Oprichting Trouw (1) / De datum van de oprichting? Dat moet 30 januari 1943 geweest zijn

De een viert Hitlers machtsovername, de ander vliegt in een Mosquito naar Berlijn om dat met bommen op te luisteren. Een derde haalt een paar joodse onderduikers in Amsterdam op en verbaast zich over hun angst. Weer anderen horen dat ze zich bij Stalingrad maar moeten doodvechten tegen de bolsjewieken. Tot slot richten vier mensen in Aerdenhout Trouw op. Allemaal op 30 januari 1943.

Slechts een van de vier oprichters van Trouw wist zich later een oprichtingsdatum te herinneren. "Dat moet de 30e januari 1943 zijn geweest, de dag voor ik 39 jaar werd" , zei de journalist E. van Ruller. Dit mag als een aanwijzing gelden, dat de tiende verjaardag van het Derde Rijk de oprichters van Trouw totaal onverschillig heeft gelaten. Overal in Europa zaten die zaterdag zalen vol geuniformeerde nazi's te herdenken dat Adolf Hitler tien jaar geleden aan de macht was gekomen, maar wie lette daar nog op in de laatste dagen van 'Stalingrad'?

Iemand in Engeland.

Ongeveer op het moment dat Bruins Slot (36), vanuit Groningen (of Amsterdam?) in de trein zit, razen 's morgens drie laagvliegende Britse Mosquito-bommenwerpers over het IJsselmeer richting Berlijn. Toen gistermiddag op de luchtbasis Marham in Norfolk de opdracht werd doorgebeld, is bij munt opgooien beslist wie moest gaan, want de RAF vliegt voor het eerst bij daglicht.

De Mosquito's haalden meteen de pers:

"Berlijn. 30 Jan. (D.N.B.). Hedenochtend zijn onder bescherming van een zware bewolking, drie Britse vliegtuigen naar Duits gebied gevlogen. De voor propagandadoeleinden ondernomen actie werd uitsluitend boven het aaneengesloten wolkendek uitgevoerd. Afzonderlijke Britsche vliegtuigen hebben in de middaguren van Zaterdag onder gebruikmaking van de weersgesteldheid hun militair zinlooze ondernemingen tegen het Duitsche gebied voortgezet. Een der op groote hoogte vliegende bommenwerpers werd neergeschoten."

Het is een nauwelijks opvallend berichtje in de maandagkranten van 1 februari 1943. "Elke nacht komen er honderden vliegers over Nederland, vliegen naar de Duitse steden en ploegen daar de aarde met hun bommen om . . ," schreef Anne Frank enkele weken eerder in haar dagboek. Misschien vroeg een enkele lezer zich af hoe men boven de wolken propaganda kan bedrijven.

In ieder geval hing kennelijk die zaterdag boven het bezette Europa een wolkendek. Over het weer wordt bijna niets gemeld in de kranten: militair geheim. In plaats daarvan wordt gemeld wanneer de verplichte verduistering geldt om de geallieerde nachtvliegers elk baken op de grond te ontnemen. Volgens het dagblad De Standaard, ingekrompen tot een vel grauw papier, dat de gereformeerden met groeiende ergernis, maar massaal zijn blijven lezen vanwege het bonnennieuws en de familieberichten, is dat die zaterdag tussen tien voor half zes 's middags en vijf voor half negen 's morgens.

Een derde toneel voor dit artikel over die zaterdag in 1943 levert het dagboek van een 38-jarige gemeenteambtenaar uit Veenendaal. 's Morgens stapt hij in de (verlate) trein naar Amsterdam om enkele joodse onderduikers naar een schuilplaats buiten de stad te brengen.

Ze zijn niet op het afgesproken adres verschenen. Hij besluit daarom het stel aan het eind van de middag op te halen op de Parnassusweg, als het begint te donkeren.

Weer een ander toneel bieden de runes van Stalingrad. De restanten van het ontredderde Zesde Leger weten die zaterdag dat hun laatste uren nu snel naderen. Al dagenlang hebben verscheidene officieren Von Paulus bezworen zich over te geven om een eind te maken aan de massaslachting, maar deze blijft weigeren. Hitlers bevelen zijn standhouden en vechten.

Sergeant Albert Pluger vertelt hoe hij die ochtend vanuit een kelderraam langs zijn machinegeweer uitkijkt op het Rode Plein. Hij ziet de lijken van enkele Russen die geprobeerd hadden bij de fontein te komen. Hij ziet ook dode Duitsers, die stierven bij een kruiptocht naar de fontein. Op Pflugers gewonde arm krioelen luizen. De mannen in de kelder willen zich overgeven, maar eerst willen ze nog de radio-toespraak horen die Adolf Hitler altijd op de 30e januari precies om twaalf uur houdt.

In Londen kan men tenslotte die zaterdag minister-president Gerbrandy waarnemen, die zich in de nesten heeft gewerkt. Lang, veel te lang, heeft hij bij Koningin Wilhelmina de indruk gewekt in te stemmen met wat zij straks bij de bevrijding wil. Engelandvaarder kapitein J.M. Somer vernam daarover tien dagen geleden al iets toen hij in Ottawa de geboorte-aangifte meemaakte van prinses Margriet. De gelukkige vader had hem deelgenoot gemaakt van een belangrijk nieuwtje. Somer noteert in zijn dagboek:

"Er wordt mij woordelijk gezegd dat de oude regering niet in Nederland terug mocht komen. Aangezien ik die mening ook huldig, verzoekt de Prins mij dat uitdrukkelijk aan H.M. de Koningin mede te delen."

De mededeling is juist. Koningin Wilhelmina wil meer macht. De wettige, maar 'kleinburgerlijk' geachte regering dient straks te worden vervangen door een door haar zelf samengesteld 'voorlopig bewind' van ruimdenkende, (lees desgewenst: 'niet zuilgebonden') lieden. Die wil ze - tot verbijstering later van tal van verzetsmensen - zelfs werven in kringen van de voormalige Nederlandse Unie. En haar toegenegen schoonzoon moet opperbevelhebber worden.

Het vorstelijke voornemen doet minister-president Gerbrandy peentjes zweten. Hoe de koningin tot de constitutionele orde te roepen zonder dat zij meteen uit haar vel springt? Dinsdag zal hij de netelige kwestie in het kabinet brengen, want dit wordt te gek.

In Barendrecht maakt de vroegere Rotterdammer-journalist E. van Ruller (38), in dienst van de ondergedoken AR-partij, zich die zaterdagmorgen klaar om naar HeemstedeAerdenhout te gaan. Hij mag een bepaalde trein niet missen want in Rotterdam zal Jan Schouten instappen, zo is de afspraak. Sinds deze op 8 december is vrijgelaten uit het kamp Amersfoort, woont hij daar weer bij zijn huishoudster.

De 60-jarige ongetrouwde partijleider ging meteen weer aan de slag. 's Avonds zag de socialist Willem Drees hem alweer verschijnen in een vergadering van het Nationaal Comite, dat als Voorlopig Bewind wil optreden als de regering bij de bevrijding niet dadelijk in Nederland kan zijn.

In deze kring moet Schouten in december van de socialist Vorrink verontrustende verhalen te horen hebben gekregen over wat Van Randwijk van Vrij Nederland en jhr. Six van de Orde Dienst samen uitspoken. Een uitdrukkelijk niet voor hun ogen bestemd rapport van Vorrink voor de Londense regering, aangeboden ter verzending via de Zwitserse weg, hebben de heren zitten lezen en ongevraagd van hun eigen waarschuwende commentaren voorzien. Ze zijn tegen machtsherstel van de traditionele politieke partijen, want anders komt er van de 'vernieuwing' niets terecht, meent het politiek onervaren duo.

Vorrink was woedend over dit eigenmachtige optreden.

Mulder en Koedijk veronderstellen in hun Van Randwijk-biografie dat de prikkel tot het ontstaan van Trouw mede hierdoor is ingegeven. De ARP-top vermoedde dat Van Randwijk de beeldvorming in Londen over de opvattingen in bezet Nederland eenzijdig beinvloedde. Deze beduchtheid leeft inderdaad volop bij de drie anti-revolutionairen, die zaterdag 30 januari '43 een retourtje Heemstede-Aerdenhout kopen. Hun blad is niet alleen bedoeld voor lezers in bezet gebied maar ook voor koningin Wilhelmina en Gerbrandy in Londen.

Waar ze precies heengaan, weet Van Ruller overigens nog niet. Hoe minder je in dit werk weet, hoe beter. Wel kent hij de plannen van de partijleider. Al voordat Schouten in juni 1942 in kamp Amersfoort werd opgesloten, had hij al een eigen anti-revolutionair verzetsblad willen stichten, te verspreiden via de partijorganen. Ongetwijfeld, zo verwacht Van Ruller, moet hij vandaag daarvoor ergens met Schouten heen.

De oprichting van het nieuwe blad is een gevolg van de ijdele hoop in 1942 bij Van Randwijk van het verzetsblad Vrij Nederland dat Duitsland de oorlog spoedig zou verliezen. Was de eerste wereldoorlog ook niet opeens afgelopen? Zelfs president Roosevelt geeft zich daaraan in die dagen over. Begin december '42 stelt hij Churchill voor om half januari ten zuiden van Algiers een top-conferentie te beleggen met Stalin: "M.i. is het heel goed mogelijk dat deze conferentie tot gevolg heeft dat we Duitsland eerder buiten gevecht stellen dan we verwachten."

De optimistische stemming in 1942 prikkelt de verzetsorganisaties tot nadenken over de toekomst van Nederland. Dat betekent spanningen en politieke meningsverschillen. Ook de oprichting van Trouw is een gevolg. Voor een deel althans moet de start van het nieuwe verzetsblad daaraan worden toegeschreven, want er zijn meer oorzaken van de splitsing, die zich in die dagen in de VN-groep voltrekt.

Voor veel betrokkenen zal later het politieke meningsverschil volgens het schema links/rechts de meest aantrekkelijke verklaring van de breuk zijn. Het verlost een ieder van veel onverkwikkelijk gezeur. Een buitenstaander snapt trouwens toch niets van de gecompliceerde relaties tussen tussen gereformeerden en hervormden van diverse theologische en politieke pluimage.

Dit vereenvoudigde verhaal ziet er ongeveer als volgt uit: behalve verzetsartikelen begint een politiek progressieve H.M. van Randwijk voorjaar 1942 in Vrij Nederland ook te schrijven over de toekomst van Nederland. Zijn behoudender mede-redactrice, Gesina H.J. van der Molen kan zich daarin niet geheel vinden. De letterkundige Van Randwijk, evenals zijn vriend Buskes voor de oorlog aangesloten bij een links christelijk partijtje, de CDU, zou te kritisch staan tegenover de kerk en - hoewel het communisme als politiek stelsel verafschuwend - te positief oordelen over wat in Rusland op sociaal-economisch gebied tot stand is gebracht. Dit gaat de anti-revolutionairen in de VN-groep te ver. En zo komt het tot een breuk in de Vrij-Nederland-groep.

Dit is ongetwijfeld een stuk van het verhaal, een stuk dat kleiner wordt naarmate men dieper in de geschiedenis duikt. Wat ontbreekt zijn sporen van discussies tussen Gesina van der Molen en Henk van Randwijk over de inhoud van diens artikelen. Altijd wanneer ik er haar naar vroeg, vervaagde op dit punt haar verhaal.

De directe aanleiding om met Vrij Nederland te kappen, was juist een artikel van Gesina van der Molen zelf. Ze schreef het augustus 1942 op bed, want zij was ziek teruggekomen uit de Arnhemse gevangenis waarin zij met haar huisgenote Mies Nolte een week of zes had gezeten op verdenking iets met Vrij Nederland te maken te hebben. Ze hadden de onschuldige, liefdadigheid bedrijvende dametjes gespeeld, en waren bij gebrek aan bewijs weer vrijgelaten.

Kort daarna zetten de Duitsers vijf vooraanstaande Rotterdammers voor een vuurpeloton, die niets te maken hadden met een mislukte aanslag op een Duitse militaire trein. Was het doden van gijzelaars niet in flagrante strijd met het volkenrecht?

Gesina van der Molen kon dit vanuit haar vakgebied niet volhouden. In het Land Oorlogs Reglement van 1907 stond juist dat niet-militairen geen enkele daad van geweld of tegenweer mochten verrichten. "Anders zal de vijand door schrikbewind de bevolking tot onthouding dwingen en geen beroep op het volkenrecht kunnen worden gedaan," luidde de tekst van een in kringen van AR- juristen circulerende toelichting op het LOR.

Pure moord was het en anders niks, oordeelden Van Randwijk (33) en eindredacteur Arie van Namen (34). Ze vonden dat het artikel in deze geest moest worden gewijzigd. Dat weigerde Gesina van der Molen (50). Tijdens een van de woordenwisselingen riep ze: "Ik laat mijn artikelen niet door snotjongens beoordelen."

Toen uit het VN-nummer van 19-8-42 bleek dat Van Randwijk en Van Namen haar artikel 'Gijzeling en sabotage' eigenmachtig hadden veranderd, staakte een diep verontwaardigd Gesina van der Molen haar medewerking aan Vrij Nederland. Het was, zou zij later zeggen, de druppel die de emmer deed overlopen. Er moet voordien dus nogal wat zijn opgekropt. Maar wat precies?

De op Binnenlandse Zaken aangebleven Nederlandse secretaris-generaal Frederiks schrijft die grauwe zaterdagochtend 30 januari 1943 een verontwaardigde brief aan Seyss Inquarts medewerker dr. F. Wimmer. Bijgevoegd wordt een Duitse vertaling van wat dr. Audier uit Assen en Nederlandse spoorwegmensen 21 januari en 22 januari aan gruwelijke taferelen hebben gezien op het Apeldoornse station bij het inladen in veertig goederenwagons van personeel en psychiatrische patienten van 'Het Apeldoornse Bos'. De Nederlandse topambtenaar protesteert dat de ontruiming van het gebouw buiten hem om is gegaan en tegen de wijze van uitvoering. "Wat nu met deze ongelukkige patienten gebeurd is, zal zonder enige twijfel in brede kringen van de bevolking diepe beroering en diepe ergernis wekken, terwijl dit met wat meer goede wil te vermijden was geweest." Wat er verder met de mensen is gebeurd, vraagt Frederiks niet (wel wat er met het leeggekomen gebouw zal gebeuren).

Later zal de waarheid bekend worden. Allen zijn verleden zondag, 24 januari, direct na aankomst in Auschwitz vergast.

"Thuis 2 u" , heeft Gesina van der Molen in haar zakagendaatje gekrabbeld voor zaterdag 30 januari 1943. Een nieuwe verzetsperiode zou op die dag voor haar aanbreken.

Haar zakagendaatje is het enige document dat bewaard is gebleven van de oprichtingsdag van Trouw. Sinds enige tijd woont Gesina van der Molen met haar huisgenote Mies Nolte weer gewoon op haar eigen adres Klapheklaan 14 in Aerdenhout.

In de loop van 1942 voelde zij zich in de Vrij Nederland-redactie steeds minder 'thuis', zou zij later vaak opmerken. De verklaring van haar breuk met Vrij Nederland moet inderdaad meer op godsdienstig-sociologisch terrein worden gezocht dan op politiek gebied. En dat lag bij veel anderen niet anders. De tijd was nog ver waarin behulpzame sociologen woorden als verzuiling en ontzuiling zouden aanreiken om bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen te duiden. Toch had de breuk Vrij Nederland/Trouw vooral daar mee te maken.

Arie Van Namen stamt uit een anti-revolutionair, gereformeerd milieu, maar - evenals de meeste andere leden van de groep-Troost - met een kritische instelling ten opzichte van eigen kerk en partij en levend in een ruimer circuit dan de eigen zuil. Een nieuwe hoofdredacteur zocht hij, nadat voorjaar 1941 Troost was opgepakt, buiten het vaderlijke erf. Het werd Edouard de Neve, die op zijn beurt Jacques Gans aantrok als vaste assistent. Het kind had nog geen naam, maar hier was onmiskenbaar sprake van ontzuiling.

Dat was in feite ook het geval bij het daaropvolgende redactieteam, dat vooral geworven is door Henk Hos, Wim Speelman en Anne Kooistra. Weliswaar is gezocht in protestants-christelijke kring, maar - zeker in politiek opzicht - overwegend in ontzuild milieu.

Vanaf oktober 1941 wordt de 33-jarige onderwijzer Henk van Randwijk de dominerende figuur in de VN-redactie. Evenals Van Namen was ook hij sterk geboeid door de Zwitserse theoloog Karl Barth. Hoewel voor de oorlog nog deel uitmakend van een christelijke kring van letterkundigen en het christelijke partijtje CDU, hoefden christelijke organisaties van hem niet meer zo nodig. Andere leden van de VN-top, uit hervormde kring (Hebe Kohlbrugge) hadden nooit iets uitstaande gehad met de emancipatie-stroming van Abraham Kuyper.

Gesina van der Molen daarentegen was, evenals een groot aantal leden van de verspreidersgroep, gevoelsmatig nog primair verbonden met het gereformeerde volksdeel, zoals zich dat op praktisch alle levensterreinen had georganiseerd. Hoe kwaad zij bij voorbeeld in de jaren twintig ook was geweest, dat de AR-partij afschaffing bepleitte van het zojuist ingevoerde vrouwenkiesrecht, ze was er niet uitgestapt. En dat zou ze haar leven lang niet doen.

In welke geest moest de nieuwe ploeg, na de arrestatie van Edouard de Neve, het blad voortzetten? Volgens Gesina van der Molen vonden de nieuwe VN-redacteuren elkaar op de term 'positief christelijk'. Voor een puur verzetsblad was dit mogelijk voldoende geweest, maar een waarborg voor een enigszins gelijke visie op het na-oorlogse politieke en maatschappelijke bestel boden de woorden niet.

De aanpak voorjaar 1942 van Gesina van der Molen om de koers van het blad wat bij te sturen in een meer vertrouwde richting is typisch 'binnenzuils'. Zij belegde een bespreking tussen Van Randwijk en de leider van de ondergedoken AR-partij Jan Schouten. Dat leidde uiteraard tot niets. En al even onvruchtbaar verloopt de ontmoeting met de AR-politicus Bruins Slot, waar ook Wim Speelman bij is. Al leverde Bruins Slot via een der verspreiders wel eens een bijdrage, van geregelde medewerking kwam niets. Het versterkte slechts het verlangen van de ondergrondse AR-politici naar een eigen blad.

In de jongere verspreidersgroep zijn ook weinig sporen te vinden van ernstige meningsverschillen over de inhoud van Van Randwijks artikelen. Vanuit het noorden is wel eens iets gezegd over te 'linkse' artikelen, maar volgens Gesina van der Molen hebben Wim Speelman en Henk Hos Van Randwijk in het begin zelfs verafgood om zijn felle stukken.

Twintig jaar later, op 13 juli 1963, zal Van Randwijk in het Algemeen Handelsblad terugblikken op de gespannen sfeer in de Vrij Nederland-groep, in de maanden voorafgaand aan de oprichting van Trouw. Hij doet dat in een artikelenreeks 'In de schaduw van gisteren' onder zijn verzetspseudoniem Sjoerd van Vliet. Geen woord staat in dat stukje over politieke meningsverschillen. Waren die er niet? Of is de aanwezigheid in de VN-groep van andere opvattingen dan de zijne altijd aan Van Randwijk ontgaan?

"Een reserve-officier wordt gearresteerd. Hij heeft een joodse verloofde. Hij wordt met de kogel bedreigd en ook zijn verloofde wordt bedreigd. Onder vreselijke Duitse druk bezwijkt hij en verklaart zich bereid om voor de Duitsers te werken. Teruggekeerd in zijn illegale milieu probeert hij aan zijn verraad nog een 'morele' grond te geven. In die tijd namelijk heerst in vele illegale milieus een soort crisis. Het werk wordt omvangrijker, moeilijker, belangrijker. Er moeten nieuwe regels worden ontworpen, nieuwe onderlinge bevoegdheden worden vastgesteld. Er moet meer discipline komen en meer specialisatie. De romantische tijd van de kleine republique des camarades is voorbij. Men mag zich niet meer met alles bemoeien, mag niet meer alles weten, niet meer alleen beslissen. Dat brengt, zelfs onder vrienden, botsingen teweeg.

Uit overgrote ijver riskeren sommigen te veel. Ze brengen niet alleen zichzelf maar ook de anderen van hun groep in gevaar. Leiding kunnen ze moeilijk aanvaarden . . . De verrader heeft zijn ogen goed open en legt zijn oor overal te luister. Hij zal de illegaliteit van deze 'lastposten' verlossen en brengt speciaal deze dappere jongelui bij de Gestapo aan. "Zie je wel," zeggen de anderen, "hoe gevaarlijk dit gebrek aan discipline is. Nou is die weer gepakt! Dan die!" Tot de regelmaat van de arrestaties te opvallend wordt. Tot er uit de gevangenissen berichten komen dat er een verrader in het spel is. Als alles vaststaat wordt de verrader doodgeschoten. Zijn lijk wordt in de vaart aan de Baarsjesweg in Amsterdam gegooid. Verzwaard met stenen. Twee dagen later slaat de schroef van een sleepboot hem boven water.

Maar er zat aan deze verraad-methode nog een veel tragischer kant. In de groep waren twee partijen, die we nu gemakshalve (maar niet geheel juist) maar zullen aanduiden met de voorzichtigen en de onvoorzichtigen. Beide opvattingen hadden aanhangers. Toen de arrestaties met bijna de regelmaat van de klok plaatsvonden, begonnen de 'onvoorzichtigen' de anderen te wantrouwen. Men ging zelfs zover hier en daar aan te nemen dat ze door hun eigen mensen verraden werden, een middel van de voorzichtigen om zich van hun 'lastige' broeders te ontdoen. Een opvatting die het zelfs tot na de oorlog uithield. Zover kon het wantrouwen gaan in een club, waar men elkaars daden niet kon controleren, vaak elkaars naam, komaf, enzovoorts niet kende. Waar het zaad van het wantrouwen eenmaal gezaaid was, was het herstel praktisch onmogelijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden