied.” Het idee dat de milieubeweging alleen wil praten over harde ingrepen in vervuilende sectoren, ook wel 'het om zeep helpen van de economie' genoemd, is volgens Hafkamp dus niet erg eerlijk.

Hafkamp gelooft niet dat het afremmen van vervuilende sectoren door de overheid een reële optie is. Hij behoort tot de 'econologen' die menen dat veranderingen in organisatie- en productieprocessen de milieubelasting aanzienlijk kunnen reduceren. Tenminste, als de overheid zulke veranderingen krachtig stimuleert. “Ik ben het niet eens met de kritiek dat de nota de tegenstelling tussen economie en milieu verdoezelt. Het kabinet kiest gewoon voor een andere benadering dan 'selectieve krimp', en daar sta ik achter.”

Veranderingen

Ook dat kan radicale veranderingen op gang brengen, meent Hafkamp. “Het hoofdstuk over landbouw gaat voor een groot deel over het stimuleren van biologische landbouw, samen met landschapsbeheer en ecotoerisme. Dat zijn geen techneutenverhalen, dat gaat echt om een ander economisch patroon. Dat geldt ook voor verkeer en vervoer. De nota probeert de scherpe scheiding tussen de auto en het openbaar vervoer te doorbreken. Door autodelen bijvoorbeeld. Daar is behoefte aan, kijk maar naar de parkeerellende in compacte stadswijken.”

“Het probleem is dat er op deze gebieden weinig van de grond komt. Voor de auto voor je eigen deur krijg je gemakkelijk een parkeervergunning. Huur je een auto alleen voor de paar uur dat je hem nodig hebt, dan moet je elke keer vijf gulden in de automaat gooien. Aan dat soort dingen moet toch vrij gemakkelijk iets te doen zijn, lijkt me.”

Hafkamp vindt dat méér dan gerommel in de marge. “Als er op die manier een echte vraag ontstaat naar autodelen en ketenmobiliteit, moet je je eens voorstellen wat er gebeurt als je daar nieuwe transportmiddelen voor gaat ontwerpen.”

Toch uit de hoogleraar tussen de regels door ook scherpe kritiek op het kabinetsbeleid. Tientallen miljarden guldens worden vrijgemaakt voor grote projecten als de Betuweroute en de HSL. De Tweede Maasvlakte en forse investeringen in de groei van het vliegverkeeer lijken onafwendbaar. In de Nota Milieu en Economie mocht er niet méér over staan, dan dat de uitgangspunten van de nota in deze projecten zouden worden 'meegenomen'. “Ik heb daar met ambtenaren van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat heel wat discussies over gehad. Natuurlijk hebben die projecten alles te maken met milieu en economie.”

Dat Hafkamp ze niet in de beschouwing mocht betrekken, had volgens hem te maken met 'ambtelijk duw- en trekwerk' en 'bureaupolitiek' van de verschillende departementen. “De ministers Jorritsma, de Boer en Wijers hebben duidelijk laten weten dat die projecten ergens anders thuishoren”, zegt Hafkamp gelaten.

Hafkamp geeft toe dat het bedrag van 250 miljoen dat het kabinet in de komende zes jaar uittrekt voor de projecten uit de Nota, duidelijke taal spreekt over de prioriteiten van dit kabinet. “Maar het gaat niet alleen om geld. Ik heb geprobeerd een nieuwe denkwijze over milieu en economie uit te werken.”

De initiatieven daartoe zullen door de overheid, het bedrijfsleven en de milieu-organisaties samen moeten worden genomen, denkt Hafkamp. Over het debat in de Tweede Kamer is hij sceptisch. “Er zaten maar liefst vier ministers en een staatssecretaris op een rij. Vreemd genoeg hadden de grote partijen alleen hun milieuwoordvoerders gestuurd. Ik heb geen economische en financiële specialisten gezien. Blijkbaar beschouwt de Tweede Kamer dit niet als een economisch onderwerp.”

PvdA-ideologen deden onlangs een felle aanval op het 'economisme' van het kabinet Kok. Nieuwe Kamer-kandidaten voor D66 eisen een radicaler milieubeleid. Hafkamp merkte er in de Kamer weinig van. “Ik heb van geen van de grote partijen prikkelende voorstellen gehoord. Ook niet bij de oppositiepartij CDA.”

De verkiezingen naderen, verzucht hij, dus de woordvoerders van de grote partijen namen elkaar ogenschijnlijk stevig onder vuur. Het CDA eiste meer prioriteit voor het milieu in het economisch beleid, wat door de PvdA werd gepareerd door te wijzen op de bereikte vier miljard lastenverschuiving ten gunste van het milieu. “Maar over de kern van de zaak, namelijk hoe je vermindering van de milieudruk met economische groei kunt combineren, ging het nauwelijks.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden