’Opsporing verbeteren is niet genoeg’

Mensenhandel is voor de Dienst Nationale Recherche een van de prioriteiten. Maar mogelijke slachtoffers sneller een verblijfsvergunning geven biedt geen oplossing, vindt hoofd Tom Driessen.

’Moderne slavernij’, noemt Tom Driessen de praktijken die hij tegenkomt in mensenhandelzaken. Als hoofd van de Dienst Nationale Recherche leidt hij onderzoeken naar mensenhandel en naar de criminele netwerken daarachter. Zijn dienst heeft sinds 2005 een apart expertisecentrum mensenhandel.

Vorig jaar kreeg de Nationale Recherche 4000 signalen binnen van mensenhandel. Dat is bijna een verviervoudiging in vergelijking met 2006. Maar dat betekent volgens Gert Ras, chef informatie van de Nationale Recherche, niet per se dat er meer mensen worden verhandeld. „We hebben de regiokorpsen alerter gemaakt, Er is veel geïnvesteerd in het herkennen van signalen.”

Bovendien komen de meeste signalen uit sectoren die streng gecontroleerd worden, zoals de prostitutie. „Je krijgt signalen uit de sectoren waar je kijkt, waar het zichtbaar is.” Dat betekent dat ook de recherche geen inschatting kan maken van de totale omvang, zeker in de niet gereguleerde sekssector zoals de escortbranche, of buiten de sekssector.

Wel ligt het aantal slachtoffers zeker fors boven het aantal dat officieel wordt geregistreerd. Zo werden er vorig jaar 45 slachtoffers uit Hongarije geteld, terwijl het echte aantal volgens Ras in de honderden loopt.

Driessen en Ras maken zich boos over het lot van de slachtoffers. Maar de aandacht ligt niet in eerste instantie bij hen. Driessen: „We willen de hogere organisatiestructuren aanpakken. De politie haalt veel handelaren van de markt, maar anderen springen vervolgens in dat gat. Er is een criminele bovenlaag die het systeem in stand houdt. Die het geld witwast, die banden heeft met de vastgoedwereld. In de Koolviszaak (waarbij Nigeriaanse meisjes in de prostitutie werden gedwongen, red.) zag je heel veel criminele functionaliteiten bij elkaar komen. Het zijn vervelende, lastige organisaties.”

Met name de top heeft contact met andere criminele netwerken, zegt Driessen. „De strikte scheiding is verleden tijd. Er wordt gigantisch veel geld verdiend en daarmee kom je tot vermenging met andere criminelen. Het gaat om macht, invloed, het beheer van transportlijnen.”

Bij de opsporing loopt de recherche tegen een aantal problemen aan. Zo zijn slachtoffers vaak niet bereid om aangifte te doen of een verklaring af te leggen – soms uit angst, soms uit schaamte, soms uit gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse politie en justitie. Een recent voorstel van de Adviesraad voor Vreemdelingenzaken om de zogeheten B9-regeling uit te breiden naar alle potentiële slachtoffers van mensenhandel – dus hen een verblijfsstatus geven ook zonder dat zij aangifte doen – zien zij niet zitten. Ras: „Dan is er ook minder aandrang bij slachtoffers om aangifte te doen. Als ze toch een verblijfsstatus krijgen, waarom zouden ze dan nog een verklaring afleggen? Naar de individuele slachtoffers is dat best te verdedigen, maar de aanpak wordt er moeilijker door. En daardoor werkt het slecht uit voor toekomstige slachtoffers.”

Driessen vindt dat het ook met aangiftes een moeilijk te bewijzen delict is. „De effectiviteit van de onderzoeken moet omhoog om het vertrouwen te vergroten, ook bij slachtoffers. Ik wil niet op de stoel van de wetgever gaan zitten, maar er is nu veel nodig om te bewijzen dat mensen onder dwang werken en voor dat doel hierheen zijn gehaald.”

Het gaat ook om het aanpakken van ronselen en werven in bronlanden. „Als dat niet lukt, blijft het ad-hocwerk”, zegt Driessen. En dat onderzoek in andere landen verloopt niet altijd soepel. „Organisaties stammen vaak uit landen waar samenwerking moeilijk mee op te bouwen is, zoals Bulgarije of Nigeria.” Met Bulgarije werkt Nederland nu samen bij de oprichting van een expertisecentrum mensenhandel.

Driessen „Het gaat niet alleen om het hulp vragen bij opsporing. Ik wil niet wachten tot hier een bus wordt geparkeerd en er huilende meisjes uitstappen. Er moet meer aan voorlichting en bewustwording worden gedaan. Daar ter plekke al even gaan zitten met een kopje koffie en vragen: ’Weet u wel zeker dat u gaat werken in een bollenveld’?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden