Opruimingsdienst: Bij politie komen steeds vaker riskante situaties voor

Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - De politie raakt steeds minder bedreven in het opsporen en herkennen van explosieven. De deskundigheid is de laatste jaren sterk afgenomen. Dat zegt majoor A. den Breejen, plaatsvervangend commandant van het Explosieven Opruimings Commando Koninklijke Landmacht (EOCKL).

“Je kunt er op wachten dat er een ongeluk gebeurt”, zegt Den Breejen in een interview met het blad van de Algemeen Christelijke Politiebond. “Het komt bijvoorbeeld steeds vaker voor, dat politie-agenten een geïmproviseerde vuurwerkbom zelf meenemen naar het bureau, of een als verdacht geïdentificeerd koffertje openen, om te kijken wat er in zit. Met alle risico's van dien.”

De Breejen legt een verband met de reorganisatie van de politie, die enkele jaren geleden is doorgevoerd en waarbij regiokorpsen zijn opgericht: “De agenten die voor dit soort specialistische taken zijn opgeleid, zoals de bomverkenners, rouleren ongecontroleerd. Dat heeft tot gevolg dat een regiokorps van de ene op de andere dag alle kennis en routine kwijt is.”

Het komt volgens de plaatsvervangend commandant van het EOCKL 'helaas' steeds vaker voor, dat de politie de adviezen van zijn dienst niet opvolgt: “Dat plaatst onze ruimers voor een groot dilemma, waarbij ze soms in gewetensnood raken. Een onverkwikkelijke situatie.”

Den Breejen hekelt het feit dat er binnen de nieuwe politie-opleiding nauwelijks aandacht is voor de explosievenopruiming: “De opleidingen staan onder zware druk. Ze moeten korter werken. Terwijl wij vroeger een belangrijke bijdrage leverden aan bomverkenning, zijn we inmiddels bijna geheel uit de opleiding geschreven. Dat is een slechte ontwikkeling.”

In een toelichting zegt Den Breejen dat de politie een belangrijke taak heeft bij het opsporen en herkennen van explosieven: “Er zijn drieduizend meldingen per jaar. We kunnen niet op elke melding uitrukken, dan zou onze dienst twintig keer zo groot moeten zijn. Een agent moet de kennis hebben, om te kunnen bepalen hoe groot het gevaar is.”

Den Breejen ontkent dat zijn jammerklacht voortkomt uit angt dat het werk van zijn dienst, die vorig jaar vijftig jaar bestond, minder waardering krijgt. Weliswaar wordt het EOCKL minder vaak te hulp geroepen bij het demonteren van bommen uit de Tweede Wereldoorlog (vroeger één van de belangrijkste taken), maar andere taken zijn juist belangrijker geworden, zoals het onschadelijk maken van explosieven die in het criminele circuit worden gebruikt.

Dat de deskundigheid bij de politie afneemt, is vooral zo ernstig, omdat Den Breejen verwacht dat de aard van de meldingen juist serieuzer wordt. “De situatie wordt dan echt onacceptabel. Als er een explosief ontploft, zijn er op z'n minst verwondingen aan ogen en handen. En als er een pakje Semtex klapt, heb je gegarandeerd een dode.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden