Opsporen van ontduiking is sport voor de Belastingdienst

Specialisten selecteren veertig dossiers met mogelijkheden voor naheffingen en boetes

In de nacht van 14 op 15 juni 2013, als alle ambtenaren van het ministerie van financiën al naar huis zijn, brandt er bij de Belastingdienst nog licht. Om 4 uur 's ochtends worden eindelijk de gegevens van de zogeheten Offshoreleaks-database vrijgegeven, en een groep specialisten zit klaar om er direct in te duiken.

"Alle verloven waren ingetrokken. Iedereen was ontzettend enthousiast om eindelijk met de gegevens aan de slag te kunnen", beschrijft een betrokkene de situatie op die zaterdagochtend. In de maanden daarvoor had deze krant verhalen gepubliceerd over de database, die gelekte gegevens van de trustkantoren Commonwealth Trust Limited en Portcullis Trustnet bevat. In de pakweg 120.000 bedrijven in belastingparadijzen die op die manier naar buiten waren gekomen, doken iets meer dan honderd Nederlandse namen op.

Trouw achterhaalde voor een deel van de particulieren en Nederlandse bedrijven waarvoor ze de vennootschappen op de Maagdeneilanden en andere belastingparadijzen gebruikten. Het varieerde van belastingontduiking en het doorsluizen van Russische oliebelangen tot het zekerstellen van investeringen in Aziatische of Afrikaanse landen. Soms ogenschijnlijk legitiem, soms schimmig, soms overduidelijk illegaal.

Maar Trouw beschikte niet over aangiftegegevens van belastingplichtigen. De dienst was daarom al aan het 'schaduwkijken', puzzelend op de gegevens die de krant publiceerde. En zodra het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), waar Trouw deel van uitmaakt, de database vrijgaf, kon de overheid zelf gaan controleren of de vennootschappen bij de Belastingdienst waren aangemeld. Gezien alle publiciteit en Kamervragen over het onderwerp, kon uitgebreid onderzoek niet uitblijven.

Ingewijden omschrijven het ontrafelen naar dit soort netwerken van offshore-bedrijven als een 'sport'. "Het is natuurlijk veel spannender om achter dit soort zaken aan te gaan dan, pak hem beet, de sigarenboer op de hoek te betrappen op een misstand. En het raakt aan een gevoel van rechtvaardigheid: maatschappelijk wordt het niet meer geaccepteerd dat het grote geld, of het nu particulieren, bedrijven of organisaties zijn, gebruik maakt van allerlei faciliteiten en daardoor buiten schot blijft."

Belangrijkste vraag bij die speurtocht: Is er sprake van belastingontwijking, ontduiking, witwassen, of is er sprake van fraude?

De belastingdienst filterde de gegevens uit Offshoreleaks, elimineerde de groep die wel een Nederlands adres had maar hier niet belastingplichtig was, en schrapte ook de 'spookburgers' die nergens te plaatsen bleken omdat gegevens simpelweg ontbraken. Van 110 namen, bleven er zo 82 over, van wie er 21 werden ondergebracht bij het bankenteam van de Belastingdienst om nader te onderzoeken. En steeds kwam de vraag op tafel die Trouw zich ook al had gesteld: waar zijn deze constructies voor gebruikt?

In de ene week kregen onderzoekers een stapel dossiers toegewezen om de gegevens te verrijken met alles wat te vinden was op internet of in de databases van de overheid. Op andere momenten kwamen er brainstormsessies met financiële 'whizzkids' die steeds weer nieuwe opties bedachten die konden helpen om het blootgelegde bedrijvennetwerk te doorgronden. In een aantal gevallen concludeerde de dienst dat waar een constructie in eerste instantie legaal leek te zijn, deze toch onderdelen bevatte die over de schreef gingen. Niet altijd zijn de betrokkenen in het Offshoreleaks-bestand goed geadviseerd over wat in Nederland wel en niet is toegestaan.

Van de nog resterende 61 waren er uiteindelijk 21 'niet-behandelwaardig', bijvoorbeeld omdat de belastingplichtigen hun constructies keurig in de aangifte hadden opgenomen. Ook zaten er buitenlanders tussen die wel enige jaren in Nederland hadden gewoond, maar te lang geleden al weer waren vertrokken.

Dat was half oktober, vijf maanden verder liggen de veertig interessantste dossiers nu onder het vergrootglas. Aan vrijwel iedereen is inmiddels opheldering gevraagd. Maar zo'n zestien blijven 'keihard ontkennen' dat ze ergens van weten. En in één geval denkt de dienst dat er sprake is van een 'witwasvariant'. Ramingen over de opbrengst zijn nog niet te geven.

In twee dossiers bleken de betrokkenen zich uit eigen beweging al te hebben gemeld om duidelijkheid te verschaffen over de opzet van de constructie. Een soort vlucht vooruit, naar aanleiding van de publicaties in Trouw. Van één daarvan, wordt sinds vorige week het verhaal gewogen door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Fiod) en het Openbaar Ministerie. Die bekijken of er buiten eventuele naheffingen en boetes ook grond is om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Voor anderen kan dat nog volgen.

Dat mensen zich zelf melden - en niet alleen mensen die in deze Offshoreleaks-bestanden voorkomen - noemt de belastingdienst 'prachtig'. Per dag kloppen bij de Belastingdienst nu veertig zogeheten inkeerders aan, vooral zwartspaarders maar ook mensen met belangen op de Maagdeneilanden en andere belastingparadijzen. Deze inkeerders weten dat het net zich aan te sluiten is, denken ze bij de Belastingdienst, ook omdat landen inmiddels enorme hoeveelheden informatie uitwisselen. Ze hopen de boetes te ontlopen die de komende jaren steeds verder zullen oplopen.

Maar er is ook sprake van een cultuurverandering. Was het een jaar of vijftien geleden voor de oudere generatie normaal om op de golfbaan te pronken met de wijze waarop je de belastingen wist te ontwijken, voor de jongere generatie lijkt dat not done. Bovendien worden, zeker binnen Europa, de mogelijkheden steeds beperkter, nu ook Luxemburg, Oostenrijk, Liechtenstein en Zwitserland openheid over bankzaken gaan geven.

Daarbij helpt volgens ingewijden de typerende houding van de Nederlander. Die wil kennelijk, hoe groot de behoefte ook is om zijn geld in het buitenland te stallen, toch binnen een dag bij zijn geld kunnen. "Als het geld te ver weg staat, is dat eng."

Luxemburg geeft bankgeheim op
"Het bankgeheim is zo goed als dood", zei een triomfantelijke Herman Van Rompuy na afloop van de Europese top donderdagavond. Na jarenlang overleg, onderhandelen en (zachte) dwang liet de Luxemburgse premier Bettel weten 'bereid' te zijn over opheffing te praten.

In landen met een bankgeheim kunnen mensen geld bij een bank stallen zonder dat deze dat doorgeeft aan de nationale belastingdienst. Hierdoor werken de landen vaak mee aan massale belastingontduiking, tot grote frustratie van overige EU-landen. Naast Luxemburg kennen Oostenrijk en niet-EU leden Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino nog een bankgeheim.

De afgelopen jaren gaven deze landen al wel een heffing op het spaargeld door aan de landen van hun klanten: de zogeheten bronbelasting. Maar informatie over de werkelijke spaartegoeden bleef verborgen. Bovendien zetten banken de spaarrekeningen graag om naar andere vermogensproducten, die buiten de regeling vallen. Luxemburg heeft nu toegezegd openheid te willen geven over alle financiële producten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden