Oprichting Trouw (2) / Als Goebbels spreekt moeten Britse bommen Berlijn treffen

Roekeloos zijn 'de jongens' die Vrij Nederland laten drukken en verspreiden soms zeker. Dat vinden althans de oudere redactie-leden van Vrij Nederland; ook Gesina van der Molen. Waarvoor is het nodig om met een pistool op zak te lopen? Wie daarmee gepakt wordt, kan zich nergens meer uitkletsen.

Nadat bijna de hele redactie in de loop van 1942 eens is opgepakt en ternauwernood de dans is ontsprongen, komt het tot hevige botsingen.

Van Randwijk eist nu alle zeggenschap, ook over hen. De jongelui vinden dit optreden dictatoriaal. Zij hebben hem een jaar geleden bij Vrij Nederland gehaald om artikelen te schrijven, niet om de baas over hen te spelen. Men verdenkt hem van Streberei. Hij zou zich een positie voor na de oorlog willen verwerven, zo is het verhaal dat de ronde doet.

Het competentie-conflict loopt hoog op. De kerngroep waarin Van Randwijk domineert, wil de contacten met de 35-jarige Hos en de 22-jarige Wim Speelman tenslotte verbreken, althans losser maken. Henk Hos is zwaar gedesillusioneerd. Tegen Gesina Van der Molen zegt hij: "Ik ga naar Engeland, want tegen de Duitsers kan ik wel vechten, maar niet tegen van Randwijk."

Dan wordt op 1 december Henk Hos gearresteerd bij een fotowinkel in Haarlem. En ruim een week later, op 9 december wordt een hele groep verspreiders opgepakt in het Amsterdamse Parkhotel, onder wie Wim Speelman. Wie heeft gekletst of verraad gepleegd? Niemand die het weet. Stel dat Hos of Speelman onder martelingen zullen doorslaan? In hun angst zeggen sommige kerngroepleden dat ze hopen dat de jongens het vergif zullen innemen dat ze bij zich droegen. Gesina van der Molen gruwt zo van deze reactie dat ze voorgoed met Vrij Nederland wil breken.

Daags na Kerstmis neemt Van Namen contact op met de adjudant Buhrmann van OD-leider Six. Wist deze soms een manier om Wim Speelman vrij te kopen? Ook bij de Duitsers moeten toch omkoopbare lieden zitten. Misschien wel, is het antwoord.

En dan gebeurt er iets, wat achteraf bezien de kerngroep van VN heeft gered van een dodelijk bedreiging. In zijn schoenzool hield Wim Speelman altijd een ijzerzaagje verborgen. Daarmee zaagt hij de tralies door van de gevangenis in Haaren, waarin hij driehoog zit opgesloten. Hij wrikt een staaf los en in de nacht van 30 op 31 december wringt hij zich naar buiten. De onderlegger van zijn matras heeft hij in repen getrokken en in elkaar gedraaid. Daaraan wil hij zich langs de muur omlaag laten zakken. Dat mislukt; het breekt meteen. Met een smak valt Wim Speelman op de grond. Hoewel vrij ernstig aan zijn ruggegraat gewond, ziet hij toch kans zich in de struiken te verbergen.

De schildwacht heeft iets verdachts gehoord en laat zijn zaklamp over de muur schijnen, maar gelukkig ontgaat hem het stukje beddegoed dat uit een van de ramen hangt. Pas de volgende ochtend wordt alarm geslagen, maar dan is Wim Speelman al op weg naar Rouveen, waar hij weet dat zijn verloofde Mien Bouwman de oudejaarsnacht zal doorbrengen.

Hij heeft haast. Uit de verhoren heeft hij kunnen opmaken wat de Sicherheitsdienst wel of niet vermoedt over de VN-groep. Verder heeft hij van een Duitser vernomen wie in het verzet de voor de Sichterheitsdienst werkende verrader is achter de recente arrestaties. Het is 'Padje', de cadet Pasdeloup van de Orde Dienst van jhr. Six.

Die oudejaarsavond wordt in Amsterdam ten huize van ds. Kleys Kroon beraadslaagd over de gerezen competentiekwesties tussen Van Randwijk en de verspreidersgroep, onder wie Kees Streef en Arie Speelman. Men komt nauwelijks tot elkaar. De verspreiders willen twee gescheiden circuits, Van Randwijk wil zeggenschap over alles. Men wordt het niet eens, maar tot een definitieve breuk komt het nog niet.

De gewonde Wim Speelman ziet die oudejaarsavond kans om zijn verloofde Mien Bouwman te bereiken. Zo snel mogelijk wil hij de ODleiding alarmeren dat Pasdeloup voor de Sicherheitsdienst werkt. Deze boodschap laat hij de OD-leiding doorgeven via een van zijn Amsterdamse contacten, de advocaat mr. A.C.G. van Proosdij (schuilnaam Proos). Via hetzelfde kanaal stuurt hij de VN-top bericht dat hij is ontvlucht. Direct contact met de VN-redactie wil hij niet meer. Om veiligheidsredenen, maar ook omdat hij er niet over prakkizeert opnieuw te gaan samenwerken met Van Randwijk c.s. Hij wil een nieuwe redactie voor Vrij Nederland.

Al op dinsdag 5 januari vraagt hij in Zeist aan de jonge anti-revolutionair Ad Kuiper om hoofdredacteur te worden. Die weigert omdat hij zich onvoldoende politiek geschoold acht. Hij adviseert Wim Speelman te gaan praten met Bruins Slot in Groningen. Ook van verspreiders in het noorden en van Gesina van der Molen kent hij deze naam.

Niet bekend

Deze zegt dat hij misschien wel een weg weet om Wim Speelman bij de Sicherheitsdienst vrij te kopen. Ze maken een nieuwe afspraak voor overmorgen, 8 januari zelfde plaats, zelfde tijd.

Tot Van Namens ongerustheid komt de man bij die tweede afspraak niet opdagen. Als Van Namen, lopend over het Damrak, nadien aan zijn OD-contact Buhrmann vertelt van de mislukte afspraak, maakt deze eerst de indruk niets te willen zeggen. Maar dan zegt de adjudant van OD-leider Six: "Ik zal het je maar vertellen. Dat is een verrader. Hij is gisteravond geliquideerd."

Samen met zijn verloofde Mien Bouwman bezoekt Wim Speelman enkele dagen later Bruins Slot in Groningen. Februari 1945 (kort nadat Wim Speelman voor een Duits vuurpeloton stierf) zal Bruins Slot over deze ontmoeting schrijven:

"Ik zie hem nog voor mij, zoals hij medio Januari 1943 met Mien bij mij in de huiskamer zat, met verfomfaaide kleren, met een ronde rug - vanwege een val bij de ontsnapping uit zijn cel - het hoofd erg in de schouders en met een bleek, mager gevangenisgezicht, maar daarin ogen, die al dat andere teniet deden. Donkere, levendige, ogen waaruit een felle vitaliteit straalde. Wij bespra ken de zaak. Hij voor zijn groep, ik voor de redactie. Het karakter van ons blad werd gedefinieerd, zowel als verzetsblad - dat in de eerste plaats - als ook als politiek blad. Wij bespraken de comptentie-kwestie, die in het ondergrondse werk zo licht aanleiding tot moeilijkheden kan geven. Het resultaat was: Wij gingen met elkaar in zee."

Afgesproken wordt een strikte scheiding tussen redactie en verspreidersorganisatie. En over het karakter van het blad wordt bepaald dat het geen partijblad zal worden (al zijn alle redactie-leden anti-revolutionair), maar christelijk nationaal in de geest van Groen van Prinsterer (1908-1876). Met deze naam omzeilt men op politiek en kerkelijk gebied veel lastige problemen uit Kuypers erfenis.

In die dagen komt Bruins Slots naam ook terecht op de bureaus van Seyss Inquart, Schmidt, Rauter en Harster. Het is een nogal compromitterend stuk. Hoe de Haagse nazi-top in het bezit is gekomen van de 11 maanden oude bestuursnotulen van de vereniging van anti-revolutionaire gemeentebestuurders 'Groen van Prinsterer' is onduidelijk. Er blijkt uit dat een zekere Bruins Slot de Nederlandse bevolking heeft willen opruien.

Na de opheffing van de gemeenteraden september 1941 had de betrokkene bij de secretaris-generaal Frederiks van Binnenlandse Zaken ontslag gevraagd als burgemeester van Adorp (Gr.). Dit was hem tenslotte op 24 februari 1942 verleend. Volgens het document nu zou deze Bruins Slot in diezelfde maand -overigens zonder succes - hebben geprobeerd de zes bestuursleden van 'Groen van Prinsterer' te overtuigen dat demonstratief aftreden van alle burgemeesters en gemeentesecretarissen vereist was om de bevolking met het nationaalsocialisme te confronteren. Dit om een sluipende geestelijke infectie te voorko men. Weerstand was zijns inziens in ieder geval geboden.

Ligt er een verband tussen het in Duitse handen vallen van deze notulen en wat Bruins Slot zich na de oorlog herinnerde over een oproep die hij onverwacht kreeg?

Op een gegeven moment ontving hij in Groningen een weinig goeds voorspellende brief om 's morgens vroeg bij de SD in het Scholtenshuis te verschijnen. Waar kon dat mee te maken hebben? Bruins Slot nam geen risico en verdween in de eerste de beste trein naar 'Holland'. "Dat was dus onderduiken. Jan Smallenbroek ging ook mee en in Amsterdam ontmoetten we Schouten en die zei tegen ons: 'Ga maar eens lekker eten.' Dat kon toen nog."

Voor veel anti-revolutionaire verzetsjongeren is het vroegere Kamerlid Jan Schouten als een vader. Zij voelen zich tijdens de bezetting door de oudere generatie nogal eens in de steek gelaten. Tot voldoening van de verzetsjeugd, neemt de onverzettelijke politicus aanzienlijk radicalere standpunten in dan Colijn en vele andere voormannen: burgemeesters moeten aftreden; De Standaard moet stoppen. Verscheidene oudere AR-leiders geven evenwel niet thuis of nemen halfslachtige standpunten in. Sommigen van hen vinden verzet maar een uiting van jeugdige onbezonnenheid. De Standaard vertolkt in dezen hun gevoelens.

Klokke twaalf is op de 30 januari altijd een belangrijk moment voor de nazi's. Op dat moment ging in 1933 de oude president Hindenburg akkoord met het rijkskanselierschap van Hitler. Altijd nog heeft deze op die dag op dat tijdstip een radio-rede gehouden, maar dit jaar verkiest hij in de barakken te blijven in het droefgeestige, vochtige woud in Oost-Pruisen, waar zijn hoofdkwartier is gevestigd. Van daaruit wil hij zijn laatste instructies geven aan generaal Von Paulus van het verslagen Zesde Leger in Stalingrad. Goering en Goebbels moeten in Berlijn maar het woord voeren.

Stalingrad is verloren, weet Hitler, maar de nazi-top is al genstrueerd hoe de nederlaag te verkopen: Thermopylae! Vrijdagavond heeft Seyss Inquart in de Haagse Dierentuin dit beeld al gebruikt. Liever dan zich over te geven stierf het Spartaanse krijgsvolk in de pas van Thermopylae.

Voor Gesina van der Molen in Aerdenhout, die 's middags drie anti-revolutionaire partijgenoten zal ontvangen, betekent die zaterdag 30 januari het begin van een nieuwe verzetsperiode. Eigenlijk begon die al enkele weken geleden toen Mien Bouwman en Kees Streef (Kees de Lijster) opeens waren langsgekomen met de boodschap dat Wim Speelman was ontsnapt en dat die haar graag eens wilde spreken. Diezelfde dag nog kwam ook Van Randwijk het tuinpad oplopen. Hij had gehoord dat Wim Speelman samen met andere verspreiders een nieuw Vrij Nederland wilde oprichten. Of zij alsjeblieft haar invloed zou willen aanwenden om dat te voorkomen. Want dat zou toch een te gekke indruk maken. Dat vond Gesina van der Molen ook. Zij beloofde hem dat.

In Amersfoort had zij daarna Wim Speelman ontmoet, die een nieuwe redactie voor een nieuw Vrij Nederland zocht, en daarbij ook de naam van Bruins Slot noemde. Het was een ernstig gesprek geworden. "Ik vond hem geestelijk verdiept. Het kwajongensachtige was eraf. Ik durfde wel met hem in zee."

Maar hoe goed ze de redenering ook kon volgen dat Van Randwijk er pas later was bijgehaald en zeker geen rechten op de naam Vrij Nederland kon doen gelden, twee Vrij Nederlanden naast elkaar was te gek, stelde ze resoluut. Ze heeft een voorstel: als Wim Speelman bereid was de naam Vrij Nederland te laten schieten, was zij bereid in de redactie te gaan zitten van een nieuw blad onder een nieuwe naam, samen met o.a. Jan Schouten en Bruins Slot. Met enige tegenzin legt de verspreidersgroep zich daarbij neer.

Geen idee kan Bruins Slot de ochtend van de 30e januari hebben gehad van de missie van de drie laagvliegende Mosquito's die zich niet zover bij hem vandaan via het IJsselmeer in oostelijke richting bewegen. Gistermiddag had de telefoon gerinkeld op de vliegbasis Marham in Norfolk, waar de slanke, supersnelle Mosquito's zijn gestationneerd.

Van hogerhand kwam de order om de volgende dag precies om elf uur (Duitse tijd 12 uur) enkele bommen op Berlijn te laten vallen. Een tweede eskader Mosquito's diende hetzelfde nog eens te doen om vier uur 's middags (Duitse tijd 5 uur).

Op die tijdstippen zouden Goering en Goebbels namelijk hun redevoeringen beginnen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Derde Rijk. Deze zouden rechtstreeks door de radio worden uitgezonden, zo had Londen vernomen. Welnu, zo had iemand geopperd, was het geen aardig idee om deze radio-uitzendingen te voorzien van wat achtergrondgeluid?

Dat op de luchtmachtbasis geestdriftig is gereageerd kan niet worden gezegd. Integendeel. Commandant Wallace Kyle herinnerde zich later dat hij aanvankelijk bedenkingen opperde, maar de opdracht bleef. Reynolds en Sismore van het 105e Squadron zullen de eerste vlucht leiden en Darling en Wright van het 139e een uur of vijf later de tweede. Radarsteun hebben de Mosquito's tot Hannover.

Wie de media-stunt ook mag hebben bedacht, niet Churchill, want die is dan al achttien dagen van huis. Op 12 januari was hij in het diepste geheim naar Casablanca gevlogen, waar enkele dagen later ook Roosevelt uit Washington aankwam.

Het zou een magere top blijven, want Stalin wilde niet komen. Die werd te zeer beziggehouden met de slag om Stalingrad. Waarover wilde men eigenlijk spreken, vroeg Stalin. Kon dat niet schriftelijk?

Het bericht van de geboorte in Canada van Prinses Margriet heeft zich 20 januari razendsnel over Nederland verspreid. Het deel van de verspreidersgroep van VN, dat niet meer met Van Randwijk in zee wil, staat nu te trappelen om met het nieuwe blad te beginnen. Jan Schouten en Bruins Slot slaan op hun verzoek alvast aan het schrijven voor een speciaal Margrietnummer.

Het blad wordt in Meppel gedrukt in een oplage van 18.000, deels op oranje papier, deels met oranje inkt op wit papier. Eind januari komt het uit onder de snelbedachte naam: Oranje-bode. Bruins Slot steelt het hart van Gesina van der Molen met de volgende tekst: ..) een Prinsje wordt geboren, dan zal de traditie der vrouwenregering in ons land tot in vier geslachten worden voortgezet. En wie zal er ons om beklagen? Reeds nu erkennen velen, dat wij van de regering der vrouwelijke Oranjes de beste ervaring hebben opgedaan: waarom zouden we dan iets anders wensen?"

Maar baasspelen is er niet bij, zo laat de auteur doorschemeren. Wat de koningin is en wil zijn (lees: moet zijn) wordt onder aanroeping van de rooms-katholieke politicus Romme nog eens bondig geformuleerd: "Koninklijke leidsvrouwe van een mondig volk." Wat dat laatste inhoudt, wil Bruins Slot aan de oranjewieg nog wel even toelichten:

"Een volk als het Duitsche moge zich door de eigen regeerders laten ringelooren en onderdrukken, het moge kreunend den nek buigen onder den voet van den dwingeland, voor zulk een positie is het Nederlandsche volk ongeschikt."

En regelrecht gericht tot 'Londen' lijkt de verwijzing van de blijkbaar goed geinformeerde auteur naar de grondwet:

"Velen vragen om nieuwe dingen als na den vrede ons land weer vrij zal zijn (...) Maar bij 95% van onze volksgenooten beteekent dat nieuwe in ieder geval geen verandering van staatsvorm . . . Aan het volk van Nederland staat een enkel ideaal met helderheid voor oogen: 'Herstel onzer constitutionele monarchie onder het Huis van Oranje'."

In die dagen maken Jan Schouten, Gesina van der Molen en Bruins Slot de afspraak om op 30 januari bijeen te komen voor het oprichten van een nieuw verzetsblad.

Weten ze welke risico's ze lopen?

Daarover is geen twijfel mogelijk. In het begin van de week, maandag 25 januari stond in De Standaard nog de volgende 'Bekendmaking' van de Duitse bevelhebber 'tot vermaning en waarschuwing aan allen, wien het aangaat':

"Degenen, die in strijd met de Duitsche bevelen en voorschriften anti-Duitsche geschriften vervaardigen en verspreiden, moeten verwachten, dat zij volgens de geldende oorlogswetten behandeld en dienovereenkomstig met zware en de zwaarste straffen gestraft zullen worden."

Wat dat betekent blijkt uit het bericht. Een Duits krijgsgerecht heeft de doodstraf uitgesproken over 17 Parool-medewerkers.

Van Randwijk en Van Namen zijn de laatste week van januari duidelijk nerveus of Wim Speelman en zijn verspreiders voor het nieuwe blad niet toch de naam Vrij Nederland zullen gebruiken. De belofte van Gesina van der Molen heeft hen blijkbaar onvoldoende gerustgesteld. Zenuwachtig worden ze dat de ontsnapte Wim Speelman maar niets van zich laat horen.

Opgewonden schrijven ze hem op dinsdag 26 januari een dreigende brief. Deze wordt door Van Namen bezorgd bij de advocaat Van Proosdij met wie Wim Speelman zo nu en dan contact heeft. Via hem alarmeerde Wim Speelman ook de OD-leiding over de verrader.

De brief wekt niet de indruk dat Van Randwijk en Van Namen beseffen wie hen heeft bevrijd van een gevaarlijk contact. Er klinkt de dreigende toon van een paternalistische gereformeerde kerkeraad, die een van scheurmakerij verdacht lid van de jongelingsvereniging tot de orde roept. Er kan nog wel een zuinige gelukwens af met de geslaagde ontsnapping, maar deze wordt toegeschreven aan Gods goedheid. "Laat alles voor ons een aansporing zijn tot nog grootere ernst en voorzichtigheid" , klinkt het vermanend.

Vervolgens gaat het van dik hout zaagt men planken. Wim Speelman wordt persoonlijke eerzucht verweten, verraad aan vroegere medewerkers en benadeling van de gemeenschappelijke zaak en illegale beunhazerij. "Wanneer jij echter je pretenties blijft handhaven en je plannen verwezenlijkt, Wim, dan verzekeren we dat je niet van ons af bent, zooals je nu wellicht overmoedig denkt. Bovendien zullen de daden van ons en van jou na den oorlog noodwendig beoordeeld worden. Vergeet dat niet, Wim."

De briefschrijvers blijken ook op de hoogte (via Gesina van der Molen?) in welke kringen de nieuwe redactie gezocht zal moeten worden. Ze hebben het althans over 'een paar geestelijke leidslieden', die het 'princieel met ons blad niet eens zijn'.

Aangenomen wordt dat de brief onafgehaald bij Van Proosdij is blijven liggen. Dat Wim Speelman de tekst nooit onder ogen kreeg, heeft wellicht onverkwikkelijke gevolgen voorkomen.

Drie dagen later, aan de vooravond van de verjaardag van het Derde Rijk, wacht de Nederlandse Kerken een onaangename verrassing. Zijn herdenkingsrede op vrijdagavond 29 januari in de Haagse Dierentuin leek Seyss Inquart een passende gelegenheid hun brief van 7 januari te beantwoorden waarin barmhartigheid wordt gevraagd voor de vele ter dood veroordeelden. Vergeet het maar, is de grimmige boodschap van de Rijkscommissaris. Dat heeft te maken met de hoop van de nazi-top dat het verslagen Zesde Leger in Stalingrad niet de witte vlag zal hijsen, maar zich zal doodvechten.

"Op een ogenblik, waarop onze mannen, vaders en zonen met ijzeren vastberadenheid hun lot in het Oosten tegemoetzien en onwrikbaar en ongeschokt het hoogste offer brengen, is het onverdraaglijk samenzweringen te dulden die zich ten doel stellen de rug van dit Oostelijk front onveilig te maken. Wie dit waagt moet aan de vernietiging worden blootgesteld."

Mevrouw L.A. Lever-Brouwer verzucht die dag in haar rubriek VROUWENKOUT in De Standaard dat ze niet goed weet waarover in deze tijd nog te schrijven.

"Ja, daar zet ik nu mijn gewone opschrift neer - en verder ligt mijn papier nog blank te wachten.

Wat zal ik er ditmaal op schrijven?

Mijn lezeressen (en lezers) begrijpen wel dat 't vaak niet gemakkelijk is een wekelijksch artikel klaar te maken. In gewone tijden gaat dat best. Het leven is zoo rijk en zoo vol en immers: Waar men 't grijpt is 't interessant!

Als je je ogen open hebt, dan is er elke week best iets om over te praten. Maar in oorlogstijd ben je beperkt in je onderwerpen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden